ECLI:NL:OGEAM:2026:10

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
SXM202501309
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 438 Rv SMArt. 843a Rv SM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing executie vonnis herstel gevelafwerking en afwijzing vorderingen tegenpartij

In deze zaak vordert Liccom N.V. schorsing van de executie van een eerder vonnis waarin zij is veroordeeld tot herstel van gebreken aan de gevelafwerking van een project voor APS. Liccom stelt dat het vonnis kennelijke misslagen bevat en dat uitvoering zonder medewerking van APS onmogelijk is. APS vordert in reconventie een verhoging van de dwangsom en inzage in financiële documenten van Liccom.

Het Gerecht overweegt dat het vonnis gemotiveerd is en geen evidente misslagen bevat. De termijn van vier maanden en de dwangsom behoeven geen nadere motivering. Wel vindt het Gerecht dat een belangenafweging moet plaatsvinden vanwege het ontbreken van motivering van de uitvoerbaarheid bij voorraad. Gelet op het esthetische karakter van het probleem en het risico op schade voor Liccom bij uitvoering, weegt het belang van Liccom zwaarder.

Daarom wordt de executie geschorst tot het hoger beroep is beslist. De vorderingen van APS tot verhoging van de dwangsom en inzage in financiële stukken worden afgewezen wegens gebrek aan rechtmatig belang. APS wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De executie van het vonnis wordt geschorst tot het hoger beroep is beslist en de vorderingen van APS worden afgewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202501309
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van
de naamloze vennootschap
LICCOM N.V.,
gevestigd te Sint Maarten
,
eiseres in conventie,
gedaagde in reconventie,
gemachtigde: mr. F. Kutluer,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
ALGEMEEN PENSIOENFONDS SINT MAARTEN,
gevestigd te Sint Maarten,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigden: mrs. S.N.J. Putter (Nederland) en H. Naas.
Partijen zullen hierna ook ‘Liccom’ en ‘APS’ worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het volgende:
  • het verzoekschrift
  • de conclusie van antwoord
  • de aanvullende producties 16 – 18 en de aanvullende ongenummerde productie (‘productie 19’) van Liccom
  • de aanvullende producties 14 – 16 van APS
  • de mondelinge behandeling van 14 januari 2026, waar partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun voornoemde gemachtigden die aan de hand van door hen overgelegde spreekaantekeningen de stellingen en verweren van partijen hebben toegelicht.
1.2.
Ten slotte is de beslissing (nader) bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1
Op 19 augustus 2025 heeft het Gerecht een eindvonnis gewezen in de zaak tussen partijen met registratie SXM202100488. In het vonnis is Liccom veroordeeld over te gaan tot het herstel van gebreken in de gevelafwerking van een project dat zij heeft uitgevoerd voor APS, binnen vier maanden na de datum van dat vonnis, bij gebreke waarvan Liccom een dwangsom zal verbeuren van Cg 2.000,00 per dag dat Liccom het gebod niet nakomt, met een maximum van Cg 500.000,00. In het vonnis is bepaald dat het herstel moet plaatsvinden overeenkomstig een daarop betrekking hebbend bindend advies.
2.2.
Het project waarom het gaat is opgeleverd op 2 augustus 2019, althans zijn op die datum de sleutels van het project overgedragen aan APS. Daarna heeft APS de laatste termijnbetaling gedaan minus een overeengekomen retentie van 5%. Vervolgens hebben partijen jaren gedebatteerd over de kwaliteit van de gevelafwerking en over de wijze waarop herstel daarvan zou moeten plaatsvinden. In dat kader hebben zij onder meer het hiervoor onder 2.1. genoemde bindend advies ingewonnen.
2.3.
Liccom kan zich niet met het vonnis van 19 augustus 2025 verenigen. Zij is daarvan op 29 september 2025 in appel gekomen. Intussen spraken partijen na het vonnis verder over een minder ingrijpende wijze van herstel dan waartoe Liccom in het vonnis is veroordeeld, maar daarover hebben zij geen overeenstemming kunnen bereiken. APS wilde best praten over een minder ingrijpende vorm van herstel, maar heeft Liccom in de tussentijd gehouden aan het vonnis, wat neerkomt op een herstel overeenkomstig het bindend advies.
2.4.
De in het vonnis gestelde termijn van vier maanden voor herstel is verstreken op 19 december 2025. Even daarvoor, op 4 december 2025, heeft Liccom het verzoekschrift in dit kort geding ter griffie ingediend.

3.De vordering

In conventie
3.1.
Liccom vordert om bij vonnis in kort geding de uitvoering van het tussen partijen gewezen vonnis van 19 augustus 2025 geheel dan wel gedeeltelijk te schorsen, althans de uitvoerbaarheid bij voorraad te schorsen totdat er een eindvonnis is gewezen in hoger beroep, met veroordeling van APS in de proceskosten.
3.2.
Aan haar vordering legt Liccom ten grondslag dat het vonnis een aantal kennelijke misslagen bevat. Zij stelt dat in het vonnis niet is uitgegaan van de juiste feiten en omstandigheden. Door niet alle feiten en omstandigheden mee te nemen, is er sprake van een onjuist oordeel. APS had niet ontvankelijk moeten worden verklaard in haar vorderingen. Voorts is niet gemotiveerd waarom maar vier maanden is gegeven voor herstel. Ook de uitvoerbaarheid bij voorraad is niet gemotiveerd en er was geen aanleiding om aan de juiste uitvoering dwangsommen te verbinden. Daarnaast kan Liccom geen uitvoering geven aan het vonnis omdat daarvoor de medewerking van APS nodig is en APS die medewerking niet wil geven. Daarnaast beroept Liccom zich op een belangenafweging. Volgens haar is er geen enkele noodzaak voor APS om het vonnis nu direct uitgevoerd te hebben.
3.3.
APS voert verweer.
3.4.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.
In reconventie
3.5.
APS vordert in reconventie verhoging van de dwangsom waartoe Liccom in het vonnis van 19 augustus 2025 is veroordeeld tot Cg 100.000,00 per dag. Voorts vordert zij overlegging door Liccom van haar winst- en verliesrekening, jaarrekening en balans over 2025 en een lijst met overeenkomsten die Liccom in 2024 en 2025 is aangegaan met opdrachtgevers.
3.6.
Aan de door haar gevorderde verhoging legt zij ten grondslag dat de opgelegde dwangsom in het vonnis van 19 augustus 2025 kennelijk een onvoldoende prikkel is voor Liccom om aan de veroordeling te voldoen. Aan de door haar gevorderde overlegging van bescheiden legt zij ten grondslag dat sprake lijkt van een benadeling van haar als schuldeiser, nu er meerdere nieuwe Liccom vennootschappen zijn opgericht recent, Liccom vennootschappen lijken te zijn gesplitst en de twee bestuurders van Liccom hierin niet gezamenlijk als bestuurders zijn aangewezen, waarmee er kennelijk sprake is van een splitsing van die twee. De verwachting is dan ook dat nieuwe opdrachten worden aangegaan door nieuwe of andere Liccom vennootschappen, met benadeling van APS als schuldeiser als gevolg. Mede in verband met een mogelijke toewijzing in hoger beroep van de vordering tot vervangende schadevergoeding, alsmede met het oog op de te incasseren dwangsommen, is het van belang dat Liccom voldoende liquiditeit aanhoudt. Daarvan is geen sprake als, naar het nu lijkt, van haar een sterfhuis wordt gemaakt.
3.7.
Liccom voert verweer.
3.8.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan

4.De beoordeling

In conventie
4.1.
Ingevolge artikel 438 lid 1 Rv Pro SM kunnen geschillen die in verband met de executie rijzen, worden gebracht, voor zover hier van belang, voor de rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied de executie kan geschieden. Ingevolge het tweede lid van het artikel kan tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad het geschil ook worden gebracht voor de rechter in kort geding. Onverminderd zijn overige bevoegdheden kan de rechter in eerste aanleg de executie schorsen voor een bepaalde tijd of totdat op het geschil zal zijn beslist, dan wel bepalen dat de executie slechts tegen zekerheidsstelling mag plaatsvinden of worden voortgezet.
4.2.
Voor de toepassing van het voorgaande heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026) een beoordelingskader gegeven dat, voor zover hier van belang, neerkomt op het volgende. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, ten uitvoer kan worden gelegd. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft gekregen, bij de uitvoerbaarheid daarvan. De kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel blijft daarbij buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing berust op een kennelijke misslag. Als de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad in de ten uitvoer te leggen uitspraak is gemotiveerd, moet de eiser of verzoeker, afgezien van het geval dat deze beslissing berust op een kennelijke misslag, aan zijn vordering of verzoek feiten en omstandigheden ten grondslag leggen die bij het nemen van de beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de betrokken uitspraak hebben voorgedaan en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken.
4.3.
Liccom heeft tegen de achtergrond van dit beoordelingskader gesteld dat sprake is van een aantal kennelijke misslagen in het vonnis op grond waarvan de uitvoerbaarheid daarvan geschorst moet worden. Partijen zijn arbitrage overeengekomen waardoor het Gerecht niet bevoegd zou zijn, het bindend advies had moeten worden vernietigd omdat daarin ten onrechte is uitgegaan van een verkeerde vlakheidsnorm voor de gevel en in de beslissing zou geen rekening zijn gehouden met een andere afspraak die partijen na het bindend advies hebben gemaakt. Daarnaast zou het onmogelijk zijn om het bindend advies uit te voeren, onder meer omdat APS aan de uitvoering daarvan niet zou willen meewerken. Voorts heeft het Gerecht de termijn van vier maanden voor nakoming niet gemotiveerd en geldt hetzelfde voor de daaraan verbonden dwangsom.
4.4.
Het Gerecht volgt APS in haar verweer dat het hier niet gaat om evidente misslagen. Aan de bestreden beslissingen liggen gemotiveerde overwegingen ten grondslag aan de hand van de vastgestelde feiten. Van een evidente onjuistheid daarvan is niet gebleken. De arbitrageclausule kent een beperking en het Gerecht heeft aan de hand van de feiten beoordeeld dat het geschil buiten het toepassingsbereik daarvan valt. Het Gerecht heeft een gemotiveerd oordeel gegeven over de rechtsgeldigheid van het bindend advies en over de geldigheid van de afspraken die partijen daarna hebben gemaakt. Ook met betrekking tot de uitvoerbaarheid is op grond van wat partijen daarover naar voren hebben gebracht, van een evident onjuist oordeel niet gebleken. De termijn voor uitvoering is niet gemotiveerd in het vonnis, maar de termijn is ook geen onderdeel geweest van het processuele debat. Liccom heeft zich niet verzet tegen de daarvoor door APS gevorderde termijn, en die termijn is ook nog korter dan de termijn die in het vonnis is bepaald. De oplegging van een dwangsom en de hoogte daarvan is niet gemotiveerd, maar naar vaste rechtspraak beslist de rechter daarover naar eigen inzicht en hoeft hij deze niet te motiveren.
4.5.
Het voorgaande maakt echter niet dat de vordering tot schorsing moet worden afgewezen. Omdat over de uitvoerbaarheid bij voorraad geen motivering in het vonnis is opgenomen moet in het kader van een vordering tot schorsing namelijk alsnog een belangenafweging plaatsvinden. In dat verband volgt het Gerecht Liccom in haar stelling dat APS geen, althans weinig, belang heeft om het vonnis nu direct uitgevoerd te hebben. Het project is al jaren geleden opgeleverd en het probleem met de gevelafwerking was vanaf het begin bekend. Het probleem is alleen esthetisch van aard, het gaat niet om de constructie. Als Liccom in hoger beroep tot een minder ingrijpende wijze van herstel wordt veroordeeld, zal Liccom aanzienlijke schade lijden als zij het herstel volgens het vonnis inmiddels zou hebben uitgevoerd. Naar verwachting zal APS gelet op haar vermogenspositie een daarop gerichte schadevergoeding kunnen betalen, maar de vaststelling daarvan in een gerechtelijke procedure zal behoorlijk wat tijd en geld kosten. Ook gegeven het uitgangspunt dat een uitgesproken veroordeling direct uitvoerbaar dient te zijn, weegt het belang van Liccom bij schorsing daarvan zwaarder dan het belang dat APS bij een directe uitvoering heeft. Dat leidt ertoe dat de vordering tot schorsing van Liccom zal worden toegewezen.
4.6.
APS zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Liccom begroot op Cg 450,00 voor het griffiegeld en Cg 1.500,00 in verband met het salaris van de gemachtigde, te vermeerderen met Cg 245,00 in geval betekening van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden. Van het laatste zitten geen stukken in het dossier.
In reconventie
4.7.
Uit het voorgaande volgt vanzelfsprekend de afwijzing van de in reconventie gevorderde verhoging van de dwangsom.
4.8.
Resteert de vordering tot het overleggen van bescheiden. APS grondt deze vordering op artikel 843 a Rv SM. Ingevolgde dit artikel kan een partij die daarbij rechtmatig belang heeft, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn. APS vordert dat Liccom een aantal financiële gegevens over 2025 overlegt, alsmede een lijst met overeenkomsten die Liccom is aangegaan met opdrachtgevers in 2024 en 2025. In verband met de incasso van vorderingen wil zij zicht houden op de vermogens- en liquiditeitspositie van Liccom.
4.9.
De vordering zal worden afgewezen omdat een rechtmatig belang bij afgifte van deze bescheiden ontbreekt. Inzage in de vermogens- en liquiditeitspositie van Liccom is pas aan de orde als sprake is van een geldvordering die niet geïncasseerd zou kunnen worden. Als de oorzaak van het niet kunnen incasseren is gelegen in een sterfhuisconstructie waarin Liccom is betrokken, dan zal zij op dat moment de daarvoor verantwoordelijke personen kunnen aanspreken. Aan de voorkant kan zij dat niet tegengehouden.
4.10.
Bovendien heeft APS enige zekerheid met haar retentie. Liccom heeft onbestreden gesteld dat deze Cg 1,1 miljoen bedraagt. APS heeft niet, althans onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit onvoldoende is om de eventuele kosten voor herstel te dekken, nog daargelaten dat het niet zeker is dat een daarop gerichte vordering van APS zal worden toegewezen. Vooralsnog gaat het primair om herstel door Liccom zelf.
4.11.
APS zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in reconventie worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Liccom begroot op Cg 750,00 (Cg 1.500 x 0,5) in verband met het salaris van de gemachtigde.

5.De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding,
In conventie
5.1.
schorst de executie van het vonnis van 19 augustus 2025 totdat in het daarvan ingestelde hoger beroep bij eindvonnis zal zijn beslist,
5.2.
veroordeelt APS in de kosten van de procedure, aan de zijde van Liccom begroot op Cg 1.950,00 en te vermeerderen met Cg 245,00 in geval het inleidend verzoekschrift is betekend,
5.3.
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
In reconventie
5.5.
wijst de vorderingen af,
5.6.
veroordeelt APS in de kosten van de procedure, aan de zijde van Liccom begroot op Cg 750,00,
5.7.
verklaart de kostenveroordeling onder 5.6 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en in het bijzijn van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.