Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.de naamloze vennootschap REPUBLIC BANK (ST.MAARTEN) N.V.,
2.2. de openbare vennootschap BZSE ATTORNEYS AT LAW/ TAX LAWYERS,
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
De wijze van beslaglegging en de afhandeling ervan
De positie van BZSE
Hoewel mr. Soons zowel in de procedure die tot het vonnis van 2015 heeft geleid, als in de verdere procedure na beslaglegging als gemachtigde voor de bank is opgetreden, kan [eiser] toch de gezamenlijke maten van de maatschap aanspreken. De betalingen door de werkgever zijn immers niet aan mr. Soons gedaan, maar aan BZSE. Dat BZSE hiertoe een derdenrekening aanhoudt, maakt niet dat BZSE zich daarmee van haar aansprakelijkheid voor gemaakte fouten kan bevrijden.
Blijkbaar is het zowel de gemachtigde als de werkgever ontgaan dat het bedrag waarvoor het beslag was gelegd, al lang was bereikt.
Het gelegde loonbeslag
De vordering tot opheffing van het beslag is daarom in beginsel toewijsbaar.
De schuld van [naam echtgenote]
Het Gerecht verwerpt dat standpunt. Verrekening op grond van de wet kan alleen plaatsvinden indien het gaat om dezelfde wederpartij. Het feit dat de bank zich voor voldoening van de schuld van [naam echtgenote] op het vermogen van [eiser] kan verhalen, maakt nog niet dat hij daarmee dezelfde “partij” wordt als [naam echtgenote].
Daarbij heeft het Gerecht gesuggereerd dat de bank mogelijk een positief gebaar naar [eiser] zou kunnen maken, door een deel van de te ontvangen rente kwijt te schelden.
Slotsom, verwijzing naar bodemprocedure
5. De beslissing
rechtdoende in de bodemzaak:
dinsdag 18 augustus 2026, waarin de bank en BZSE een akte zullen nemen met een herberekening van de op dit moment bestaande schuld van [eiser] en [naam echtgenote];