ECLI:NL:OGEAM:2025:128

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
SXM202501214
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating huurder tot woning na onrechtmatige uitzetting zonder renovatiewerkzaamheden

De huurder had de woning tijdelijk verlaten voor renovatiewerkzaamheden, maar constateerde later dat de sloten waren vervangen en haar persoonlijke bezittingen werden achtergehouden. De verhuurder had geen renovaties uitgevoerd en kon ook niet aangeven wanneer die zouden starten.

De huurder vorderde onder meer herstel van toegang tot de woning, teruggave van persoonlijke bezittingen, en het voorkomen van ontruiming zonder gerechtelijk bevel. De verhuurder stelde dat de huurder niet meer zou worden toegelaten vanwege een vermeende achterstand in energierekeningen, welke door de huurder werd betwist met bewijs van lopende betaling en erkende problemen bij de energieleverancier.

De rechtbank oordeelde dat de huurder onrechtmatig was uitgezet en dat de toegang tot de woning moest worden hersteld totdat daadwerkelijke renovaties starten. De huurprijs werd vastgesteld op USD 600,- per maand tot die tijd. Vorderingen die verder gingen dan deze onmiddellijke maatregelen werden afgewezen wegens ongeschiktheid voor kort geding. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De huurder wordt toegelaten tot de woning met een huurprijs van USD 600,- totdat renovaties daadwerkelijk starten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202501214
Vonnisdatum: 3 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonend in Sint Maarten,
eiseres,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde 1],
wonend in Sint Maarten,
gedaagde,
verschenen bij gemachtigde: [gemachtigde]
en
[gedaagde 2],
wonend in Sint Maarten,
gedaagde,
verschenen bij gemachtigde: [gemachtigde].
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] of verhuurder worden genoemd.

1.Verloop van de procedure

1.1. [
eiseres] heeft op 14 november 2025 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 26 november 2025 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij [eiseres] is verschenen. Gedaagden hebben zich laten vertegenwoordigen door [gemachtigde]. Van de behandeling is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1. [
eiseres] is huurder van een woning gelegen aan [adres], Sint Maarten, op grond van een schriftelijke huurovereenkomst van 24 april 2020 met [gedaagden]. [beheerder] beheert het pand, communiceerde over de huur en reparaties en coördineerde renovaties.
De overeengekomen maandelijkse huur bedroeg 900,- USD en bij aanvang van de huurovereenkomst heeft [eiseres] een borgsom van 1.800,- USD betaald.
2.2.
In september 2025 heeft de Huurcommissie Sint Maarten een uitspraak gedaan waarin de verhuurder werd verplicht om zowel binnen- als buitenreparaties uit te voeren en een huurkorting toe te passen tot USD 600,-.
2.3.
Er zijn tot vandaag geen renovatiewerkzaamheden verricht.

3.De vorderingen van [eiseres]

3.1. [
eiseres] vordert van het Gerecht:
1. gedaagden] te gelasten om de toegang van de [eiseres] tot het pand aan [adres] te herstellen, met inbegrip van de teruggave van alle achtergehouden persoonlijke bezittingen. De rechtbank kan indien nodig een politie-escorte toestaan om een veilige toegang te waarborgen.
2. Ervoor te zorgen dat alle in het pand achtergebleven voorwerpen worden bewaard en onbeschadigd aan de [eiseres] worden teruggegeven.
3. Voorkom dat [gedaagden] verdere stappen ondernemen om de [eiseres] uit te zetten zonder een gerechtelijk bevel of een uitspraak van de Huurcommissie.
4. Erkennen dat [gedaagden] [eiseres] onrechtmatig hebben uitgezet. Erkennen dat dit emotionele stress en angst heeft veroorzaakt. Erkennen dat [eiseres] het rustig genot van zijn huurwoning is ontnomen, waaronder de verstoring van zijn recht om ongestoord in de woning te wonen. [eiseres] een passende vergoeding toekennen voor de tijd, moeite en persoonlijke betrokkenheid die zij als zelfvertegenwoordigde partij in deze zaak heeft gestoken.
5. Verleen passende compensatie voor de tijd, inspanningen en persoonlijke betrokkenheid van de [eiseres] bij het voeren van deze zaak als zelfvertegenwoordigde partij.
Verleen compensatie aan [eiseres] voor de kosten, het ongemak en het verlies van het gebruik van de woning gedurende de periode dat deze tijdelijk werd verlaten op grond van de renovatieovereenkomst, indien er geen renovaties zijn uitgevoerd of indien [gedaagden] geen bewijs kunnen leveren dat de woning onbewoonbaar was.
6. [ gedaagden] te gelasten bewijs te leveren van hun wettelijke recht om het onroerend goed te beheren of te verhuren, of de rechtbank toe te staan informatie van de regering van Sint Maarten met betrekking tot eigendoms- of pachtrechten in overweging te nemen.
7. Indien wordt vastgesteld dat [gedaagden] geen wettelijk eigendomsrecht of bevoegdheid hebben over het onroerend goed aan [adres], dient het Gerecht een vergoeding toe te kennen voor alle schade die zij als gevolg van hun handelingen heeft geleden.
8. [ gedaagden] veroordelen tot het dragen van de kosten van deze procedure.
9. Verdere of andere maatregelen toekennen die de rechtbank rechtvaardig en billijk acht.
Ter zitting heeft [eiseres] deze vorderingen nog aangevuld met de vordering om weer tot het gehuurde te worden toegelaten.
3.2. [
eiseres] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.
[eiseres] heeft op 14 oktober 2025 in onderling overleg tijdelijk het pand verlaten om gedurende een maand renovatiewerkzaamheden mogelijk te maken.
Op 4 november 2025 ontdekte [eiseres] dat de sloten zonder kennisgeving waren vervangen en haar persoonlijke bezittingen waren achtergehouden. [eiseres] ontving via Whatsapp een uitzettingsbevel op 8 november 2025, waarin werd vermeld:
“Het huis wordt in de wacht gezet en zal niet klaar zijn voor 14 november 2025”en
verder dat
“het huis in deze staat niet kan worden verhuurd”.
In hetzelfde bericht werd verwezen naar een openstaande GEBE-rekening, noemde hij de borgsom en concludeerde hij dat de huurder "niets in het huis had om op te halen".
3.3.
Deze zaak is urgent omdat [eiseres] de toegang tot het woonhuis aan [adres] is ontzegd, ondanks de tijdelijke renovatieovereenkomst, en
haar persoonlijke bezittingen zijn achtergehouden. Zonder onmiddellijke hulp loopt verzoekster het risico dakloos te worden.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang4.1. Het spoedeisend belang volgt uit de aard van een aantal vorderingen.
Inhoudelijke overwegingen
4.2. [
eiseres] heeft zich op 20 juni 2025 gewend tot de Huurcommissie in verband met door haar gestelde gebreken aan de door haar gehuurde woning. De Huurcommissie heeft ter plaatse onderzoek gedaan, in aanwezigheid van [beheerder] en [eiseres]. De commissie stelde scheuren en lekkage vast en kwam tot het oordeel dat dit een aanzienlijke beperking van het huurgenot opleverde. In de eindbeslissing van 15 september 2025 werd de verhuurder aanbevolen om advies in te winnen bij de huizen inspectie van VROMI in verband met de hoognodige reparaties aan het gebouw. De commissie stelde verder dat de huurprijs werd verlaagd tot USD 600,- totdat de gebreken zouden zijn verholpen.
4.3.
In overleg tussen partijen werd overeengekomen dat [eiseres] de woning per 14 oktober 2025 voor de periode van een maand zou verlaten, opdat de verhuurder de renovatiewerkzaamheden zou kunnen doen uitvoeren. Er is niets gebleken van de stelling dat [eiseres] het renovatieproces heeft gefrustreerd, zoals ter zitting door Joseph werd voorgelezen in haar pleitnota.
4.4. [
eiseres] heeft de woning op 14 oktober 2025 verlaten. [eiseres] bemerkte drie weken later, op 4 november 2025, dat zij de woning niet meer in kon, omdat de verhuurder nieuwe sloten op de deuren had gezet. Volgens het schriftelijk pleidooi van verhuurder ter zitting was dat gebeurd uit veiligheidsoverwegingen, omdat [eiseres] haar sleutels niet had ingeleverd. Ter zitting moest de gemachtigde erkennen dat zij zelf deze sleutels van [eiseres] in ontvangst had genomen, dus die stelling van verhuurder verwerpt het Gerecht.
4.5.
Ook werd ter zitting duidelijk dat er op dit moment nog helemaal niets aan de woning was gedaan.
4.6.
Verhuurder stelt verder dat [eiseres] niet meer in het gehuurde zal worden toegelaten, omdat zij een forse achterstand in de betaling van de rekeningen van GEBE heeft laten ontstaan.
[eiseres] stelt daar tegenover dat de problemen met GEBE te wijten zijn aan een computer hack bij dat bedrijf in 2022. Zij betaalt de ‘lopende’ termijnen wel en heeft voldoende onderbouwd dat zij over de door GEBE gestelde achterstand met GEBE contact heeft gehad, dat de problemen door GEBE zijn erkend en dat zij de zaak in onderzoek hebben. Grond voor een ontbinding van de huurovereenkomst is hier op dit moment niet in gelegen en een daarop vooruitlopende ontruiming al helemaal niet.
4.7.
Het komt er dus feitelijk op neer dat [eiseres] is ontruimd, terwijl er nu niets gebeurt. [gemachtigde] kon ter zitting ook niet aangeven, per wanneer er wel gerenoveerd zou gaan worden; dat was nog afhankelijk van de financiële middelen, die er nu niet zijn.
[eiseres] stelt dat de gebreken er al zeer geruime tijd waren en dat zij onder deze omstandigheden weer in de woning terug wil, als er geen renovatie plaatsvindt. De vordering onder 1. zal worden toegewezen. [eiseres] zal moeten worden toegelaten in de door haar gehuurde woning, totdat de verhuurder daadwerkelijk met de renovatiewerkzaamheden zal beginnen. De verschuldigde huurprijs bedraagt tot dat moment USD 600,- per maand,
4.8.
De vorderingen onder 2. en 3. zijn ook toewijsbaar. Dat geldt niet voor de vorderingen onder 4. tot en met 7., want deze vorderingen kunnen niet in een kort geding procedure worden toegewezen; daarvoor zal [eiseres] een bodemprocedure moeten beginnen.
4.9. [
gedaagden] zullen als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op:
explootkosten Cg 269,50
zegelkosten Cg 30,00
griffierecht
Cg 450,00+
totaal: Cg 749,50.

5.De beslissing

Het Gerecht:
Rechtdoende in kort geding:
5.1.
gelast [gedaagden] om de toegang van [eiseres] tot het pand aan [adres] te herstellen, met inbegrip van de teruggave van alle achtergehouden persoonlijke bezittingen en bepaalt dat de bewoning voortduurt totdat de verhuurder daadwerkelijk met de renovatiewerkzaamheden zal beginnen, tegen een huurprijs tot dat moment van USD 600,- per maand;
5.2.
bepaalt dat [gedaagden] ervoor moeten zorgen dat alle in het pand achtergebleven voorwerpen onbeschadigd aan [eiseres] worden teruggegeven;
5.3
verbiedt [gedaagden] stappen ondernemen om [eiseres] uit te zetten zonder een gerechtelijk bevel of een uitspraak van de Huurcommissie;
5.4.
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op Cg 749,50;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door J. Michels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.