ECLI:NL:OGEAM:2025:134

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
SXM202500120
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betekenis van “Personal effects” in scheepsverzekering en vergoeding persoonlijke eigendommen

Eiser heeft een Marine Hull, Protection & Indemnity Insurance afgesloten voor zijn schip, inclusief een dekking voor “Personal Effects” van USD 25.000,-. Na brand en zinken van het schip heeft Nagico de schade aan de romp en dinghy deels vergoed, maar geen vergoeding voor de persoonlijke eigendommen aan boord gedaan.

Het geschil betreft de uitleg van de term “Personal effects” in de polis, die niet is gedefinieerd. Eiser stelde dat hiermee zijn volledige inboedel aan boord was verzekerd, terwijl Nagico meende dat het alleen ging om bootgerelateerde items. Het gerecht past het contra proferentem-beginsel toe en geeft de voorkeur aan de uitleg van eiser.

Eiser heeft zijn schade met lijsten en aankoopbewijzen onderbouwd, en het gerecht acht zijn verklaringen geloofwaardig. Nagico heeft onvoldoende gespecificeerd welke items niet zouden zijn verzekerd en het rapport van een marine surveyor wordt minder zwaar gewogen. Het gerecht veroordeelt Nagico tot betaling van USD 25.000,- plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Nagico wordt veroordeeld tot betaling van USD 25.000,- voor persoonlijke eigendommen aan boord, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202500120
Vonnisdatum: 18 november 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende in Denemarken,
eiser,
gemachtigde: mr. J.G. Snow,
tegen
de naamloze vennootschapNATIONAL GENERAL INSURANCE CO. (NAGICO) N.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: mr. R.F. Gibson jr.
Partijen zullen hierna [eiser] en Nagico worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het inleidend verzoekschrift met producties, op 3 februari 2025 ter griffie ingediend;
  • de conclusie van antwoord.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 2 oktober 2025 plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen ([eiser] via videoverbinding), Nagico vertegenwoordigd door de heer [naam] en hun gemachtigden. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag. Partijen hebben na afloop van de mondelinge behandeling te kennen gegeven nog te willen proberen deze zaak te regelen, door hun visie te geven over de lijsten, die [eiser] als onderbouwing van zijn schade heeft opgesteld. Partijen zouden op 15 oktober 2025 laten weten of dat was gelukt.
Dat is niet gebeurd. Mede namens de wederpartij stuurde mr. Snow op 6 november 2025 een bericht aan het Gerecht dat het partijen niet was gelukt een regeling te treffen.
2. De feiten
2.1.
Op 17 augustus 2022 heeft [eiser] bij Nagico voor zijn schip [naam schip] een Marine Hull, Protection & Indemnity Insurance afgesloten, onder polisnummer [polisnummer] (hierna: de polis). Op deze polis staan de volgende verzekerde sommen vermeld:
Hull: US$ 210.000,-
Dinghy: US$ 5.000,-
Outboards: US$ 2.700,-
Cargo: US$ 0,-
Personal Effects
US$ 25.000,-
Sum insured: US$ 242.700,-
Iternized Premium: US$ 5.910,75
2.2.
Op 8 september 2022 was eiser met zijn boot [naam schip] aan het varen in de wateren rondom Martinique en is er 6 mijl uit de kust brand uitgebroken aan boord. Het gevolg was dat [naam schip] volledig is uitgebrand en gezonken en dat er qua persoonlijke eigendommen ook niets meer gered kon worden. Eiser heeft het ongeval overleefd. [naam schip] is ‘total loss’ verklaard,
2.3.
Voor de schade van de 'Hull' heeft Nagico een bedrag van USD 199.500,- aan eiser uitgekeerd. Met betrekking tot de 'Outboards' waren partijen het erover eens dat deze geen schade hebben opgelopen. Voor de schade aan de 'Dinghy' zijn partijen een vergoeding van USD 1.250,- overeengekomen.
2.4.
Nagico heeft geen uitkering willen doen voor de “Personal Effects”.

3.Het geschil

3.1. [
eiser] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Nagico te veroordelen tot betaling van een bedrag van USD 1.250,- voor het verlies van zijn Dinghy en te veroordelen tot betaling van een bedrag van USD 25.000,= voor het verlies van al zijn "Personal property" aan boord van [naam schip] op 8 september 2022, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 8 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, en Nagiço te veroordelen in de kosten van dit geding, de griffierechten en zegels daaronder begrepen.
3.2. [
eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Hij woonde met zijn gezin op [naam schip] en zeilde daarmee rond de wereld. Daarom had hij onder andere zijn totale huisraad aan boord gebracht. Zijn eigen woning in Denemarken had hij verkocht. Op verzoek van Nagico heeft hij zoveel mogelijk bonnen en aankoopbewijzen teruggezocht van de aan boord aanwezige zaken.
3.3.
Nagico heeft als verweer gevoerd dat het bij schade aan de verzekerde is om de schade te bewijzen. [eiser] heeft niet voldoende aangetoond en/of aannemelijk heeft gemaakt dat zich ten tijde van de brand persoonlijke bezittingen ter waarde van USD 25.000,- aan boord van het vaartuig bevonden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De eerste vraag in dit geschil is wat in de polis onder de dekking van de “Personal effects” valt. Nagico is van mening dat het moet gaan om items voor de boot zelf, zoals vis-uitrusting, duik-uitrusting en veiligheidszaken. Persoonlijke zaken vallen normaal gesproken onder een inboedelpolis.
4.2. [
[eiser] verklaarde dat hij deze polis had afgesloten en dat het bedrag van USD 25.000,- door hem aan de vertegenwoordigster van Nagico was opgegeven. Hij was er daarbij van uit gegaan dat hij hiermee zijn persoonlijke bezittingen had verzekerd.
4.3.
De polis en ook de daarbij behorende polisvoorwaarden definiëren het begrip “Personal effects” niet. Bij het sluiten van de verzekering heeft Nagico niet aan [eiser] gevraagd om een nadere opgave van wat hij wenste te verzekeren. Ook verder onderzoek naar dit onderdeel heeft Nagico niet gedaan en er zijn geen voorbehouden gemaakt. Onder deze omstandigheden gaat het voordeel van de twijfel naar [eiser] van wat de betekenis van de term is en wat er onder het begrip “Personal Effects” is begrepen. Het is niet onlogisch dat met de term wordt bedoeld, zoals [eiser] deze heeft begrepen: het verzekeren van zijn totale inboedel.
Volgens het ‘contra proferentem-beginsel’ wordt een onduidelijke bepaling in een overeenkomst uitgelegd in het nadeel van degene die de bepaling heeft opgesteld. Dit betekent dat Nagico die de overeenkomst heeft opgesteld, verantwoordelijk is voor de duidelijkheid van de tekst, en bij onduidelijkheid de consequenties daarvan draagt.
4.4.
De polisvoorwaarden bepalen in artikel 11.8 het volgende:
“The liability of the Underwriters under this clause 11, in respect of any one accident or series of accidents arising out of the same event, shall in no case exceed the sum stated for this purpose in the Schedule to the policy (…)”Het op de polis vermelde bedrag van USD 25.000,- is dus de maximale som, ook al zou de schade groter zijn dan dat bedrag.
4.5.
Ter zitting heeft Nagico bevestigd dat de in de polisvoorwaarden vermelde nieuw-voor-oud clausule niet gold voor de schade aan Personal Effects.
4.6. [
[eiser] stelt zich op het standpunt dat al zijn persoonlijke bezittingen (en die van zijn gezin) aan boord waren, omdat hij met zijn gezin een wereldreis zou gaan maken. Hij had zijn woning in Denemarken verkocht en daar geen bezittingen meer. De [naam schip] was echter gezonken en lag op 1.500 meter diepte op de bodem van de oceaan, dus beide partijen hebben dat niet kunnen onderzoeken.
Ter onderbouwing van zijn schade heeft [eiser] lijsten aan Nagico ter hand gesteld, waarop hij zijn bezittingen heeft beschreven: kleding, camera’s met toebehoren, electonica, gereedschap en diversen. Van een heel groot deel daarvan heeft hij aankoopbewijzen overgelegd. In totaal heeft hij zodoende een bedrag van ruim USD 36.000,- onderbouwd.
4.7.
Nagico stelt zich op het standpunt dat het de verzekerde, in dit geval [eiser], is, die de schade moet bewijzen. Het overleggen van aankoopbewijzen is daartoe niet voldoende, want daarmee heeft [eiser] niet aangetoond dat de desbetreffende zaken ook daadwerkelijk aan boord waren. Bovendien staan er zaken op, die volgens Nagico al onder een andere noemer door Nagico zijn vergoed, aldus Nagico.
4.8.
Nagico heeft zowel ter plaatse als in Denemarken onderzoek laten doen naar het ongeval en de geloofwaardigheid van de verklaringen van [eiser]. De onderzoeker is daarbij tot de conclusie gekomen dat [eiser] volkomen geloofwaardige verklaringen heeft afgelegd, in overeenstemming met de feiten en getuigenverklaringen.
Nagico heeft in de periode vanaf het ongeval tot het instellen van de vordering bij dit Gerecht niet onderbouwd op welke onderdelen de door [eiser] opgestelde lijst niet zou voldoen. Met andere woorden, over welke zaken op de lijst [eiser] ten onrechte zou verklaren dat deze aan boord van de [naam schip] waren. [eiser] heeft zelfs aan Nagico aangeboden de gegevens van personen door te geven, die zouden kunnen bevestigen dat hij zijn huis had verkocht en dat alle opgegeven zaken aan boord gebracht.
4.9.
Het Gerecht is daarom van oordeel dat [eiser] zijn schade voldoende heeft onderbouwd en aangetoond. Nagico stelt dat er enige zaken op de lijst voorkomen, die zij al onder een andere noemer zou hebben vergoed. Ook dit heeft Nagico niet verder gespecificeerd, maar zelfs als dat wel het geval zou zijn, dan moet dat geacht worden te zitten in het verschil tussen het opgegeven bedrag van USD 36.000,- en het verzekerde bedrag van USD 25.000,-. Op de lijst komt bij “various” een serie zwemvesten en rescue mobs voor, die mogelijk bij het schip zelf al verzekerd waren, maar dat telt slechts op tot totaal USD 2.100,-.
4.10.
Nagico heeft verwezen naar het rapport van een ‘marine surveyor’, die verklaart dat naar zijn mening de waarde van de Personal Effects niet meer zou zijn dan USD 7.500,-. Deze surveyor had op dat moment echter niet de beschikking over de gespecificeerde lijst van [eiser], dus heeft daar ook niet op kunnen reageren. Bovendien gaat dat om een ‘bootdeskundige’, terwijl een ‘inboedeldeskundige’ daar mogelijk een betere mening over had kunnen geven. Het Gerecht gaat hier daarom verder aan voorbij.
4.11.
De vordering van [eiser] ter zake van de Personal Effects is toewijsbaar. Tijdens deze procedure heeft Nagico de eerder toegezegde uitkering voor de Dinghy alsnog voldaan, waarna [eiser] zijn vordering op dat punt heeft ingetrokken.
4.12.
Nagico zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:
explootkosten Cg 269,50
zegelkosten Cg 10,00
griffierecht Cg 750,00
salaris gemachtigde
Cg 3.000,00+ (2 punten x tarief 6 á Cg 1.500,-)
totaal: Cg 4.029,50

5.De beslissing

Het Gerecht:
5.1.
veroordeelt Nagico tot betaling aan [eiser] van een bedrag van USD 25.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 8 september 2022 tot aan de dag van algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt Nagico in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op Cg 4.029,50;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025.