ECLI:NL:OGEAM:2026:87
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek om voorlopige voorziening wegens prematuur bezwaar tegen schorsing ambtenaar
Verzoeker, een ambtenaar bij het Ministerie van VROMI, werd op 1 oktober 2024 geschorst met volledige inhouding van zijn bezoldiging. Op 11 mei 2026 verzocht hij de schorsing en inhouding op te heffen of te herzien. Vervolgens maakte hij op 11 juni 2026 bezwaar tegen de fictieve weigering van verweerder om op zijn verzoek te beslissen en vroeg hij om een voorlopige voorziening.
Het Gerecht oordeelde dat het bezwaar prematuur was ingediend omdat de wettelijke termijn van drie maanden voor het in gebreke stellen van het bevoegd gezag nog niet was verstreken. Hierdoor was er nog geen sprake van een fictieve weigering en was het bezwaar niet ontvankelijk. Omdat ten tijde van het verzoek om een voorlopige voorziening geen ontvankelijk bezwaar aanhangig was, kon het Gerecht niet inhoudelijk op de gronden van verzoeker ingaan.
Het Gerecht benadrukte dat deze niet-ontvankelijkverklaring niet leidt tot het ontbreken van effectieve rechtsbescherming, aangezien de wetgever de rechtsbescherming afhankelijk heeft gesteld van de termijnen in het Landsbesluit bezwaarschriften ambtenaren. Zodra aan deze voorwaarden is voldaan, staan de wettelijke rechtsmiddelen open. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend bezwaar.