In deze zaak vordert eiseres de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap met wijlen echtgenoot, waarbij zij primair stelt dat het recht van erfpacht en de woning in Sint Maarten buiten de gemeenschap vallen. Gedaagden vorderen eveneens de verdeling van de nalatenschap en betaling van een gebruiksvergoeding.
Het Gerecht oordeelt dat het recht van erfpacht en de woning in Sint Maarten wel tot de huwelijksgemeenschap behoren, omdat deze vóór het huwelijk zijn verkregen en eiseres daarna in gemeenschap van goederen is gehuwd. De woning in Curaçao behoort eveneens tot de gemeenschap. De verdeling wordt toegewezen zoals door partijen beoogd: het erfpachtrecht en woning in Sint Maarten aan eiseres, de woning in Curaçao aan gedaagden.
De door eiseres overgelegde taxatierapporten worden als uitgangspunt genomen, omdat het betwisting door gedaagde 1 niet is onderbouwd. De hypotheekschuld is niet in de verdeling betrokken omdat deze na ontbinding van de gemeenschap is aangegaan. Gedaagden krijgen een bedrag van USD 83.849,- toegekend als overbedeling. De vordering tot gebruiksvergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan gemist woongenot en onderbouwing.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.