Uitspraak
2.De feiten
3.Het geschil
- Gedaagde te bevelen om binnen vierentwintig uur na het te wijzen vonnis bedoeld appartement met de hare en allen die namens haar ener recht daartoe menen te hebben, te ontruimen, deze leeg en ter vrije beschikking van eiseres te stellen;
- Gedaagde te veroordelen om bij wijze van voorschot aan eiseres de som van USD 5.400,- zijnde de aan eiseres verschuldigde achterstallige en onbetaalde huur te betalen, zulks met doorbetaling van het huur tot en met de dag der ontruiming;
- Gedaagde te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten.
Gedaagde heeft haar betaling verplichting verzaakt en nagelaten de overeengekomen maandelijks huur te betalen. Zij is per heden USD 5.400,- aan huur aan eiseres verschuldigd ondanks verbale aanmaningen daartoe.
4.De beoordeling
Volgens de huurovereenkomst is een bedrag van USD 450,- per maand verschuldigd door gedaagde. In totaal zou het dan gaan om negen maanden huurachterstand. In dat verband heeft eiseres onvoldoende onderbouwd, waarom zij niet eerder een bodemprocedure heeft gestart en waarom er dus op dit moment van haar niet kan worden verlangd om de huurachterstand via de gewone weg van een bodemprocedure te vorderen. Zij heeft dit ter zitting ook niet kunnen toelichten.
Cg 450,00