ECLI:NL:OGEAM:2026:12

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
SXM202501214
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 136 lid 2 Rv SM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering en bewijs van betaling in staalproductenovereenkomst tussen Trinrico en Blue Sky

Trinrico Steel & Wire Products Ltd vordert betaling van Blue Sky N.V. voor drie facturen betreffende staalproducten. Blue Sky betwist de overeenkomst met Trinrico en stelt dat de bestellingen via een tussenpersoon, [X], zijn gedaan. Het gerecht oordeelt dat Blue Sky wel degelijk een overeenkomst met Trinrico heeft gesloten, waarbij [X] als agent van Trinrico optrad.

Blue Sky heeft een betaling van USD 70.000 rechtstreeks aan Trinrico gedaan en stelt daarnaast dat een contante betaling van USD 100.000 door [X] aan Trinrico is verricht, waarvan USD 77.167,04 betrekking heeft op de eerste twee facturen. Trinrico betwist dit laatste bedrag en heeft een gewijzigde kwitantie overgelegd waarin het bedrag is teruggebracht tot USD 10.000. Het gerecht acht de originele, ongewijzigde kwitantie echter als zwaarwegend bewijs en stelt dat de betaling van USD 100.000 voorshands is bewezen.

De derde bestelling is volgens Blue Sky niet door haar geplaatst maar door Taliesin Corporation N.V., wat door het gerecht wordt gevolgd op basis van bewijsstukken. Betalingen aan derden en verrekeningen die Blue Sky heeft gedaan, worden niet als voldaan aan haar betalingsverplichtingen beschouwd omdat de agent zijn bevoegdheid heeft overschreden.

Het gerecht verwijst de zaak naar de rol voor Trinrico om tegenbewijs te leveren over de gestelde betaling van USD 100.000. Tot die tijd wordt verdere beslissing aangehouden.

Uitkomst: Blue Sky heeft een overeenkomst met Trinrico en betaling van twee facturen is voorshands voldaan, met ruimte voor tegenbewijs door Trinrico.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202501214
Vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
de vennootschap naar het recht van Trinidad en Tobago
TRINRICO STEEL & WIRE PRODUCTS LTD,
gevestigd te Trinidad en Tobago
,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.D.M. Roseburg,
tegen
de naamloze vennootschap
BLUE SKY N.V.,
gevestigd te Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde mr. P. Soons.
Partijen zullen hierna ook ‘Trinrico’ en ‘Blue Sky’ worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het volgende:
  • het verzoekschrift
  • de conclusie van antwoord
  • de aanvullende producties 5-10 van Trinrico
  • de akte voor comparitie van partijen met daarin een aanvulling/wijziging van het primaire verweer en een aanvullende productie 18, van Blue Sky,
  • een aanvullende productie 19 van Blue Sky
  • de comparitie van partijen van 13 november 2025, waar partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun voornoemde gemachtigden die aan de hand van door hen overgelegde spreekaantekeningen de stellingen en verweren van partijen hebben toegelicht.
1.2.
Ten slotte is de beslissing (nader) bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1
Trinrico heeft voor drie bestellingen van staalproducten facturen gestuurd aan Blue Sky, respectievelijk gedateerd 1 februari, 28 maart en 4 april 2023 voor bedragen van respectievelijk USD 82.472,12 (factuur 10764), USD 67.347,46
(factuur 13294) en USD 67.347,46 (factuur 13567).
2.2.
Blue Sky heeft op 6 maart 2023 een bedrag van USD 70.000,00 overgemaakt naar Trinrico.
2.3. [
X] heeft op 12 januari 2023 een bedrag betaald aan Trinrico. Daarvan heeft Blue Sky een kwitantie overgelegd waarop met de hand een uitgeschreven bedrag is vermeld van USD 100.000,00 (“
one hundred thousand USD”). Trinrico heeft een gewijzigd exemplaar daarvan overgelegd, waarop het vermelde bedrag is doorgehaald en vervangen door USD 10.000,00 (“
ten thousand USD”).

3.De vordering

3.1.
Trinrico vordert betaling door Blue Sky aan haar van USD 147.167,04 te vermeerderen met een rente van 2% per maand en kosten, waarvan 5% aan buitengerechtelijke incassokosten.
3.2.
Daartoe stelt zij dat Blue Sky op de eerste factuur (factuur 10764) een betaling heeft gedaan door overmaking van USD 70.000,00 aan Trinrico, zodat van die factuur nog USD 12.472,12 openstaat. Van de laatste twee facturen zou Blue Sky niets hebben betaald.
3.3.
Blue Sky voert verweer. Haar primaire verweer is dat zij geen overeenkomst heeft met Trinrico en dat de vordering reeds daarom niet toewijsbaar is. Zij heeft de bestellingen gedaan bij de heer [naam X] (hierna: [X]) zodat zij met hem een overeenkomst heeft.
3.4.
Subsidiair, voor het geval in rechte wordt vastgesteld dat zij een overeenkomst heeft met Trinrico, heeft Trinrico ter zake de derde bestelling niets van Blue Sky te vorderen omdat dit geen bestelling is van haar, maar van Taliesin Corporation N.V. Ook ter zake de eerste twee facturen heeft Trinrico niets meer te vorderen. De eerste twee facturen heeft zij voldaan door de onder 3.2. vermelde overmaking van USD 70.000,00 en een verrekening met een betaling door haar van USD 70.000,00 aan Allied Cement Ltd waartoe [X] haar heeft geïnstrueerd. Het restant van USD 9.819,68 heeft zij voldaan door een verrekening met betalingsverplichtingen van [X] ter zake diverse bestellingen die hij bij aan Blue Sky gelieerde vennootschappen heeft geplaatst. [X] heeft aan Trinrico een cash betaling gedaan van USD 100.000,00, waarvan USD 77.167,04 betrekking heeft op de eerste twee facturen waarom het nu nog gaat.
3.5.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Gelet op het door Blue Sky gevoerde verweer, wordt hierna eerst beoordeeld of zij met Trinrico of met [X] een overeenkomst heeft. Als zij met Trinrico een overeenkomst heeft, komt aan de orde de vraag of Blue Sky heeft voldaan aan de betalingsverplichtingen die daaruit jegens Trinrico voortvloeien.
Contract met Trinrico
4.2.
Het Gerecht is van oordeel dat Blue Sky met Trinrico heeft gecontracteerd en [X] in dat verband als agent van Trinrico is opgetreden. Dat oordeel volgt uit de omstandigheid dat de enige bevestiging van de bestellingen is gelegen in de facturen die Trinrico daarvoor op naam van Blue Sky heeft gesteld. Blue Sky heeft zich tegen die tenaamstelling nooit verzet. Zij heeft niet om een factuur gevraagd van [X]. Daarnaast volgt uit de overgelegde bills of lading dat sprake was van een directe levering van de producten aan Blue Sky, ook in juridische zin. Dat is op zichzelf niet doorslaggevend, maar in samenhang met de op naam van Blue Sky gestelde facturen, is ook dit een aanwijzing dat de overeenkomst met Trinrico is gesloten en niet met [X].
4.3.
Anders dan Blue Sky betoogt, ligt in de omstandigheid dat zij alleen met [X] contact heeft gehad over de bestellingen juist een bevestiging dat [X] in dezen als agent is opgetreden. Het is niet ongebruikelijk dat een koper alleen contact heeft met de agent. Integendeel, is een agent immers degene die de principaal bij het sluiten van de overeenkomst vertegenwoordigt en daarbij als enige in beeld is. Dat Blue Sky alleen contact had met [X] past dus prima in het beeld dat hij als agent voor Trinrico is opgetreden.
4.4.
Verder heeft Blue Sky in dit verband gewezen op de omstandigheid dat [X] op 12 januari 2023 een betaling heeft gedaan aan Trinrico, zelfs voordat een factuur door Trinrico was opgemaakt en verstuurd maakt. Die volgordelijkheid wijst er volgens haar op dat hier sprake was van een te betalen voorschot, en daarmee van een overeenkomst tussen [X] en Trinrico. Die argumentatie is niet geheel onjuist, maar de betreffende betaling roept op zichzelf al zoveel vragen op, waaronder de vraag waartoe die strekt, dat deze niet kan worden betrokken bij de vraag met wie de Blue Sky heeft gecontracteerd.
4.5.
Blue Sky stelt dat zij de facturen fysiek van [X] overhandigd heeft gekregen. Ook dat zou erop wijzen dat zij geen overeenkomst heeft met Trinrico. Ook in die argumentatie wordt zij niet gevolgd. Niet valt in te zien in welke zin de feitelijke afgifte van een factuur niet zou passen in de taakuitoefening van een agent.
4.6.
Voorts is in dit kader gewezen op de omstandigheid dat [X] aan Blue Sky instructies gaf over hoe er betaald moest worden, dus een deel rechtsreeks aan Trinrico en een deel door een betaling van een factuur aan Allied Cement en een verrekening met andere bedragen. Ook dat zou volgens Blue Sky niet passen in wat een agent behoort te doen, immers, is het niet aan de agent om een ander betaaladres aan te wijzen dan die van de principaal. In beginsel is dat juist, maar het sluit niet uit dat [X] als agent is opgetreden en op dit punt zijn bevoegdheid heeft overschreden. Daarop zal hierna onder 4.14 nader worden ingegaan.
4.7.
Voor de vraag met wie Blue Sky heeft gecontracteerd is, anders dan Blue Sky heeft aangevoerd, ook niet van belang een e-mail van [X] van 8 november 2025 waarin hij schrijft dat hij “
no contractual agreement” heeft met Trinrico om als haar “
broker” of “
agent” op te treden. Tenslotte gaat het er niet om hoe [X] de overeenkomst kwalificeert, maar om de kwalificatie die uit de door partijen gepresenteerde feiten en omstandigheden dient te volgen. Bovendien is nog de vraag wat [X] met zijn genoemde e-mail nu precies bedoelt omdat hij in een eerdere e-mail – een e-mail van 13 december 2024 – nog stelde dat hij als een “Trinrico
broker” de kwestie graag zou willen oplossen.
4.8.
Ook de omstandigheid waarop Blue Sky heeft gewezen dat [X] aanvankelijk voornemens was de bestellingen bij een leverancier in Turkije te plaatsen, is niet bepalend voor de vraag of sprake is van een overeenkomst met Trinrico. Tenslotte kan een agent voor meerdere principalen optreden, na elkaar of tegelijkertijd, en een agentuur kan ook eenmalig, voor een enkele overeenkomst, zijn.
4.9.
Tot slot heeft Trinrico tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat [X] in dezen zou zijn opgetreden als een tussenpersoon of broker niet voor Trinrico maar voor Blue Sky. Het is niet duidelijk wat Trinrico met dit betoog voor ogen staat, maar opvallend in dit verband is dat zij in haar sommatiebrief van 12 maart 2024 het tegendeel beweerde, namelijk dat [X] bij deze bestellingen optrad als haar agent. Het Gerecht laat deze stelling van Trinrico dan ook voor wat het is.
4.10.
De conclusie is dat Blue Sky ter zake de bestellingen een overeenkomst heeft met Trinrico, en [X] daarbij is opgetreden als agent van Trinrico. Met die conclusie wordt nu toegekomen aan de vraag of Blue Sky aan de uit die overeenkomst volgende betalingsverplichtingen heeft voldaan.
Heeft Blue Sky voldaan aan haar betalingsverplichtingen?
4.11.
Volgens Blue Sky is de derde bestelling niet door haar geplaatst maar door Taliesin Construction N.V. (hierna: Taliesin). De factuur en de verschepingsdocumenten zijn ten onrechte geadresseerd aan Blue Sky, waarover Blue Sky de dispatcher, Tropical Shipping, heeft geïnformeerd. Op verzoek van Trinrico heeft Blue Sky formeel voor de ontvangst van de goederen getekend omdat het omzetten van de vrachtdocumenten te omslachtig zou zijn, maar feitelijk zijn de goederen niet aan haar, maar aan Taliesin geleverd. Zij stelt daarom met betrekking tot die derde bestelling niets te zijn verschuldigd. Voor die bestelling zou Taliesin moeten betalen.
4.12.
Het Gerecht volgt Blue Sky in die conclusie. Ter onderbouwing van haar stelling heeft Blue Sky meerdere e-mails overgelegd met Tropical Shipping en Taliesin. Uit de inhoud daarvan volgt dat de goederen feitelijk aan Taliesin zijn geleverd. Het gaat om onder meer een e-mail van [X] waarin hij verklaart dat de factuur voor deze bestelling ten onrechte op naam van Blue Sky staat. Voort is er een brief van de directeur van Taliesin waarin hij namens Taliesin verklaart volledige verantwoordelijkheid te nemen voor de betaling van de betreffende factuur. Trinrico heeft op deze stukken geen weerwoord gegeven, anders dan dat de factuur en alle vervoersdocumenten op naam van Blue Sky staan en Blue Sky daarom voor de betaling daarvan verantwoordelijk is en zij het maar intern moet regelen met Taliesin. Het lag echter op de weg van Trinrico om naar aanleiding van het verweer van Blue Sky zich tot Taliesin te wenden en dit zelf met Taliesin te regelen, zeker nu de feiten die in dit verband zijn aangevoerd door [X] als haar vertegenwoordigend agent, wordt ondersteund, gelet op wat hij daarover in een daarop gerichte, en in de procedure overgelegde, e-mail heeft geschreven. Gelet daarop kan niet worden aangenomen dat het Blue Sky is geweest die deze bestelling heeft geplaatst en daarvoor moet betalen.
4.13.
Van de twee eerste facturen stelt Blue Sky dat zij deze heeft voldaan door een directe overmaking op 6 maart 2023 van USD 70.000,00 aan Trinrico en een overmaking van USD 70.000,00 aan Allied Cement waarmee aan een betalingsverplichting van [X] werd voldaan. De resterende USD 9.819,68 heeft zij voldaan door verrekening met diverse bestellingen die [X] bij aan Blue Sky gelieerde vennootschappen heeft geplaatst. Daarmee betwist Blue Sky de op die twee facturen betrekking hebbende vordering van Trinrico.
4.14.
De eerste overmaking van USD 70.000 is niet in discussie, het gaat alleen om de vraag of Blue Sky aan haar verplichtingen heeft voldaan door de genoemde betaling aan Allied Cement, alsmede met de verrekening met bestellingen van [X] bij aan Blue Sky gelieerde vennootschappen. Zoals hiervoor onder 4.6 is overwogen dient ook bij een agentuur de betaling in beginsel plaats te vinden aan de principaal. Het behoort niet tot de bevoegdheid van een agent om zichzelf of een ander daarvoor aan te wijzen. [X] heeft dus met de instructie om aan Allied Cement te betalen en te verrekenen met bestellingen van [X] bij aan Blue Sky gelieerde vennootschappen, zijn bevoegdheid overschreden. Met deze ‘betalingen’ zijn de twee facturen dus nog niet voldaan.
4.15.
Blue Sky wijst er echter op dat Trinrico voor de goederen wel een betaling van [X] heeft ontvangen. Dat zou met de onder 2.3 vermelde betaling zijn gebeurd. In een e-mail van [X] van 13 december 2024 stelt hij zich op het standpunt dat het gaat om een betaling van USD 100.000,00 en dat dat bedrag onder meer bestemd was voor de betaling van wat Blue Sky aan Trinrico was verschuldigd. Met de directe betaling door Blue Sky aan Trinrico van
USD 70.000,00, zou Trinrico hiermee het totale bedrag van de aan facturen hebben ontvangen, en zelfs meer dan dat.
4.16.
Het voorgaande zou naar het oordeel van het Gerecht betekenen dat als Blue Sky tot betaling van de facturen wordt veroordeeld, in feite sprake is van een tweede betaling van dezelfde facturen. In dat geval zou sprake zijn van een ongerechtvaardigde verrijking van Trinrico, wat aan toewijzing van haar vordering in de weg zou staan. In dat verband is van belang dat voor de vraag voor wie [X] betaalde in beginsel moet worden uitgegaan van wat hij daarover zelf heeft verklaard. Het is niet aan Trinrico om te bepalen voor welke partij een bepaald bedrag wordt ontvangen. [X] heeft in de genoemde e-mail verklaard dat zijn betaling aan Trinrico strekt tot de betaling van de facturen van Blue Sky. Dat is nu ook in deze procedure het uitgangspunt.
4.17.
Trinrico betwist echter dat het bij de betaling door [X] om een bedrag van USD 100.000,00 ging. Zij zou slechts USD 10.000,00 van hem hebben ontvangen. De medewerker van Trinrico die de kwitantie heeft opgesteld en ondertekend, zou zich in het bedrag hebben vergist. De betreffende medewerker heeft geprobeerd dit te ‘herstellen’ door op de kwitantie de met de hand geschreven “
one hundred thousand USD” door te strepen en te vervangen door “
ten thousand USD.
4.18.
Gelet op dit verweer zal van de gestelde betaling van USD 100.000,00 bewijs moeten worden geleverd. De bewijslast daarvan ligt bij Blue Sky, immers beroept zij zich op de rechtsgevolgen van dit te bewijzen feit. Echter, het bewijs is al geleverd door wat in de procedure door partijen in dat verband naar voren is gebracht. Daarover wordt het volgende overwogen.
4.19.
Trinrico beroept zich op het door haar medewerker gewijzigde exemplaar van de kwitantie, maar aan die gewijzigde kwitantie komt geen belang toe. Blue Sky beschikt namelijk over een ‘schoon’ exemplaar van de kwitantie. Daardoor moet het ervoor gehouden dat de kwitantie op een later moment zelfstandig, dus buiten [X] om, door de betreffende medewerker is gewijzigd. De gewijzigde kwitantie is daarmee niet meer dan een eenzijdige verklaring van of namens Trinrico en draagt dus niet bij aan het bewijs of aan het tegenbewijs van de gestelde betaling.
4.20.
De ‘schone’ kwitantie is een akte waaraan ingevolge artikel 136 lid 2 Rv Pro SM dwingende bewijskracht toekomt tussen de schuldenaar en de schuldeiser. Echter tegenover iedereen die niet bij de betaling was betrokken heeft een gewone (onderhandse) kwitantie uitsluitend vrije bewijskracht. Dat laat onverlet dat deze kwitantie zwaar weegt in de beoordeling. Tenslotte blijft het een namens Trinrico opgestelde en ondertekende verklaring. Trinrico heeft tegen de door Blue Sky gestelde betaling ingebracht, voor zover relevant, dat er een meldingsplicht is bij de douane voor de uit- en invoer van bedragen hoger dan USD 10.000,00, alsmede dat in de administratie van Trinrico onder dit kwitantienummer alleen een betaling van USD 10.000,00 is verwerkt. Naar het oordeel van het Gerecht staat de genoemde meldingsplicht er echter niet aan in de weg dat [X] het geld voor de cash betaling heeft uitgevoerd naar Trinidad, legaal met een melding dan wel illegaal daarzonder, terwijl de administratie van Trinrico uiteraard met het gewijzigde bedrag van USD 10.000,00 overeenkomt omdat het gewijzigde exemplaar het enige was waarover Trinrico beschikte. Daarnaast komt [X] zelf van Trinidad waardoor hij het geld mogelijk daar beschikbaar had. Ook kan in het algemeen niet worden uitgesloten dat een hoger bedrag wordt ontvangen dan uiteindelijk in de boeken komt. Gelet op het voorgaande acht het Gerecht het met de ‘schone’ kwitantie voorshands bewezen dat [X] USD 100.000,00 heeft betaald aan Trinrico en Trinrico daarmee, naast de door Blue Sky overgemaakte USD 70.000,00, volledige betaling heeft gekregen van de betreffende twee facturen.
4.21.
Trinrico zal in de gelegenheid worden gesteld om hiervan tegenbewijs te leveren. Over de vraag of en hoe zij het tegenbewijs wil leveren, zal zij zich bij akte kunnen uitlaten. De zaak zal daarvoor naar de rol worden verwezen. Als Trinrico het tegenbewijs wil leveren anders dan door getuigen, zal zij de bewijsmiddelen direct met die akte moeten overleggen. Als zij bewijs wil leveren (mede) door getuigen, dient zij in haar akte aan te geven welke personen zij als getuige wil doen horen.

5.De beslissing

Het Gerecht,
5.1.
verwijst de zaak naar de rol van
17 februari 2026voor het nemen van een akte als hiervoor onder 4.21 bedoeld,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en in het bijzijn van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.