ECLI:NL:OGEAM:2026:85

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
SXM202600074-LAR00009/2026
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 LavArt. 5 LavArt. 6 UavArt. 8 Lav
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering tewerkstellingsvergunning voor Warehouse Attendant wegens laaggeschoolde functie

Eiseres, een groothandel in schoonheidsproducten, vroeg een tewerkstellingsvergunning aan voor een vreemdeling uit Haïti voor de functie Warehouse Attendant. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 6, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit arbeid vreemdelingen (Uav), omdat de functie kan worden vervuld door een laag- of ongeschoolde kracht.

Eiseres betoogde dat de functie complexere taken omvat dan enkel laaggeschoold werk en dat verweerder de aard van de werkzaamheden en de vacature-eisen onvoldoende had meegewogen. Verweerder stelde dat voldoende lokaal aanbod bestaat voor laaggeschoolde arbeid en dat de functie niet specialistisch is.

Het Gerecht oordeelde dat de werkzaamheden, waaronder het ontvangen, opslaan en verzenden van goederen, voorraadadministratie en heftruckbediening, reguliere warehouse-taken zijn die door middel van instructie en werkervaring kunnen worden aangeleerd. De vacature-eis van werkervaring en referentie verandert hier niets aan. Ook het feit dat de vreemdeling zonder relevante ervaring begon en zich ontwikkelde binnen de functie, bevestigt dit.

Daarom was verweerder gehouden de vergunning te weigeren en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de tewerkstellingsvergunning voor de functie Warehouse Attendant wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Uitspraakdatum: 29 juni 2026
Zaaknummer: SXM202600074-LAR00009/2026

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

In het geding van:

[eiseres],

eiseres,
gemachtigde: mr. A.P. RICHARDSON,
tegen

DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, SOCIALE ONTWIKKELING EN ARBEID,

gezeteld te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigde: mr. A.O. MULLER,

Procesverloop

Bij beschikking van 27 maart 2025 (hierna: de primaire beschikking) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van de vreemdeling [naam vreemdeling] (hierna: naam vreemdeling) afgewezen.
Bij beschikking van 11 december 2025 (hierna: de bestreden beschikking) heeft verweerder het door eiseres gemaakte bezwaar tegen de primaire beschikking ongegrond verklaard.
Eiseres heeft bij proforma beroepschrift (met producties), ingediend ter griffie van het Gerecht op 22 januari 2026, beroep ingesteld tegen de bestreden beschikking. Daarna zijn aanvullende beroepsgronden ingediend.
Verweerder heeft een verweerschrift (met producties) ingediend.
De mondelinge behandeling van het beroep heeft op 15 juni 2026 plaatsgevonden. Namens eiseres zijn [naam werkgever], directeur van eiseres, en [naam vreemdeling] verschenen, bijgestaan door gemachtigde voornoemd. Verweerder is verschenen bij gemachtigde voornoemd. Partijen hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd.
Uitspraak is (vervroegd) bepaald op vandaag.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1.1.
Eiseres exploiteert een groothandel in schoonheids-, cosmetische en wellnessproducten in Sint Maarten.
1.2. [
naam vreemdeling] is een vreemdeling afkomstig uit Haïti.
1.3.
Op 24 oktober 2024 heeft eiseres bij verweerder een verzoek tot vacature-registratie ingediend voor de functie van Warehouse Attendant. Deze vacature is op 9 januari 2025 door verweerder geregistreerd. De vacaturetekst luidt – voor zover hier relevant – als volgt:
“Must have at least 1 year experience working in a warehouse, must have a reference letter and must speak English.”
1.4.
Op 9 januari 2025 heeft eiseres bij verweerder een aanvraag ingediend voor een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van [naam vreemdeling], voor de functie van Warehouse Attendant. Bij de aanvraag heeft eiseres geen opleidingseisen of overige kwalificaties vermeld.
1.5.
Bij de primaire beschikking heeft verweerder afwijzend beslist op de aanvraag en daaraan – voor zover relevant – de volgende afwijzingsgrond ten grondslag gelegd:

Article 6, Paragraph 1, AB 2013 GT. No. 73 It pertains to a first time employment permit application, for a position that is not specialized, and one which is being filled by low and/or unskilled workforce.
1.6.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de primaire beschikking. Op 3 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden.
1.7.
Verweerder heeft bij de bestreden beschikking het bezwaar ongegrond verklaard en de afwijzing gehandhaafd.
Wettelijk kader
2.1.
In artikel 2, eerste lid, van de Landsverordening arbeid vreemdelingen (hierna: Lav) is bepaald dat het een werkgever verboden is een vreemdeling arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning.
2.2.
Artikel 5, eerste lid, van de Lav bepaalt dat een tewerkstellingsvergunning wordt aangevraagd door de werkgever.
2.3.
Op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder f, van de Lav wordt een tewerkstellingsvergunning geweigerd op andere bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vast te stellen gronden.
2.4.
Het Uitvoeringsbesluit arbeid vreemdelingen (hierna: Uav) is een zodanig landsbesluit. In artikel 6, eerste lid, van het Uav is bepaald dat een tewerkstellingsvergunning wordt geweigerd indien de arbeid betreft een niet-gespecialiseerd beroep, dan wel indien de arbeid door een laag- of ongeschoolde kracht kan worden verricht.
Geschil
3.1.
In geschil is of de in artikel 6, eerste lid, van het Uav neergelegde afwijzingsgrond aan verlening van de gevraagde tewerkstellingsvergunning in de weg staat.
3.2.
Verweerder heeft aan de bestreden beschikking ten grondslag gelegd dat sprake is van een eerste aanvraag voor een laag- of ongeschoolde functie. Ingevolge vaste Lar-jurisprudentie is het niet nodig dat, in casu, de functie ‘warehouse attendant’ met zoveel woorden op de lijst van artikel 6 lid 1 van Pro het Uitvoeringsbesluit voorkomt. Het criterium is of voor de functie geen opleiding is vereist dan wel kan worden volstaan met een lage opleiding.
3.3.
Eiseres betoogt dat uit de functiebeschrijving en de daarin opgenomen werkzaamheden blijkt dat sprake is van een samenstel van complexe taken en dagelijkse verantwoordelijkheden die aanzienlijk verder reiken dan het enkel stapelen van dozen op een plank. Volgens eiseres miskent verweerder daarmee de aard en inhoud van de magazijnwerkzaamheden. Voorts stelt eiseres dat de bestreden beschikking niet berust op een deugdelijke motivering en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel tot stand is gekomen. Daarbij voert eiseres aan dat verweerder in de bestreden beschikking heeft nagelaten inhoudelijk in te gaan op de concrete functiebeschrijving, de door hemzelf goedgekeurde vacature-eisen en het aantoonbare ontbreken van lokaal arbeidsaanbod.
3.4.
Verweerder stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat voor laag- en ongeschoolde arbeid voldoende aanbod bestaat op de lokale arbeidsmarkt van personen die zonder tewerkstellingsvergunning arbeid mogen verrichten.
Oordeel van het Gerecht
4.1.
Het Gerecht stelt voorop dat verweerder de aanvraag heeft afgewezen onder verwijzing naar artikel 6, eerste lid, van het Uav. Op grond van deze bepaling wordt een tewerkstellingsvergunning voor een eerste aanvraag geweigerd indien de arbeid kan worden verricht door een laag- of ongeschoolde kracht. Het betreft een imperatieve weigeringsgrond, zodat verweerder gehouden is de vergunning te weigeren indien aan dit criterium is voldaan.
4.2.
Tussen partijen is in geschil of de functie “Warehouse Attendant” arbeid betreft die door een laag- of ongeschoolde kracht kan worden verricht.
4.3.
Bij de beantwoording van deze vraag is de aard en inhoud van de werkzaamheden doorslaggevend. Het gaat om de vraag of de werkzaamheden, gelet op hun complexiteit, vereiste vaardigheden en mate van zelfstandigheid, zodanig zijn dat daarvoor geen hoger opleidings- of kwalificatieniveau is vereist en deze in het algemeen door middel van instructie en werkervaring kunnen worden verricht.
4.4.
Eiseres heeft de functie omschreven als werkzaamheden binnen een groothandel in schoonheids-, cosmetische en wellnessproducten, bestaande uit onder meer het ontvangen, opslaan en verzenden van goederen, het bijhouden van voorraadadministratie in een geautomatiseerd systeem en het bedienen van een heftruck. Voorts is in de vacature vermeld dat ten minste één jaar werkervaring in een warehouseomgeving, een referentie en beheersing van de Engelse taal zijn vereist.
4.5.
Het Gerecht overweegt dat de door eiseres beschreven werkzaamheden naar hun aard moeten worden aangemerkt als reguliere werkzaamheden binnen een warehouse- of magazijnomgeving. Het betreft werkzaamheden zoals het ontvangen, opslaan en verzenden van goederen, het bijhouden van voorraadadministratie in een geautomatiseerd systeem en het bedienen van een heftruck. Dat deze werkzaamheden nauwkeurigheid en bekendheid met interne bedrijfsprocessen vereisen, maakt niet dat reeds daarom sprake is van arbeid die niet door een laag- of ongeschoolde kracht kan worden verricht, nu deze werkzaamheden in de praktijk in beginsel door middel van instructie en werkervaring kunnen worden aangeleerd.
4.6.
Daarbij neemt het Gerecht in aanmerking dat in de vacature uitdrukkelijk is vermeld dat geen opleiding is vereist (“
no education required”). Deze omstandigheid vormt een aanwijzing dat de functie geen voorafgaande formele scholing vergt. Verweerder heeft deze omstandigheid in samenhang met de aard van de werkzaamheden mogen betrekken bij zijn beoordeling dat de arbeid door een laag- of ongeschoolde kracht kan worden verricht. Dat in de vacature tevens een eis van één jaar werkervaring en een referentie is opgenomen, leidt niet tot een ander oordeel. Een dergelijke ervaringseis ziet in het algemeen op het gewenste instap- en inwerkniveau binnen de functie, maar is niet doorslaggevend voor de kwalificatie van de aard en inhoud van de werkzaamheden.
4.7.
Voorts acht het Gerecht van belang dat de betrokken vreemdeling de werkzaamheden zonder voorafgaande relevante ervaring is aangevangen en de benodigde kennis en vaardigheden binnen de onderneming van eiseres heeft verworven. Dit ondersteunt het standpunt van verweerder dat de werkzaamheden zich lenen voor verrichting door een laag- of ongeschoolde kracht, nu de functie kennelijk door middel van praktische instructie en werkervaring kan worden vervuld. Dat de vreemdeling zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld binnen de functie, doet aan het karakter van de arbeid op het moment van de aanvraag niet af.
4.8.
Gelet op het voorgaande is het Gerecht van oordeel dat verweerder zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de functie “Warehouse Attendant” kan worden verricht door een laag- of ongeschoolde kracht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Uav. Verweerder was derhalve gehouden de gevraagde tewerkstellingsvergunning te weigeren.
Conclusie
5.1.
Het beroep is ongegrond.
5.2.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gerecht in eerste aanleg:
verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Martinez-Hammer, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 29 juni 2026.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.
Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.