ECLI:NL:OGEAM:2025:135

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
SXM202501185
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing straat- en contactverbod wegens bedreigingen en angst in echtscheidingsprocedure

Eiseres en gedaagde zijn gehuwd en wonen sinds 2018 gescheiden in dezelfde woning. Na meerdere incidenten, waaronder bedreigingen met een vuurwapen, heeft eiseres de woning verlaten en vordert zij een straat- en contactverbod tegen gedaagde.

Tijdens de procedure heeft gedaagde zijn steun aan eiseres benadrukt, maar ontkent de incidenten. Het gerecht neemt de gedetailleerde incidenten van eiseres als juist aan, omdat gedaagde deze niet heeft weersproken.

Het gerecht oordeelt dat de ernst van de bedreigingen, waaronder het bezit van een vuurwapen, voldoende aanleiding geeft voor het opleggen van de gevorderde verboden. De maatregelen gelden voor drie maanden en zijn uitvoerbaar bij voorraad. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het gerecht wijst het straat- en contactverbod toe voor drie maanden met een dwangsom bij overtreding.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202501185
Vonnisdatum: 20 november 2025
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende in Sint Maarten,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.J. Rogers,
tegen
[gedaagde],
wonende in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: dhr. R.E. Duncan.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.

1.Verloop van de procedure

1.1. [
eiseres] heeft op 6 november 2025 een verzoekschrift ingediend. Partijen hebben op 13 november 2025 aanvullende stukken in het geding gebracht. Vervolgens heeft op 14 november 2025 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen en de gemachtigden zijn verschenen en het woord hebben gevoerd. De gemachtigden hebben een pleitnota voorgedragen en aan het Gerecht overgelegd.
1.2.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op 12 september 2025 in Sint Maarten gehuwd. Uit het huwelijk is één inmiddels meerderjarig kind geboren: [naam kind]. Hij woonde tot 4 oktober 2025 met zijn vader en moeder in de woning aan [adres] in Sint Maarten.
2.2.
Sinds 2018 wonen partijen gescheiden in dezelfde woning; [gedaagde] op de bovenverdieping en [eiseres], mede in verband met haar medische problemen, op de benedenverdieping.
2.3.
Na een aantal incidenten hebben [eiseres] en [kind] de woning op 4 oktober 2025 verlaten.

3.Het geschil

3.1. [
eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. gedaagde] te verbieden om direct na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zich te bevinden binnen een straal van 150 meter van de echtelijke woning gelegen aan [adres] te Sint Maarten, met machtiging van [eiseres] om [gedaagde] desnoods met behulp van de sterke arm te doen verwijderen bij overtreding van dit verbod op straffe van een dwangsom van USD 1.000,- voor iedere keer dat [gedaagde] dit verbod overtreedt;
2. [ gedaagde] te verbieden om direct na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zich op welke wijze dan ook (inclusief maar niet beperkt tot telefonisch, per SMS, per WhatsApp, per e-mail, per post, per Facebook of andere elektronische wegen) contact op te nemen met [eiseres], op straffe van een dwangsom van USD 1.000.- voor iedere keer dat [gedaagde] dit verbod overtreedt;
3. [ gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het in deze te wijzen vonnis.
3.2. [
eiseres] heeft in haar verzoekschrift een aantal incidenten beschreven. Zij stelt dat zij voor haar leven vreest aangezien zij niet weet waar [gedaagde] op dit moment toe in staat is. [gedaagde] heeft herhaaldelijk [eiseres] met de dood bedreigd. Gelet op het paranoïde gedrag, de haatdragende taal en bedreigingen van [gedaagde], zijn de gevorderde maatregelen noodzakelijk.
3.3. [
gedaagde] voert tot zijn verweer dat hij wordt afgeschilderd als een vreselijke man, maar dat dat in werkelijkheid helemaal niet zo is. Hij stelt dat hij [eiseres] nooit fysiek heeft mishandeld. Zij heeft er zelf voor gekozen om weg te gaan uit de woning.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Bij de beoordeling geldt dat [gedaagde] in een gelijktijdig gevoerde procedure is veroordeeld om de echtelijke woning aan [adres] in Sint Maarten uiterlijk 4 december 2025 te verlaten.
4.2. [
gedaagde] heeft aangevoerd dat het echt niet zo slecht is geweest in het huwelijk als [eiseres] wil doen geloven. Hij heeft [eiseres] ook gedurende vele jaren alle steun en assistentie verleend bij verschillende momenten van haar ziekte. Zo heeft hij vrij genomen om [eiseres] tot steun te zijn bij ziekenhuisbezoeken in onder andere Colombia en New York. Ook heeft hij haar ouders geassisteerd, terwijl [eiseres] zelf met vakantie ging. Bij gelegenheid van het pleidooi heeft [gedaagde] diverse foto’s en stukken overgelegd om zijn standpunt te onderbouwen.
Het Gerecht twijfelt niet aan de juistheid van wat [gedaagde] heeft aangevoerd en verklaard, maar dat is niet waar het op dit moment om gaat.
4.3. [
eiseres] heeft gedetailleerd een aantal incidenten tussen partijen uit de afgelopen jaren beschreven. [gedaagde] heeft verklaard het niet nodig te vinden om daarop te reageren, onder de opmerking dat dat allemaal niet relevant is. Het Gerecht denkt daar anders over; de beschreven incidenten zijn relevant om tot een oordeel te komen over de voorliggende vorderingen. [gedaagde] heeft ze niet weersproken, dus zal het Gerecht uitgaan van de juistheid van de stellingen van [eiseres].
4.4.
Contactverboden en straatverboden vormen inbreuken op rechten van een mens om vrijelijk te communiceren en zich vrijelijk te verplaatsen. Toewijzing van zulke vorderingen is daarom pas aan de orde, als het gaat om feiten en omstandigheden die in een kort geding voldoende aannemelijk zijn en die een dergelijke inbreuk kunnen rechtvaardigen.
4.5.
Zonder alle gestelde incidenten te noemen, is het Gerecht van oordeel dat ze bij elkaar voldoende zijn om het gevorderde straat- en contactverbod toe te wijzen. Het Gerecht vindt het zeer voorstelbaar dat met name de dreigementen, geuit nadat [gedaagde] aan [eiseres] had gemeld dat hij thuis een vuurwapen zou hebben, bij [eiseres] een enorme angst heeft doen ontstaan (“I will kill Any man comig in my house” en tijdens het incident van 13 september 2025 dat hij een bloedbad zou aanrichten). Het voorgaande geldt temeer, omdat [gedaagde] in het kader van zijn beroep over een vuurwapen kan beschikken.
4.6.
De echtscheidingsprocedure tussen partijen is inmiddels aanhangig gemaakt en in januari 2026 is daarin een eerste zitting. Het is zaak dat er in ieder geval tot die tijd zoveel mogelijk rust tussen partijen zal zijn. Gelet op het ingrijpende karakter van de op te leggen maatregelen, zullen die op dit moment voor een beperkte periode van drie maanden worden opgelegd. Daarbij merkt het Gerecht in reactie op de opmerkingen van de gemachtigde van [gedaagde] op dat het bij het contactverbod uiteraard gaat om het
opnemenvan contact door [gedaagde] met [eiseres]. Contact in verband met de echtscheidingsprocedure kan vooralsnog via de advocaten lopen. Het op te leggen verbod geldt niet voor de nog vast te stellen zittingen.
4.7.
Het Gerecht ziet onvoldoende aanleiding om op dit moment af te wijken van het gebruik dat in familiezaken de proceskosten worden gecompenseerd.

5.De beslissing

Het Gerecht:
Rechtdoende in kort geding:
5.1.
verbiedt [gedaagde] om vanaf 14 dagen na betekening van de beschikking in de zaak met nummer SXM202501186 voor een periode van drie maanden zich te bevinden binnen het gebied, zoals in geel aangegeven en aangehecht aan dit vonnis, kort gezegd: de hele [straatnaam] en de hele [straatnaam] in Philipsburg (Fort William) in Sint Maarten, met machtiging van eiseres om gedaagde desnoods met behulp van de sterke arm te doen verwijderen bij overtreding van dit verbod op verbeurte van een dwangsom van USD 1.000,- voor iedere keer dat [gedaagde] dit verbod overtreedt;
5.2.
verbiedt [gedaagde] om direct na betekening van dit vonnis zich op welke wijze dan ook (inclusief maar niet beperkt tot telefonisch, per SMS, per WhatsApp, per e-mail, per post, per Facebook of andere elektronische wegen) contact op te nemen met [eiseres], op verbeurte van een dwangsom van USD 1.000,- voor iedere keer dat [gedaagde] dit verbod overtreedt;
5.3.
compenseert de proceskosten, iedere partij draagt de eigen kosten;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.