ECLI:NL:OGEAM:2025:117

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
SXM202301278
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:211 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erfgenamen niet-ontvankelijk in vorderingen namens nalatenschap wegens ontbreken executeurschap

Deze zaak betreft een geschil tussen erfgenamen over de verdeling en het beheer van de nalatenschap van overleden ouders, waaronder onroerende zaken en een hotel in Sint Maarten. De nalatenschap is sinds het overlijden van de erflaters niet verdeeld en wordt slechts deels beheerd door eiseres, die tevens een vennootschap heeft opgericht voor de exploitatie van het hotel.

Eiseres en haar vennootschap stelden vorderingen in ten behoeve van de nalatenschap, waaronder aansprakelijkstelling van mede-erfgenamen voor het niet vrijgeven van middelen voor onderhoud van het hotel en het verlies aan marktwaarde. De gedaagden betwistten de bevoegdheid van eiseres om deze procedure te voeren omdat zij geen executeur is en geen toestemming van de andere erfgenamen heeft.

Het Gerecht oordeelde dat vorderingen namens de nalatenschap alleen door een executeur, bewindvoerder of vereffenaar kunnen worden ingesteld. Eiseres en haar vennootschap vallen niet onder deze categorieën en hebben geen instemming van de andere erfgenamen. Daarom zijn zij niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Het Gerecht wees tevens op de benoeming van een vereffenaar door een eerdere beschikking en benadrukte dat alle erfgenamen moeten meewerken aan de vereffening en het opstellen van een boedelbeschrijving. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de familierelatie tussen partijen. Het vonnis werd uitgesproken op 18 november 2025.

Uitkomst: Eiseres en haar vennootschap zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen namens de nalatenschap wegens ontbreken van executeurschap en toestemming van mede-erfgenamen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202301278
Vonnisdatum: 18 november 2025
in de zaak van

1.[eiseres],

wonende in Sint Maarten,
eiseres,

2.de naamloze vennootschap[naam NV],

gevestigd in Sint Maarten,
eiseres, gemachtigde: eiseres 1
tegen

1.[gedaagde 1],

wonende in Sint Maarten,
gedaagde, niet verschenen

2.[gedaagde 2],

wonende in Sint Maarten,
gedaagde, niet verschenen,

3.THE JOINT HEIRS OF [GEDAAGDEN 3],

gedaagden, niet verschenen,

4.THE JOINT HEIRS OF [GEDAAGDEN 4],

gedaagden, niet verschenen,

5.[gedaagde 5],

voorheen wonende in Sint Maarten,
tijdens deze procedure op 26 januari 2025
overleden,
gedaagde,
gemachtigde: mr. N.C. De la Rosa,

6.[gedaagde 6],

wonende in Sint Maarten,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen zullen hierna respectievelijk [eiseres], [naam NV], [gedaagde 5] (gedaagde 5) en [gedaagde 6] (gedaagde 6) worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het inleidend verzoekschrift met producties, op 28 november 2023 ter griffie ingediend;
  • de conclusie van antwoord van [gedaagde 6]
  • de conclusie van antwoord van [gedaagde 5]
  • de conclusie van repliek van [eiseres]/[gedaagde 6]
  • de conclusie van repliek van [eiseres]/[gedaagde 5]
  • de conclusie van dupliek van [gedaagde 6]
  • de conclusie van dupliek van [gedaagde 5]
  • het comparitievonnis van 4 februari 2025;
  • de akte uitlating en overlegging producties namens de erven van [gedaagde 5]
  • de akte met producties 11 en 12 namens de erven van [gedaagde 5].
1.2. [
gedaagde 5] is tijdens deze procedure op 26 januari 2025 overleden. Dat had onder meer als gevolg dat de geplande comparitie van partijen op 20 maart 2025 niet kon doorgaan, omdat eerst duidelijkheid moest worden verkregen over de voortzetting van de procedure. In de akte van 29 april 2025 hebben de twee zonen van [gedaagde 5] verklaard dat zij bereid zijn de plaats van hun moeder in deze procedure over te nemen. Zij hebben ook onderbouwd dat er geen andere kinderen zijn. Bovendien hebben ze een verklaring overgelegd van hun vader, [naam vader], dat hij zijn rechten aan hen overdraagt.
Tegen de overgang van de procedure van [gedaagde 5] naar haar zonen [naam zoon 1] en [naam zoon 2] is geen bezwaar geuit en daartegen bestaat ook ambtshalve geen bezwaar.
1.3.
De mondelinge behandeling in deze zaak heeft op 9 oktober 2025 plaatsgevonden in aanwezigheid van [eiseres], haar echtgenoot, [zoon 1] en [zoon 2] en hun gemachtigde. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen vragen van het Gerecht beantwoord en hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen.
1.4.
Vonnis is daarna bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Alle partijen zijn erfgenamen van [naam erflater] ([erflater]) en [naam erflaatster] ([erflaatster]). [erflater] is overleden op 26 maart 2002 met achterlating van een testament waarin hij over zijn laatste wil beschikt. [erflaatster] is overleden op 7 november 2006, met achterlating van een testament waarin zij over haar laatste wil beschikt.
2.2.
In het testament van [erflaatster] zijn [naam] ([naam]) en [gedaagde 5] tot executeurs aangewezen, maar die beiden inmiddels overleden. De nalatenschappen van [erflater] en [erflaatster] zijn niet verdeeld en de omvang daarvan is niet vastgesteld. De nalatenschap van de erflaters bestaat onder meer uit de onroerende zaak in Cole Bay, Sint Maarten, meetbrief SXM СВ […/….], met het daarop staande hotel en commerciële eenheden (“het hotel”, [naam hotel]) en de onroerende zaak in Mary’s Fancy in Sint Maarten, meetbrief SXM CDS […/….], met het daarop staande huis met twee verdiepingen.
Verder is er nog een onroerende zaak in Cay Bay, Sint Maarten, meetbrief SXM CB […/….], waarvan [eiseres] stelt dat dit ook tot de nalatenschap behoort, wat door [gedaagde 5] wordt betwist.
2.3.
Bij vonnis in kort geding van 3 oktober 2014 is het dagelijks en financieel beheer van het hotel aan [eiseres] opgedragen, met bepaling dat zij niet later dan op 31 december 2014 aan de overige erfgenamen rekening en verantwoording dient af te leggen over het door haar gevoerde beheer, voor het opstellen van welke rekening en verantwoording door [eiseres] opdracht zal worden gegeven aan Atlas Accounting, ten laste van de nalatenschap.
2.4.
Bij vonnis in kort geding van 5 september 2017 hebben [gedaagde 1] (in dat vonnis [gedaagde 1] genoemd), [gedaagde 5] en [gedaagde 2] als eisers een veroordeling van [eiseres] verkregen om financiële statements van haar te verkrijgen. Op hun beurt zijn [gedaagde 1], [gedaagde 5] en [gedaagde 2] veroordeeld om aan [eiseres] rekening en verantwoording af te leggen over de vermogensbestanddelen van de nalatenschap waarover zij het bezit hebben of hadden.
2.5.
Door [eiseres] is de vennootschap [naam NV] opgericht. De exploitatie van het hotel vindt plaats vanuit deze vennootschap.

3.Het geschil

3.1. [
eiseres] en [naam NV] vorderen, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
verklaring voor recht dat gedaagden gezamenlijk en hoofdelijk onrechtmatig hebben gehandeld jegens de nalatenschap van hun overleden ouders door zich op onrechtmatige wijze te verrijken en voor eigen materieel gewin gebruik te maken van activa die eigendom zijn van de nalatenschap, zoals gespecificeerd in dit verzoekschrift;
veroordeling van elke gedaagde tot betaling aan de rekening van de nalatenschap van [naam NV]. van de hieronder gespecificeerde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente:
3. de nalatenschap van [naam], vertegenwoordigd door [gedaagde 6], te veroordelen tot betaling aan de nalatenschap van een bedrag van USD 855.715,83;
4. [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling aan de nalatenschap van een bedrag van USD 84.125,51;
5. [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling aan de nalatenschap van een bedrag van USD 291.300,-;
6. de erfgenamen van [gedaagden 4] te veroordelen tot betaling aan de nalatenschap van een bedrag van USD 112.752,-;
7. de gezamenlijke erfgenamen aansprakelijk te stellen voor hun oproep aan OBNA om de middelen voor reparatie en onderhoud van het hotel niet vrij te geven;
8. de erfgenamen gezamenlijk aansprakelijk te stellen voor het verlies aan marktwaarde van het hotel als gevolg van het ontbreken van middelen voor reparatie en onderhoud.
Subsidair:
te gelasten dat de bovengenoemde geldbedragen worden afgetrokken van het aandeel van elke gedaagde uit zijn, haar, hun aandeel in de erfenis van de nalatenschap van de heer [erflater] en [erflaatster].

4.De beoordeling

4.1.
Zoals hiervoor vermeld, zijn er in het verleden tussen de erven diverse procedures gevoerd. In de procedure met nummer SXM202401464 was het verzoek gedaan om een vereffenaar te benoemen. Dat verzoek is door dit Gerecht toegewezen bij beschikking van 21 juli 2025. Het Gerecht overwoog:
“4.3. Het Gerecht stelt vast dat de nalatenschappen niet door een executeur worden beheerd en dat de erfgenamen de nalatenschappen ten dele onbeheerd laten, omdat nog altijd geen boedelbeschrijving is opgemaakt en geen aanvang is gemaakt met de verdeling. Slechts een onderdeel van de nalatenschappen, het hotel, wordt beheerd door [eiseres], waarbij de eerder door het Gerecht opgelegde verplichting om de rekening en verantwoording te laten opstellen door Atlas Accounting, niet wordt nagekomen. Het Gerecht zal daarom een vereffenaar benoemen, die tot taak heeft de nalatenschappen als een goed vereffenaar te beheren en te vereffenen (artikel 4:211 BW Pro). De vereffenaar dient met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te maken of te doen opmaken en schuldeisers op te roepen om hun vorderingen in te dienen. Voor zover noodzakelijk voor de voldoening van schulden van de nalatenschappen, zal de vereffenaar de goederen van de nalatenschappen te gelde moeten maken. De vereffenaar zal bij de vervulling van de taak de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigen; deze erfgenamen zijn niet bevoegd zonder hun medewerking of zonder machtiging van het gerecht over de goederen van de nalatenschap of hun aandeel daarin te beschikken (artikel 4:211 lid 2 BW Pro).
4.4.
De erfgenamen dienen mee te werken aan de vereffening en het opstellen van de boedelbeschrijving en zijn verplicht om alle informatie te verstrekken die nodig is voor de vereffening, zoals gegevens over bezittingen, schulden en bankrekeningen. Zij dienen toegang te verschaffen tot de percelen en het daarop gebouwde, die behoren tot de nalatenschappen. Tevens zal [eiseres] rekening en verantwoording dienen af te leggen aan de vereffenaar over het door haar gevoerde beheer over het hotel. Voor het verbinden van dwangsommen aan de verplichting om mee te werken met de vereffenaar, ziet het Gerecht op dit moment onvoldoende aanleiding.”
4.2.
Om te proberen enige voortgang in de al lang slepende zaak te maken, besliste het Gerecht daarna in de beschikking onder meer het volgende:
“5.4. beveelt de erfgenamen om mee te werken aan de vereffening en het opstellen van de boedelbeschrijving, alle informatie te verstrekken die nodig is voor de vereffening en toegang te verlenen tot alle onroerende zaken die deel uitmaken van de nalatenschappen;
5.5.
beveelt [eiseres] om binnen twee maanden na deze beschikking rekening en verantwoording af te leggen aan de vereffenaar over het gevoerde beheer over het hotel;
5.6.
draagt de vereffenaar op binnen drie maanden een boedelbeschrijving in te dienen bij het Gerecht, ter inzage van de erfgenamen en schuldeisers;
5.7.
draagt de vereffenaar op binnen zes maanden nadat de voor het indienen van vorderingen gestelde tijd is verstreken, rekening en verantwoording en een uitdelingslijst in te dienen bij het Gerecht, ter kennisneming van een ieder;”
4.3. [
[eiseres] heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking en ook een procedure bij het Gemeenschappelijk Hof aanhangig gemaakt tot schorsing van de beschikking. Bij beschikking van 26 september 2025 heeft het Hof haar verzoek tot schorsing afgewezen.
4.4.
Zoals hiervoor onder 3. omschreven, stelt [eiseres] in deze procedure vorderingen in ten behoeve van de nalatenschap. [gedaagde 5] en haar rechtsopvolgers hebben hiertegen bezwaar gemaakt, omdat [eiseres] geen executeur is en aan haar door de andere erfgenamen geen toestemming is verleend om deze procedure te voeren. Het Gerecht is het daarmee eens. Vorderingen kunnen namens de nalatenschap worden ingesteld door de executeur, de bewindvoerder of de vereffenaar. [eiseres] is geen van alle.
4.5.
Een mogelijkheid is ook dat een procedure wordt gevoerd door één van de erfgenamen, als dat met instemming van de andere erfgenamen is. Dat is hier duidelijk niet het geval. Ter zitting heeft [eiseres] desgevraagd verklaard dat zij bevoegd is, omdat er aan het hotel betaald moet worden. Dat is niet juist. Als er op enig moment afgerekend moet worden, dan zal dat op een gezamenlijke rekening moeten gebeuren, niet op de rekening van het hotel.
4.6.
Wat hiervoor is opgemerkt over [eiseres] als eiseres, geldt helemaal voor [naam NV]. Die vennootschap ziet slechts op de exploitatie van het hotel en kan dus sowieso geen vordering namens de nalatenschap instellen.
4.7.
Voor de subsidiair ingestelde vordering geldt hetzelfde. Dat betekent dat [eiseres] en [naam NV] niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun vorderingen.
proceskosten
4.8.
Gezien de familierelatie tussen partijen, zullen de proceskosten ditmaal nog worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
ten slotte
4.9.
Allebetrokken erfgenamen zullen nu hun medewerking moeten verlenen aan verzoeken van de vereffenaar. Mogelijke toekomstige bevelen van het Gerecht zullen met een dwangsom worden versterkt. De nalatenschap is 19 (!) jaar geleden opengevallen deze moet nu echt op korte termijn kunnen worden afgerond.

5.De beslissing

Het Gerecht:
5.1.
verklaart [eiseres] en [naam NV] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
5.2.
compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025.