Eiseres, exploitant van een bouwbedrijf in Sint Maarten, verzocht om een tewerkstellingsvergunning voor een vreemdeling uit Haïti voor de functie van Construction Helper. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 6, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit arbeid vreemdelingen (Uav), omdat de functie werd aangemerkt als een niet-gespecialiseerde hulpfunctie die door laag- of ongeschoolde krachten kan worden vervuld.
Eiseres betoogde dat de functie niet gelijkgesteld mocht worden met een algemene hulpfunctie en dat de beschikking niet deugdelijke motivering bevatte, in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, en dat er een structureel tekort aan arbeidskrachten in de bouwsector is.
Het Gerecht oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de functie een hulpfunctie betreft, mede omdat eiseres zelf deze functienaam gebruikte en er geen opleidingseisen waren gesteld. De aangevoerde bezwaren van eiseres werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en het imperatieve karakter van de afwijzingsgrond liet geen ruimte voor belangenafweging.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.