ECLI:NL:OGEAM:2026:9

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
SXM202500855
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. Veerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inschakeling deskundige voor berekening achterstallige overwerk- en maaltijdvergoedingen

In deze zaak vordert eiseres betaling van achterstallige overwerk- en maaltijdvergoedingen van haar voormalige werkgever VIP Guards & Errands N.V. Het gerecht verwijst naar eerdere overwegingen uit het vonnis van 19 november 2025 en neemt deze over. Eiseres heeft een berekening overgelegd van niet genoten vakantiedagen en verzoekt het gerecht om een beslissing over de wettelijke verhogingen van 50%, maar het gerecht oordeelt dat dit een juridische vraag is die niet door de deskundige moet worden beantwoord.

VIP betwist de hoogte van de maaltijdvergoeding van Cg 27,00 per maaltijd als disproportioneel en onredelijk, maar het gerecht volgt deze stelling niet omdat VIP dit bedrag aanvankelijk niet betwistte en onvoldoende onderbouwde. VIP stelt ook dat zij niet meer beschikt over volledige administratie vanwege een zoekgeraakte USB-stick die in het bezit van eiseres zou moeten zijn, maar het gerecht wijst dit af omdat eiseres verklaarde de stick niet te hebben en VIP geen bewijs heeft geleverd.

Het gerecht bepaalt dat de deskundige bij zijn berekeningen het verweer van VIP over afspraken met restaurants buiten beschouwing moet laten. Partijen hebben verschillende deskundigen voorgesteld, maar omdat er onvoldoende bereidverklaringen en contactgegevens zijn, krijgen zij de gelegenheid om dit alsnog te regelen. Het voorschot voor de deskundige moet door eiseres worden betaald, mede omdat zij onjuiste grondslagen voor haar berekeningen hanteerde.

Het gerecht formuleert twee ruime vragen voor de deskundige: een berekening van de aanspraken op overwerk- en maaltijdvergoedingen en eventuele andere relevante punten voor de beoordeling van de zaak. De zaak wordt verwezen naar een arbeidsrol op 25 februari 2026 voor verdere procedurele afhandeling.

Uitkomst: Het gerecht beveelt een deskundigenonderzoek voor berekening van achterstallige vergoedingen en bepaalt dat eiseres het voorschot betaalt.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202500855
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende in Sint Maarten,
eiseres,
gemachtigde: mr. C. Marica,
tegen
de naamloze vennootschap
VIP GUARDS & ERRANDS N.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: mr. C.R. Merx.
Partijen zullen hierna ”[eiseres]” en ”VIP” worden genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop is omschreven in het vonnis dat in deze procedure
op 19 november 2025 is gewezen. Naar aanleiding van dit vonnis hebben partijen ieder een akte genomen.
1.2.
Vervolgens is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Het Gerecht neemt over wat is overwogen en beslist bij het vonnis
van 19 november 2025.
2.2. [
eiseres] heeft in haar laatste akte een toelichting gegeven op het kunnen verkrijgen van een verblijfsvergunning via een andere werkgever en de berekening gegeven van het bedrag van Cg 2.178,00 bruto wegens niet genoten vakantiedagen. Op die toelichting en berekening kan VIP te zijner tijd, tegelijk met de door haar te nemen conclusie na deskundigenbericht, reageren.
2.3. [
eiseres] heeft in haar laatste akte het Gerecht nog verzocht om, alvorens de deskundige in te schakelen, een beslissing te geven over de gevorderde maximale wettelijke verhogingen van 50%. Volgens [eiseres] zal VIP naar verwachting uiteindelijk een lumpsum moeten betalen en zal een groot deel als belastingen ingehouden dienen te worden, wat niet zou zijn gebeurd als de vergoedingen netjes waren betaald toen die verschuldigd waren. VIP wil discussies over de wijze van berekenen van de wettelijke verhogingen voorkomen. VIP wil dat de deskundige de wettelijke verhogingen bij zijn berekeningen betrekt, zodat partijen weten welke bedragen moeten worden betaald. Het Gerecht volgt [eiseres] hierin niet. Wat verder ook zij van uiteindelijk te betalen belastingen, een eventuele wettelijke verhoging vloeit voort uit het systeem van de wet en de vraag of wettelijke verhoging toewijsbaar is en zo ja, over welke bedragen, is niet een vraag waarover de deskundige zich zou moeten buigen, maar een juridische vraag die het Gerecht uiteindelijk zal beantwoorden.
2.4.
VIP heeft in haar laatste akte een toelichting gegeven op de gang van zaken bij het gestelde eten door [eiseres] bij Allen’s Bistro. Op die toelichting kan [eiseres] te zijner tijd, tegelijk met de door haar te nemen conclusie na deskundigenbericht, reageren.
2.5.
VIP heeft in haar laatste akte nog opgemerkt, kennelijk naar aanleiding van rechtsoverweging 2.12 van het vonnis van 19 november 2025, dat zij de hoogte van de geclaimde maaltijdvergoeding van Cg 27,00 per maaltijd alsnog wenst te betwisten. Dit bedrag is volgens VIP disproportioneel en onredelijk, omdat werknemers al kosteloos kunnen eten via de vaste regeling met Allen’s Bistro, in de praktijk binnen de bestaande afspraken nooit een bedrag in de orde van Cg 27,00 in rekening wordt gebracht of gedeclareerd, en het bedrag in geen verhouding staat tot de daadwerkelijke kosten die VIP normaliter betaalt voor dergelijke maaltijden.
Het Gerecht volgt VIP hierin niet. VIP heeft de hoogte van het bedrag aanvankelijk als zodanig niet betwist en wat VIP nu alsnog naar voren heeft gebracht is onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd en kan er niet toe leiden dat wordt uitgegaan van een ander bedrag dan het voorliggende bedrag van Cg 27,00 per maaltijd. Ook de deskundige moet daarvan uitgaan.
VIP heeft verder in haar laatste akte nog opgemerkt, kort weergegeven, dat VIP niet meer de beschikking heeft over haar volledige administratie, inclusief urenroosters en mutaties, omdat al deze gegevens staan op een door VIP als back-up gebruikte USB-stick die [eiseres] volgens VIP in bezit zou moeten hebben. Dit laatste omdat deze stick in het bezit van [eiseres] is geraakt toen zij vertrok, en omdat [eiseres] beschikt over uitzonderlijk gedetailleerde bedrijfsgegevens. Ook hierin volgt het Gerecht VIP niet. De kwestie van de zoek geraakte USB-stick is aan de orde gekomen bij de mondelinge behandeling van 17 september 2025, waar [eiseres] heeft verklaard dat zij de USB-stick niet heeft meegenomen of anderszins in bezit heeft gekregen. Bewijslevering ter zake heeft VIP niet aangeboden en daarmee blijft de kwestie van de zoekgeraakte USB-stick en de ontbrekende registratie voor risico van VIP, als werkgever op wiens weg het ligt die registratie bij te houden.
2.6.
De te benoemen deskundige dient bij zijn berekeningen het verweer van VIP dat zij afspraken heeft met restaurants waar [eiseres] op kosten van VIP zou hebben gegeten buiten beschouwing te laten. Na het deskundigenbericht en de door partijen te nemen conclusies na deskundigenbericht zal het Gerecht dit verweer van VIP beoordelen en daaromtrent overwegen.
2.7.
Partijen hebben zich uitgelaten over de persoon van de te benoemen deskundige. [eiseres] stelt SINTACC Accounting and Consulting Services voor, met daarbij de opmerking dat het voor [eiseres] niet veel uitmaakt wie als deskundige de berekening doet. VIP stelt ABS ACCOUNTING en Defienne Accountants & Co voor. De griffier van Het Gerecht heeft Defienne Accountants & Co verzocht zich bereid te verklaren een benoeming als deskundige te aanvaarden en een voorschot te begroten als beloning voor de werkzaamheden van de deskundige. Defienne Accountants & Co heeft - kort vóór dit vonnis - geantwoord daartoe niet in staat te zijn in verband met het reeds voorhanden zijnde werk en capaciteitsproblemen.
Het Gerecht zal, mede omdat partijen de contactgegevens van de andere twee voorgestelde deskundigen niet hebben vermeld en die gegevens onvoldoende duidelijk en volledig zijn gebleven, partijen nogmaals in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige. Daarbij dient een (vormvrije) bereidverklaring van de voorgestelde deskundige te worden gevoegd, alsmede het bedrag te worden genoemd dat deze deskundige als voorschot op de beloning van de werkzaamheden van de deskundige heeft begroot. Ook moeten voldoende contactgegevens, waaronder ten minste de adresgegevens, telefoonnummer(s) en e-mailadres(sen) van de voorgestelde deskundige zijn vermeld. De zaak zal daartoe worden verwezen naar na te melden arbeidsrol.
2.8.
Het voorschot op de beloning voor de werkzaamheden van de deskundige zal moeten worden voldaan door [eiseres]. [eiseres] is niet alleen de eisende partij, die op grond van de hoofdregel zorg heeft te dragen voor de betaling van het voorschot van de deskundige, maar [eiseres] heeft ook onjuist gebleken grondslagen voor de berekening van de overwerk- en maaltijdvergoedingen gehanteerd, wat heeft bijgedragen aan de noodzaak een deskundige te benoemen.
2.9.
Aan de te benoemen deskundige zullen na te melden, ruim geformuleerde vragen worden voorgelegd. De vragen 1. en 2. die [eiseres] heeft voorgesteld kunnen geacht worden binnen die ruime vraagstelling te vallen.
2.10.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

3.De beslissing

Het Gerecht:
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:
Vraag I: Kunt u aan de hand van de door [eiseres] aangeleverde gegevens, en met
inachtneming van het vonnis van 19 november 2025, een (zo nodig toe te lichten) berekening maken van de bedragen waarop [eiseres] ter zake van overwerkvergoedingen en maaltijdvergoedingen aanspraak kan maken?
Vraag II: Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen voor de verdere beoordeling van de zaak?
3.2.
verwijst de zaak naar de arbeidsrol van woensdag 25 februari 2026 te 08:30 uur om partijen in de gelegenheid te stellen als hiervoor onder 2.7. is overwogen;
3.3.
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Veerman, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.