ECLI:NL:OGEAM:2026:23

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
SXM202401006
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 185 Rv SXM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling nalatenschap en uitkoop erfgenaam na overeenkomst

Deze zaak betreft de verdeling van de nalatenschap van een erflater die zonder testament is overleden. De nalatenschap, waaronder een perceel met erfpachtrecht, moet worden verdeeld over negen erfgenamen, waarbij plaatsvervulling geldt voor drie overleden kinderen. De eisende erfgenaam, als enige erfgenaam van een van de overleden kinderen, vordert uitkoop van zijn aandeel in de nalatenschap.

Na een uitgebreid procesverloop met meerdere conclusies van antwoord, een comparitievonnis en onderhandelingen, hebben partijen een overeenkomst bereikt. Deze overeenkomst bepaalt dat de gezamenlijke andere erfgenamen aan de eisende erfgenaam een bedrag van USD 83.396,17 betalen ter finale kwijting van zijn vordering op de nalatenschap. Er is onenigheid over de wijze van betaling, maar het gerecht neemt de overeenkomst als basis voor het vonnis.

Het vonnis bepaalt dat de gedaagden gezamenlijk het bedrag aan de eiser betalen, met een gespreide betalingstermijn tot uiterlijk 31 december 2027. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: De eisende erfgenaam wordt uitgekocht door de overige erfgenamen voor een bedrag van USD 83.396,17, te betalen in twee termijnen uiterlijk 31 december 2027.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202401006
Vonnisdatum: 3 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende in Sint Maarten,
eiser in conventie,
gedaagde in reconventie t.a.v. de hierna te noemen partijen 2, 3, 5-9, 11-13 ,
gemachtigde: mr. M.M. Hofman-Ruigrok,
tegen

1.[gedaagde 1],

wonende in Sint Maarten,
procederend in persoon,

2.[gedaagde 2],

3. [gedaagde 3],

4. [gedaagde 4],

5. [gedaagde 5],

6. [gedaagde 6],

7. [gedaagde 7],

8. [gedaagde 8],

9. [gedaagde 9],

allen wonende in Sint Maarten,
gemachtigde mr. N.R. Joubert,

10.[gedaagde 10],

wonende in Sint Maarten,
procederend in persoon,

11.[gedaagde 11],

12. [gedaagde 12],

13. [gedaagde 13],

allen wonende in Sint Maarten,
gemachtigde: mr. N.R. Joubert,
Gedaagden sub 2, 3, 5-9 en 11-13 hebben een eis in reconventie ingesteld en zijn daarmee als eisers in reconventie aan te merken terwijl eiser ten aanzien van hen als gedaagde in reconventie moet worden aangemerkt.
De zaak in het kort
Deze procedure gaat over de verdeling van een nalatenschap. Eén van de erfgenamen wenst de verdeling van die nalatenschap. Na diverse argumenten over en weer hebben partijen uiteindelijk een overeenkomst gesloten. Deze dient als basis voor de beslissing in dit vonnis. De eisende erfgenaam dient te worden uitgekocht door de gezamenlijke andere erven.
The case in brief
These proceedings concern the distribution of an estate. One of the heirs wishes to have the estate distributed. After various arguments back and forth, the parties ultimately reached an agreement. This agreement serves as the basis for the decision in this judgment. The claimant heir must be bought out by the other heirs jointly.

1.1. Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de conclusie van antwoord namens gedaagden 2, 3, 5-9, 11-13
- de conclusie van antwoord namens gedaagden 1 en 10
- de conclusie van antwoord namens gedaagde 4
- het comparitievonnis van 21 januari 2025
- de e-mail zijdens gedaagden 2, 3, 5-9, 11-13 waarin de vermelding dat gedaagde sub 10 op 13 maart 2025 is overleden
- de akte uitlating van mr. Hofman-Ruijgrok van 15 april 2025 waarin de bevestiging dat gedaagde 10 op 13 maart 2025 is overleden
- de schorsing van de procedure ex artikel 185 Rv Pro SXM
- de akte uitlating van gedaagden 2, 3, 5-9, 11-13 van 27 mei 2025 inzake de opvolging in de procedure van gedaagde 10
- de rolbeslissing van 10 juni 2025, waarin werd bepaald dat op naam van de gedaagde 10 zal worden verder geprocedeerd.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 30 oktober 2025 plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen. De rechter heeft over en weer vragen gesteld en op onderdelen een voorlopig oordeel gegeven. Daarna hebben partijen verzocht om enige weken tijd om te proberen een definitieve regeling te treffen.
1.3.
Partijen hebben onderhandeld en ook een akkoord bereikt over een door de gedaagden gezamenlijk aan eiser te betalen bedrag. Partijen zijn het niet eens geworden over de wijze van uitbetaling van dat bedrag.
1.4.
De gemachtigde van gedaagden 2-9 en 11-13 heeft op 2 december 2025 een akte “uitlating regeling” genomen, waarin diverse onderwerpen van het geschil werden besproken.
1.5.
De gedaagden 1, 4 en 10 (sic) hebben op 14 januari 2026 een akte genomen.
1.6.
Bij antwoord-akte van 20 januari 2026 heeft eiser op de akte van 1 december 2025 gereageerd.
1.7.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling van het geschil in conventie en reconventie

Waar gaat het in deze zaak om?
2.1. [
naam erflater] (hierna: erflater) is op 7 augustus 1941 in het huwelijk getreden met [Echtgenote erflater] (hierna: [Echtgenote]). Uit dit huwelijk zijn negen kinderen geboren. Van deze negen kinderen zijn zes (6) kinderen nog in leven. [kind 1] (hierna: [kind 1]), [kind 2] (hierna: [kind 2]) en [kind 3] (hierna: [kind 3]) zijn overleden.
Erflater is op 16 juli 1986 overleden en heeft geen testament achtergelaten.
[Echtgenote] is op 6 februari 1999 overleden, eveneens zonder testament.
De nalatenschap van erflater, waaronder het perceel bekend als SXM SB […/....] met het daarop gevestigde recht van erfpacht, dient daarom door negen te worden gedeeld. Voor de drie overleden kinderen van erflater en [Echtgenote] geldt dat hun plek door plaatsvervulling wordt opgevuld door hun erfgenamen. [eiser] is de zoon en enige erfgenaam van [kind 2]. Hij is derhalve gerechtigd tot één negende deel van de nalatenschap van erflater.
De enige erfgenaam van [kind 3], [gedaagde 9] (hierna: [gedaagde 9]) is ook tot één negende deel van de nalatenschap van erflater gerechtigd.
Het aandeel van [kind 1] dat één negende deel van de nalatenschap van erflater bedraagt, dient eveneens vanwege plaatsvervulling onder zijn zes erfgenamen (gedaagden sub 4, 5, 6, 7, 11 en 13) te worden verdeeld.
Gedaagden 1, 2, 3, 8, 10 en 12 hebben recht op één negende deel van de nalatenschap van erflater.
Het verzoek
2.2.
Eiser [eiser] heeft bij verzoekschrift de gedaagden in rechte betrokken en aan het Gerecht verzocht om de verdeling te gelasten van het perceel met woning bekend als SXM SB […/....] met het daarop gevestigde recht van erfpacht, geregistreerd op 27 oktober 1970, welk perceel een oppervlakte van 645 m2 heeft, althans gedaagden te veroordelen mee te werken aan verdeling van dat perceel.
[eiser] wenst te worden uitgekocht door gedaagden voor zijn aandeel in het perceel. Subsidiair vordert [eiser] dat het Gerecht een verdeling vaststelt.
Een aantal gedaagden heeft een tegenvordering ingediend.
2.3.
Op het hiervoor omschreven perceel staan verschillende woningen, die gedeeltelijk verhuurd worden. Bovendien wonen enkele erfgenamen op het perceel. Daarnaast zijn er diverse kosten gemaakt voor het onderhoud aan de woningen.
De inmiddels gesloten overeenkomst
2.4.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn diverse onderwerpen aan de orde geweest. In de onderhandelingen na afloop van de mondelinge behandeling hebben partijen uiteindelijk een overeenkomst gesloten. Deze houdt, kort gezegd, in dat door de gezamenlijke erven aan eiser [eiser] een bedrag zal worden betaald van USD 83.396,17 ter finale kwijting van wat [eiser] van de nalatenschap te vorderen heeft. Het Gerecht zal dit daarom in dit vonnis overnemen.
2.5.
Het Gerecht merkt nadrukkelijk op dat de positie van eiser [eiser] als enig erfgenaam van [kind 2] in deze procedure voldoende is onderbouwd. Verklaringen van erfrecht van de erflater en van [Echtgenote] zijn echter niet in het geding gebracht, zodat het Gerecht bij de beslissing is uitgegaan van wat alle partijen in deze procedure hebben gesteld (hiervoor weergegeven onder 2.1).
Verkoop woning [adres]
2.6.
De vraag is of en hoe de overige erfgenamen [eiser] kunnen uitkopen. Bij de akte van 2 december 2025 is een schriftelijke verklaring overgelegd van [kleindochter erflater]. Zij stelt de kleindochter van erflater te zijn en zeer geïnteresseerd te zijn in de voormalige woning van erflater, waar zij zelf ook gewoond zou hebben. Op het moment van het nemen van de akte was zij bezig om de financiën te organiseren om de woning te kunnen kopen tegen een getaxeerde waarde. De opbrengst van een eventuele verkoop aan [kleindochter erflater] zou benut kunnen worden om de verdeling van de nalatenschap een stap verder te helpen. Indien zij de woning niet kan kopen, ligt het voor de hand dat de woning te koop zal moeten worden aangeboden. In dat verband zal de termijn voor afwikkeling met eiser [eiser] worden bepaald, zoals hierna in de beslissing omschreven.
Proceskosten
2.7.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, omdat het hier een familierechtelijk geschil betreft, waarin overigens ook niemand in het ongelijk za worden gesteld.
Vonnis uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan het Gemeenschappelijk Hof vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing in conventie en in reconventie

Het Gerecht:
3.1.
veroordeelt alle gedaagden tezamen, ieder voor hun deel in de nalatenschap, tot betaling aan eiser [eiser] van een bedrag van
USD 83.396,17ter finale kwijting van wat [eiser] van de nalatenschap te vorderen heeft;
3.2.
bepaalt dat de eerste helft van voormeld bedrag
uiterlijk 31 december 2026dient te worden voldaan en de tweede helft
uiterlijk 31 december 2027;
3.3.
compenseert de proceskosten, iedere partij betaalt de eigen kosten;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door M.J. Schutjes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.