ECLI:NL:OGEAM:2025:106
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenbewaring Sint Maarten
Verzoeker, illegaal verblijvend op Sint Maarten met een vals paspoort, verzocht om schorsing van zijn inbewaringstelling en verwijderingsbeschikking. Het verzoek werd ingediend zonder dat een beroepschrift tegen de beschikkingen was ingediend, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van procedurele connexiteit met een bodemzaak.
Desondanks behandelde het Gerecht de inhoudelijke argumenten van verzoeker. Verzoeker stelde onder meer dat zijn detentie onrechtmatig was, dat hij geen kennis had van het valse paspoort en dat de detentieomstandigheden in strijd zouden zijn met artikel 3 EVRM Pro. Verweerder stelde dat verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormde, illegaal verbleef en werkte, en dat de bewaring noodzakelijk was.
Het Gerecht oordeelde dat verzoeker illegaal verbleef, het paspoort vals was en dat er geen uitzicht was op legalisering. De maatregel van bewaring was passend en noodzakelijk ter bescherming van de openbare orde en ter verzekering van verwijdering. De detentieomstandigheden voldeden aan internationale normen en er was geen sprake van een schending van artikel 3 EVRM Pro. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en inhoudelijk afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en inhoudelijk afgewezen; de bewaring en verwijdering zijn rechtmatig.