17.3.Het Gerecht stelt vast dat sprake is geweest van een langdurig besluitvormingstraject, waarbij ondanks eerdere rechterlijke uitspraken niet tijdig inhoudelijk is beslist op de verzoeken van klagers. Gelet op deze omstandigheden acht het Gerecht het aannemelijk dat bij klagers immateriële schade is ontstaan. Nu de vordering bovendien niet is weersproken, bestaat aanleiding deze toe te wijzen.
18. Aangezien de bezwaren gegrond worden verklaard, bestaat er aanleiding om verweerders te veroordelen in de door klagers gemaakte proceskosten. Deze worden, overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht, bepaald op Cg 1.400,-, bestaande uit één punt voor de bezwaarschriften en één punt voor de mondelinge behandeling, met een waarde per punt van Cg 700,-. Gelet op de onderlinge samenhang worden de zaken als één zaak aangemerkt.
Het Gerecht in ambtenarenzaken:
- verklaart de bezwaren van klagers gegrond;
- vernietigt de landsbesluiten van 28 november 2025 met nummers LB-25/511, LB-25/512, LB-25/513, LB-25/514 en LB-25/515;
- bepaalt dat de rechtspositie van klagers met ingang van 1 januari 2017 wordt vastgesteld, in die zin dat zij worden bevorderd naar de rang van hoofdagent bij het Korps Politie Sint Maarten in schaal P8, trede 10, hetgeen overeenkomt met een maandelijks bezoldigingsbedrag van Cg 6.570,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde landsbesluiten;
- bepaalt dat verweerders
binnen 6 (zes) weken na hedenuitvoering dienen te geven aan deze uitspraak door de tredes vanaf 1 januari 2017 voor ieder opvolgend jaar vast te stellen overeenkomstig de rechtspositionele systematiek en de achterstallige bezoldiging waarop klagers aanspraak hebben uit te betalen, met inachtneming van deze uitspraak, waarbij de minister zorg draagt voor de feitelijke uitvoering daarvan;
- veroordeelt verweerders (ten laste van het Land Sint Maarten) tot vergoeding van de door klagers geleden immateriële schade tot een bedrag van Cg 2.500,- per klager;
- veroordeelt verweerders (ten laste van het Land Sint Maarten) in de proceskosten van klagers tot een bedrag van Cg 1.400,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Martinez-Hammer, rechter in het gerecht in ambtenarenzaken van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 25 mei 2026.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest; en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van de toezending van de uitspraak of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.