Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Het procesverloop
- het inleidend verzoekschrift met producties, op 13 juni 2025 ter griffie ingediend;
- de conclusie van antwoord met producties, op 14 oktober 2025 ter griffie ingediend;
- de akte overlegging van producties tevens vermeerdering van eis inzake, van 5 februari 2026.
2.De feiten
3.Het geschil
[eigenaar] voert primair een niet-ontvankelijkheidsverweer. Op grond van artikel 5:126 lid 2 BW Pro kan Acqua haar leden slechts binnen de grenzen van haar bevoegdheid in rechte vertegenwoordigen, zoals mede bepaald in de splitsingsakte. Artikel 40 lid 4 van Pro de splitsingsakte van Acqua bepaalt dat het bestuur voor het instellen van rechtsvorderingen een machtiging van de vergadering van eigenaars behoeft. Een machtiging ontbreekt en niet is toegelicht waarom deze niet vereist zou zijn.
4.De beoordeling
De hoogte van de vordering
De berekening van de verschuldigde bijdragen
Voor de servicebijdrage is een verdeelsleutel toegepast van 11.07966%. Volgens art. 23 lid 2 onder Pro b in de akte van splitsing zou dat 11.67883% (208/1781) moeten zijn. Voor de verzekeringsbijdrage is 17.453% toegepast in plaats van 15.40352% (376/2441 – zie art. 23 lid 2 onder Pro a akte van splitsing).
Hoewel [eigenaar] hier al in de conclusie van antwoord op heeft gewezen is er geen reactie van Acqua op gekomen. Ter zitting heeft de penningmeester dit punt ook niet kunnen ophelderen.
Het toe te wijzen bedrag zal het Gerecht daarom zelf begroten en afronden naar USD 40.000,-.
Rente
Acqua heeft in haar verzoekschrift verzocht om toekenning van een bedrag van USD 744,26 aan verschuldigde rente per 12 juni 2025. Zij verwijst daarvoor naar haar “Finance Charge” van 29 januari 2026, gericht aan [eigenaar]. Dit is in die zin onbegrijpelijk, omdat Acqua veel vaker rente aan [eigenaar] in rekening heeft gebracht dan alleen in juni 2025. Dat blijkt namelijk uit het Statement, dat Acqua bij haar laatste akte in het geding heeft gebracht.
Anders dan [eigenaar] aanvoert, blijkt uit dat Statement dat deze rentes wel over gespecificeerde bedragen worden berekend, met vermelding van een ingangsdatum. Het bedrag aan rente is volgens datzelfde Statement echter opgenomen in het totaalbedrag van USD 58.757,61, zodat er geen grond is rente nog eens apart toe te wijzen.
Oproeping en betekening eerste procedure
De gelegde beslagen
Allereerst heeft Acqua niet kunnen uitleggen waarom zij een tweede beslag heeft moeten leggen, terwijl zij al een executoriale titel had (vonnis van 19 november 2023), die zij zou kunnen uitwinnen.
Ten derde heeft Acqua gesteld dat het beslag noodzakelijk was in verband met de vrees voor verduistering, omdat [eigenaar] zijn appartement in verkoop zou staan, terwijl Acqua in de procedure zelf aantoont dat [eigenaar] zijn appartement ook op dit moment nog verhuurt.
Al met al reden om geen kosten toe te wijzen.
[eigenaar] heeft geen vordering tot opheffing van het beslag ingesteld, zodat daarover ook niet hoeft te worden beslist.
Verzekering
Toekomstige vorderingen
Proceskosten