ECLI:NL:OGEAM:2026:86

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
SXM202600060-LAR00005/2026
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Lob
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op openbaarmaking documenten inspectiedossier perceel Bryson Estate

Eiseres verzocht op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob) om openbaarmaking van documenten met betrekking tot het perceel Bryson Estate. Verweerder verstrekte documenten over inspecties, handhaving en vergunningverlening, maar weigerde documenten over infrastructurele ontwikkelingen zoals de aanleg van een weg.

Eiseres stelde dat het onderzoek onvolledig was en dat ook documenten over aangrenzende percelen en algemene gebiedsontwikkelingen hadden moeten worden verstrekt. Verweerder betoogde dat het verzoek beperkt was tot het perceel en dat alle relevante documenten waren verstrekt.

Het Gerecht oordeelde dat de reikwijdte van het verzoek wordt bepaald door de inhoud en bewoordingen ervan en dat documenten over algemene infrastructurele ontwikkelingen niet onder het verzoek vallen. Verweerder had een zorgvuldig onderzoek verricht en de mededeling dat geen aanvullende documenten aanwezig zijn, was niet ongeloofwaardig.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot openbaarmaking van aanvullende documenten wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Uitspraakdatum: 29 juni 2026
Zaaknummer: SXM202600060-LAR00005/2026

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

UITSPRAAK

In het geding van:

[eiseres],

wonende te Sint Maarten,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.G. SNOW,
tegen
DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING, MILIEU EN INFRASTRUCTUUR VAN SINT MAARTEN,
gezeteld te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigden: mrs. R.F. GIBSON jr. en I.Z. GUARDIOLA.

Procesverloop

Bij beschikking van 16 december 2025 (hierna: de bestreden beschikking) heeft verweerder beslist op het verzoek van eiseres op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob).
Eiseres heeft bij beroepschrift (met producties), ingediend op 20 januari 2026, beroep ingesteld tegen de bestreden beschikking.
Verweerder heeft een verweerschrift (met producties) ingediend.
Eiseres heeft bij brief van 9 juni 2026 een aanvullende productie ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 15 juni 2026. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de heer [S] en mr. Guardiola. Partijen hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd.
Uitspraak is (vervroegd) bepaald op heden.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1.1.
Bij brief van 8 april 2025 heeft eiseres bij verweerder een verzoek op grond van artikel 3 van Pro de Lob ingediend (hierna: het verzoek). In het verzoek is vermeld dat dit betrekking heeft op het perceel bekend als Bryson Estate, gelegen te Middle Region, nabij Richards Drive en Basseterre Road.
In het verzoek is verzocht om een volledige kopie van het inspectiedossier met betrekking tot het perceel. Meer specifiek is verzocht om:
  • inspectierapporten;
  • foto's of andere documentatie van locatiebezoeken;
  • data en bevindingen van alle uitgevoerde inspecties;
  • kopieën van eventuele bouwstops, waarschuwingen of kennisgevingen van overtredingen die zijn uitgevaardigd wegens ongeoorloofde bouwactiviteiten of gebruik van het perceel;
  • alle interne en externe correspondentie, adviezen of memo's betreffende de status van het perceel of de ten aanzien daarvan getroffen maatregelen;
  • informatie over eventueel verleende bouwvergunningen voor het perceel en, indien dat het geval is, kopieën van die vergunning(en) en de daarbij behorende bouwtekeningen.
1.2.
Bij beschikking van 20 mei 2025 heeft verweerder beslist op het verzoek van eiseres. Het hiertegen door eiseres ingestelde beroep is bij uitspraak van het Gerecht van 25 november 2025 gegrond verklaard, waarbij de beschikking is vernietigd en verweerder is opgedragen om binnen vier weken een nieuwe beschikking te geven op het verzoek van eiseres.
1.3.
Verweerder heeft in de bestreden beschikking – in navolging van de uitspraak – op het verzoek beslist. In de beschikking is – voor zover hier van belang - het volgende opgenomen:
“… Your request is granted insofar as documents responsive to the request were located. The identified documents are disclosed in anonymized form and are attached to the e-mail. No additional documents falling within the scope of your request were found.”
Als bijlagen bij de bestreden beschikking heeft verweerder de volgende documenten verstrekt:
  • bouwstopbevel d.d. 12 oktober 2017;
  • bouwstopbevel d.d. 13 oktober 2017;
  • bouwstopbevel d.d. 15 oktober 2019;
  • site report d.d. 23 januari 2019, inclusief fotomateriaal;
  • site report d.d. 9 juni 2023, inclusief fotomateriaal en interne memo d.d. 20 juli 2023;
  • inspectierapporten d.d. 12 oktober 2019 betreffende illegale bouwactiviteiten;
  • inspectierapport d.d. 18 oktober 2019 betreffende een bouwstopbevel;
  • waarschuwingsbrieven d.d. 12 oktober 2019;
  • verwijderingsbevel d.d. 22 oktober 2019;
  • aanvraag bouwvergunning d.d. 12 december 2018;
  • advies van afdeling vergunningen d.d. 24 april 2019;
  • brieven inzake betaling bouwvergunningsleges d.d. 25 april 2019;
  • bouwvergunning d.d. 25 april 2019.
Het geschil en de standpunten
2.1.
Partijen twisten over de vraag of verweerder met de verstrekte documenten heeft voldaan aan het verzoek van eiseres.
2.2.
Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder met de verstrekte documenten niet aan het verzoek heeft voldaan. Het door verweerder verrichte onderzoek is onvolledig en bovendien ontbreekt een verifieerbare onderbouwing daarvan. Daarnaast betoogt eiseres dat verweerder het verzoek ten onrechte beperkt heeft uitgelegd. Naar haar mening had het onderzoek zich mede moeten uitstrekken naar relevante kadastrale percelen, aangrenzende kavels, inspectie- en handhavingsdossiers, en interne correspondentie betreffende ontwikkelingen in het gebied. Voorts is de mededeling van verweerder, dat naast de overgelegde documenten geen andere documenten aanwezig zijn, volgens eiseres niet geloofwaardig. Eiseres verwijst daarbij naar de constructie van een weg door het gebied in 2024 waarvoor documenten beschikbaar moeten zijn maar niet zijn verstrekt. Ook heeft eiseres een inspectierapport overgelegd van 20 augustus 2015 naar aanleiding van een melding van eiseres.
2.3.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het verzoek zorgvuldig is behandeld en heeft geresulteerd in de bestreden beschikking, waarbij alle beschikbare documenten zijn verstrekt. Deze documenten zien onder meer op inspecties, handhavingsactiviteiten en vergunningverlening en hebben betrekking op de locatie die eiseres aanduidt als “Bryson Estate”. Gelet op de inhoud van het verzoek volgt verweerder eiseres niet in haar stelling dat dit betrekking heeft op alle ontwikkelingen in het gehele gebied van Middle Region noch op omliggende percelen. Eiseres heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat er aanvullende documenten onder verweerder berusten. De omstandigheid dat in het gebied infrastructurele werkzaamheden hebben plaatsgevonden, maakt dit niet anders. De aanleg van een publieke weg betreft een infrastructurele ontwikkeling van algemene aard en valt niet onder de reikwijdte van het verzoek van eiseres, aldus verweerder.
Beoordeling
De reikwijdte van het verzoek
3.1.
Ter zitting is gebleken dat partijen feitelijk geen verschil van inzicht hebben over de locatie waarop het verzoek betrekking heeft. Het betreft het gebied zoals weergegeven op de door eiseres overgelegde aanvullende productie, meer in het bijzonder het gebied dat binnen de daarop aangebrachte rode lijnen valt. Namens verweerder is ter zitting bevestigd dat ook hij bij zijn onderzoek van dit gebied (zo niet groter) is uitgegaan.
3.2.
Het Gerecht volgt eiseres niet in haar standpunt dat verweerder zijn onderzoek had moeten uitstrekken tot aangrenzende percelen of overige ontwikkelingen in het gebied Middle Region. De reikwijdte van een verzoek op grond van de Lob wordt in beginsel bepaald door de inhoud en bewoordingen van dat verzoek. Eiseres heeft verzocht om een volledige kopie van het inspectiedossier met betrekking tot het perceel, waaronder inspectierapporten, stukken betreffende handhavingsmaatregelen, correspondentie betreffende de status van het perceel en informatie over verleende bouwvergunningen. Een ruimere uitleg, inhoudende dat alle documenten betreffende ontwikkelingen in de omgeving of het gehele gebied van Middle Region onder het verzoek vallen, vindt geen steun in de tekst van het verzoek.
3.3.
Hoewel het verzoek mede ziet op interne en externe correspondentie, adviezen en memo's betreffende de status van het perceel, dient deze passage te worden gelezen in de context van het verzoek als geheel, dat betrekking heeft op het inspectiedossier van het perceel. Naar het oordeel van het Gerecht omvat deze formulering correspondentie en interne stukken die verband houden met inspecties, handhaving, vergunningverlening of andere maatregelen ten aanzien van het perceel. Daaronder vallen niet zonder meer documenten die betrekking hebben op algemene ontwikkelingen in het gebied.
3.4.
Dit geldt ook voor documenten betreffende infrastructurele werkzaamheden, zoals de aanleg van een weg. De enkele omstandigheid dat dergelijke werkzaamheden (gedeeltelijk) hebben plaatsgevonden binnen het gebied waarop het verzoek ziet, brengt niet mee dat documenten daarover onder de reikwijdte van het verzoek vallen. Dat is slechts anders indien die documenten tevens betrekking hebben op de status van het perceel of op ten aanzien daarvan getroffen maatregelen.
Heeft verweerder zorgvuldig onderzoek verricht?
4.1.
Verweerder heeft toegelicht dat naar aanleiding van het verzoek onderzoek is verricht in zowel het digitale als het fysieke archief. Daarbij heeft verweerder tevens overleg gevoerd met de betrokken afdelingen en navraag gedaan bij eiseres teneinde meer duidelijkheid te verkrijgen over de locatie waarop de aanduiding "Bryson Estate" betrekking had. Dit onderzoek heeft geleid tot het aantreffen en verstrekken van documenten over meerdere jaren, waaronder inspectierapporten, handhavingsstukken, vergunninggerelateerde documenten, fotomateriaal en interne correspondentie.
4.2.
Bij de beoordeling of het onderzoek zorgvuldig is geweest, geldt dat het aan verweerder is om aannemelijk te maken dat een zorgvuldig onderzoek naar de onder het verzoek vallende documenten heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft daartoe toegelicht op welke wijze het onderzoek is verricht. Het Gerecht ziet in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen concrete aanknopingspunten voor het oordeel dat dit onderzoek niet zorgvuldig is uitgevoerd. De enkele omstandigheid dat eiseres de wijze waarop het onderzoek is verricht niet zelfstandig kan verifiëren, is daarvoor onvoldoende. Gelet op de door verweerder gegeven toelichting en de aard en inhoud van de aangetroffen en verstrekte documenten, is het Gerecht van oordeel dat verweerder aan deze verplichting heeft voldaan.
Is aannemelijk dat meer documenten bestaan?
5.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:98), is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust.
5.2.
Het Gerecht acht de mededeling van verweerder dat geen andere documenten zijn aangetroffen die onder de reikwijdte van het verzoek vallen, niet ongeloofwaardig. Dat eiseres heeft gewezen op de aanleg van een weg binnen het gebied waarop het verzoek betrekking heeft, maakt dit niet anders. Zoals hiervoor is overwogen, vallen documenten die uitsluitend betrekking hebben op deze infrastructurele ontwikkeling niet binnen de reikwijdte van het verzoek. Reeds daarom kan de omstandigheid dat dergelijke werkzaamheden hebben plaatsgevonden niet dienen als aanwijzing dat verweerder beschikt over aanvullende documenten die onder het verzoek vallen maar niet zijn verstrekt.
5.3.
Verder heeft eiseres een inspectierapport van 20 augustus 2015 overgelegd. Verweerder heeft hierover toegelicht dat hij dit inspectierapport niet opnieuw heeft verstrekt, omdat dit blijkens de eerdere beroepsprocedure reeds bij eiseres bekend was. Het Gerecht acht deze toelichting niet onaannemelijk. Het enkele feit dat een document dat reeds bij eiseres bekend was niet opnieuw is verstrekt, is onvoldoende om te concluderen dat verweerder nog over andere relevante documenten beschikt die onder de reikwijdte van het verzoek vallen. Het Gerecht is daarom van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat onder verweerder nog aanvullende documenten berusten die binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.
Conclusie
6.1.
Het beroep is ongegrond.
6.2.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het Gerecht:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Martinez-Hammer, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 29 juni 2026.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.
Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.