ECLI:NL:OGEAM:2025:140

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
100.00058/25
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beslissing RC
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:273 SrArt. 92 SvArt. 100 SvArt. 101 SvArt. 110 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot bewaring verdachte wegens ernstige bezwaren ondanks onrechtmatige inverzekeringstelling

Op 23 december 2025 heeft de officier van justitie bij de rechter-commissaris van het Gerecht in eerste aanleg Sint Maarten een vordering ingediend tot het verlenen van een bevel tot bewaring tegen de verdachte, verdacht van een strafbaar feit waarop een gevangenisstraf van zes jaren of meer staat.

De verdachte werd gehoord in aanwezigheid van zijn raadsvrouw, die primair verzocht de vordering af te wijzen wegens het ontbreken van ernstige bezwaren en subsidiair de voorlopige hechtenis te schorsen. De rechter-commissaris oordeelde dat ondanks een eerdere onrechtmatige inverzekeringstelling, de bewaring kan worden bevolen indien voldoende ernstige bezwaren en gronden bestaan.

De rechter-commissaris stelde vast dat er ernstige bezwaren zijn, mede gezien de aard van het misdrijf, eerdere contacten van de verdachte met justitie en het risico op herhaling door psychische en sociale problemen. Het verzoek tot schorsing werd afgewezen omdat het strafvorderlijk belang zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van de verdachte.

De rechter-commissaris heeft daarom de bewaring voor acht dagen bevolen en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen. De voorlopige hechtenis zal worden uitgevoerd in een huis van bewaring op Sint Maarten.

Uitkomst: Bewaring van de verdachte voor acht dagen bevolen en verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis afgewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

RECHTER-COMMISSARIS BELAST MET DE BEHANDELING VAN STRAFZAKEN

De officier van justitie te Sint Maarten heeft op 23 december 2025 een vordering ingediend bij de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij het Gerecht in eerste aanleg Sint Maarten, strekkende tot het verlenen van een bevel tot bewaring tegen de verdachte:
naam: [naam verdachte]
adres: thans gedetineerd.
in verband met de verdenking van de strafbare gedraging als omschreven in artikel 2:273, eerste lid, juncto artikel 2:273, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De officier van justitie heeft bij zijn vordering stukken gevoegd, waaruit blijkt welke opsporingshandelingen door de politie zijn verricht en wat de resultaten daarvan zijn geweest.
De verdachte is in aanwezigheid van zijn raadsvrouw mr. S.R. Bommel op de vordering gehoord; van het verhoor is een proces-verbaal opgemaakt.
De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering af te wijzen vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren en gronden en subsidiair verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte te schorsen.

BEOORDELING VAN DE VORDERING

Uit de door de officier van justitie verschafte stukken kan worden afgeleid dat er ernstige bezwaren bestaan tegen de verdachte ter zake van bovengenoemde verdenking. Hiervoor is voorlopige hechtenis toegelaten.
Als gronden voor de voorlopige hechtenis gelden:
- Er blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid die de onverwijlde vrijheidsontneming vordert, namelijk:
o wegens het vermoedelijk begane feit kan een gevangenisstraf van zes jaren of meer worden opgelegd;
het wordt door de samenleving immers onaanvaardbaar geacht indien, ingeval van een strafbare gedraging als de onderhavige, de verdachte de berechting in vrijheid zou mogen afwachten;
 er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld;
de verdachte is eerder met politie en/of justitie in aanraking geweest;
hetgeen waarvan de verdachte wordt verdachte is gepleegd onder invloed van psychische, relationele en/of sociale problemen, waarvoor nog geen oplossing is gevonden, zodat alleen daarom al voor herhaling moet worden gevreesd.
De raadsvrouw heeft verwezen naar artikel 413 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Zij stelt dat door de vordering bewaring in te stellen, de officier feitelijk een beroep instelt tegen de eerdere beslissing van de rechter-commissaris om de inverzekeringstelling onrechtmatig te achten. Een verzuim zoals in dit geval kan niet worden hersteld, tenzij de rechtsorde door de invrijheidstelling van de verdachte zodanig ernstig zou worden geschokt, dat het algemene belang voortzetting van de vrijheidsbeneming bepaaldelijk vordert. Dat is hier niet aan de orde, aldus de raadsvouw.
De rechter-commissaris is het daar niet mee eens. Hij is van oordeel dat het niet gaat om het herstel van een vormverzuim, maar om een vordering bewaring van de officier van justitie. Zo een vordering kan ook worden ingesteld als de eerdere inverzekeringstelling onrechtmatig is bevonden. De rechter-commissaris toetst dan of er voldoende ernstige bezwaren en gronden voor de bewaring bestaan. Aan het verlenen van een bevel tot bewaring staat niet in de weg dat de inverzekeringstelling onrechtmatig is bevonden.
Het verzoek tot afwijzing van de vordering zal reeds om die reden worden afgewezen.
De rechter-commissaris zal het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis ook afwijzen, omdat het strafvorderlijk belang thans zwaarder weegt dat de persoonlijke belangen van verdachte.
De navolgende beslissing is genomen op grond van de artikelen 92, 100, 101 en 110 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

De rechter-commissaris:
BEVEELT de bewaring van de verdachte voornoemd voor een termijn van acht dagen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
De voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring op Sint Maarten.
Deze beschikking is gegeven op 23 december 2025 om 16.24 uur door mr. L.J. Saarloos, rechter-commissaris te Sint Maarten, in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. van der Valk, griffier.
griffier, rechter-commissaris,