In deze civiele procedure vordert de Lagoon Garden Apartments Foundation betaling van achterstallige bijdragen van twee voormalige echtelieden die gezamenlijk eigenaar zijn van een appartement binnen het complex. De stichting beheert de gemeenschappelijke voorzieningen en eist betaling van de achterstand vanaf 2022.
Een van de gedaagden, [gedaagde 1], verzoekt incidenteel om zijn ex-partner, [gedaagde 2], in vrijwaring op te roepen, stellende dat deze voor de helft van de schuld moet opdraaien. Hij baseert dit op een interne draagplicht en stelt dat hij al een bedrag aan de stichting heeft voldaan dat de ander niet heeft betaald.
De stichting verzet zich tegen deze oproeping, onder meer omdat [gedaagde 2] al partij is in de hoofdzaak en een vrijwaring niet bijdraagt aan de hoofdzaak. Het gerecht oordeelt dat vrijwaring tegen een medegedaagde in beginsel mogelijk is, maar niet voor reeds afgedane veroordelingen of nog niet ontstane regresvorderingen. De interne draagplicht is al behandeld in een vonnis van 8 februari 2022, en de regresvordering is nog niet aan de orde omdat er nog geen betaling is verricht.
Daarom wordt het incident tot oproeping in vrijwaring afgewezen en wordt [gedaagde 1] veroordeeld in de proceskosten. De hoofdzaak wordt voortgezet met een nieuwe zittingsdatum voor verdere behandeling.