SSF heeft beveiligingsdiensten geleverd in Festival Village vanaf juli 2007 tot mei 2024 en vordert betaling van USD 1.281.059,06 van SOG en het Land. SSF stelde primair dat een overeenkomst met het Land bestond, subsidiair dat onrechtmatig is gehandeld en meer subsidiair dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking.
Het Gerecht oordeelt dat SSF onvoldoende heeft onderbouwd dat een overeenkomst met het Land is gesloten. Ook het beroep op onrechtmatig handelen wordt verworpen omdat onduidelijk is wie voor de diensten moet betalen. Het beroep op misbruik van identiteitsverschil faalt omdat geen oogmerk tot benadeling is vastgesteld.
Het Gerecht stelt vast dat SOG verantwoordelijk is voor beveiliging sinds haar oprichting in 2006 en dat SOG is verrijkt door de geleverde diensten. SOG wordt daarom veroordeeld tot betaling van USD 792.777,56, verminderd met niet-toewijsbare financiële kosten. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 16 juni 2022. Buitengerechtelijke incassokosten worden forfaitair vastgesteld.
De proceskosten worden deels gecompenseerd tussen SSF, C3 en SOG, terwijl SSF en C3 worden veroordeeld in proceskosten aan de zijde van het Land. De vrijwaringsvordering van SOG tegen het Land wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.