Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.de naamloze vennootschap SINT MAARTEN TELEPHONE COMPANY N.V,
2. de naamloze vennootschap SMITCOMS N.V.,
3. de naamloze vennootschap TELCELL N.V.,
1.de naamloze vennootschapUNITED TELECOMMUNICATION SERVICES ST. MAARTEN N.V.,gevestigd in Curaçao en mede kantoorhoudende in Sint Maarten,
Het Gerecht heft de beslagen op, omdat het belang van Telem daarbij groter is dan het belang van Flow bij handhaving ervan. Flow kan de kwestie nog steeds in een bodemzaak aanhangig maken.
1.Verloop van de procedure
Vervolgens heeft op 22 juni 2026 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen en de gemachtigden zijn verschenen (de gemachtigde van Telem en een vertegenwoordiger van Telem online vanuit Curaçao) en het woord hebben gevoerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is verklaard.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Alleen ten tijde van het beslag bestaande saldi wordt getroffen, later binnenkomende bedragen vallen niet onder het beslag. Van geen van de drie banken was ten tijde van de mondelinge behandeling in dit kort geding nog een gerechtelijke verklaring ontvangen van wat onder het beslag valt.
De geschilpuntenGeen schending van artikel 18c Rv.
Geldt de Settlement Agreement?
De eerste betaling is volgens de inhoud van de overeenkomst gedaan en de tweede betaling ziet ook op de verschuldigdheid uit de overeenkomst, zij het dat Telem daarbij een bedrag in mindering brengt, omdat zij dat wenst te verrekenen.
De door Telem gedane betalingen van februari en april 2024 verwijzen ten slotte ook naar de overeenkomst.
De verschuldigdheid van de bedragen op grond van de overeenkomst tot en met december 2022 staan daarmee naar voorlopig oordeel voldoende vast.
Hoofdelijkheid
ten onrechte de hoofdelijke verbondenheid voor de totale schuld wordt aangenomen. Daarom is ten onrechte onder alle drie de entiteiten beslag gelegd.
Daarnaast heeft Flow erop gewezen dat ook na het afsluiten van de overeenkomst in 2024, Telem zelf over de juistheid van de verschuldigde bedragen verklaringen heeft afgelegd als “Telem Group”.
Ten slotte blijkt uit de overgelegde bankafschriften dat de betalingen in december 2023, februari 2024 en april 2024 zijn gedaan door SMTC, terwijl niet blijkt dat uitsluitend SMTC iets aan Flow verschuldigd was. Deze betalingen kunnen daarom worden gezien als betalingen namens de groep van drie entiteiten.
De crediteringen van 20 november 2023
Belangenafweging
“(…) de president in het in art. 705 bedoelde Pro kort geding kan oordelen dat het belang dat de schuldeiser [bij handhaving van het beslag – opm. Gerecht] heeft, niet tegen de belangen van de schuldenaar opweegt.” [2] Op grond van het Concordantiebeginsel mag aangenomen worden dat een en ander ook voor Sint Maarten geldt, omdat de desbetreffende wettelijke bepaling in artikel 705 Rv Pro. gelijk is aan die in Nederland. Bovendien hebben beide partijen verwezen naar Nederlandse jurisprudentie op dit punt.
Proceskosten
zegelkosten Cg 50,00
griffierecht Cg 450,00
Cg 1500,00+
Flow zou in staat moeten zijn op korte termijn het verzoekschrift in de bodemprocedure in te dienen; bij handhaving van de beslagen zou zij dat ook hebben gemoeten. Telem kan haar conclusie van antwoord dan ook zo spoedig mogelijk nemen, waarna een comparitie van partijen kan worden bepaald. [3]
5.De beslissing in kort geding
12 juni 2026 gelegde conservatoire derdenbeslagen onder:
- The Windward Islands Bank (WIB/Maduro & Curiel's Bank N.V.),
- RBC Royal Bank N.V. en
- Republic Bank (St. Maarten) N.V.