ECLI:NL:OGEAM:2026:96

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
SXM202600725
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 BWArt. 544 RvArt. 548 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot onderhandse verkoop van registergoed wegens betalingsachterstand

De vennootschap Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen N.V. verzocht het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten om toestemming voor onderhandse verkoop van een registergoed waarop zij een recht van eerste hypotheek heeft, vanwege een aanzienlijke betalingsachterstand van de schuldenaren.

Na een eerdere veiling die niet doorging, werden biedingen ontvangen van verschillende partijen, waarbij Simpson Bay Estates N.V. het hoogste bod uitbracht van USD 335.000. De schuldenaren verzochten om aanhouding vanwege een mogelijke herfinanciering en een bouwvergunning voor verbouwing van het registergoed.

Het Gerecht oordeelde dat het bod van Simpson Bay Estates N.V. redelijk is en wijst het verzoek toe, met een levertermijn van minimaal twee maanden om partijen de gelegenheid te geven tot een mogelijke oplossing te komen. Indien de koop niet doorgaat, treedt het bod van Kulukus LLC in de plaats. De schuldenaren worden veroordeeld het registergoed te ontruimen na levering.

Uitkomst: Verzoek tot onderhandse verkoop van het registergoed aan Simpson Bay Estates N.V. voor USD 335.000 wordt toegewezen met leveringsdatum niet eerder dan 28 september 2026.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202600725
Datum beschikking: 28 juli 2026
Op het verzoek van
de vennootschap naar het recht van Curaçao
ONTWIKKELINGSBANK VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN N.V,
gevestigd te Curacao,
verzoekster, hierna: de bank,
gemachtigde: mr. M.M.M. Boekhoudt, notaris te Sint Maarten,
tegen
de stichting
PURE PURPLE PRIVATE FUND FOUNDATION,
gevestigd in Sint Maarten,
[schuldenaar],
wonende in Sint Maarten,
[schuldenaar 2],
wonende in Sint Maarten,
hierna: schuldenaren,
met
de vennootschap naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika
KULUKUS LLC,
gevestigd in New York (Verenigde Staten) en
de naamloze vennootschap
SIMPSON BAY ESTATES N.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
gemachtigde: mr. L.G.J. Berman en
[bieder 1],
wonende in Sint Maarten,
gemachtigde: mr. C. Rutte,
als aangemelde belanghebbenden.

1.De procedure

1.1.
Op 17 juni 2026 is bij de griffie van het Gerecht namens de bank een verzoekschrift ingediend door de notaris, met 10 producties. Het verzoek strekt ertoe om te kunnen komen tot een onderhandse verkoop van het registergoed, waarvan de veiling was aangezegd.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek is bepaald op 3 juli 2026, 13.00 uur.
In het verzoek is ook melding gedaan van de belanghebbenden in de zin van artikel 544 Rv Pro. De griffier van het Gerecht heeft volgens het bepaalde in artikel 548 lid 3 Rv Pro deze belanghebbenden per e-mail mededeling gedaan van de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling van het verzoek.
1.3.
Gebleken is dat het bericht aan de schuldenaren naar een onjuist emailadres is verzonden. Op 2 juli 2026 zijn deze alsnog in kennis gesteld van het verzoekschrift en de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling. Vervolgens heeft [schuldenaar] namens de schuldenaren verzocht om aanhouding van de behandeling van het verzoek.
1.4.
Het verzoek van de bank is vervolgens behandeld op 3 juli 2026. Na behandeling van de zaak is de procedure aangehouden tot 24 juli 2026, op welke datum opnieuw een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.
1.5.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De procedure en de beoordeling van het verzoek

2.1.
Bij notariële akte van 18 september 2023 van notaris Keshia La Toya Richards te Sint Maarten, hebben de hypotheekgevers een recht van eerste hypotheek verleend aan de bank op:
[het registergoed].
2.2.
Aan het verzoek tot onderhandse verkoop heeft de bank ten grondslag gelegd dat er een zeer aanzienlijke betalingsachterstand is. De schuldenaren zijn in gebreke gebleven met de nakoming van hun betalingsverplichtingen jegens de bank.
De voorgenomen en aangevangen executie door middel van openbare verkoop in 2025 is om uiteenlopende redenen niet doorgegaan.
2.3.
Om te komen tot verhaal van haar vordering heeft de bank bij deurwaardersexploot van 19 mei 2026 de executie van het registergoed aangezegd aan de schuldenaren. In de bij dat exploot betekende brief van de bank wordt een openstaande schuld van de twee desbetreffende leningen van ANG 426.622,30 en ANG 297.456,51 vermeld.
2.4.
In het verzoekschrift verklaart de notaris dat de bank voorafgaande aan de opnieuw vastgestelde veiling twee biedingen heeft ontvangen. Eén van USD 137.500,- van [bieder 1] en één van Kulukus LLC van USD 221.000,-.
De bank was akkoord met het hoogste bod. De notaris heeft bij het verzoek ook de concept koopakte tussen de bank en Kulukus LLC overgelegd.
2.5.
Voorafgaande aan de eerste mondelinge behandeling heeft Simpson Bay Estate N.V. te Sint Maarten zich op 2 juli 2026 bij de notaris en bij het Gerecht gemeld en schriftelijk een bod van USD 300.000,- op het registergoed gedaan.
Ter zitting van 3 juli 2026 heeft [bestuurder] (on-line aanwezig) namens Kulukus LLC en een nader bod gedaan van USD 321.000,-.
Mr. Rutte heeft namens [bieder 1] verklaard dat wordt afgezien van een nader bod.
[bestuurder 2] heeft namens Simpson Bay Estates N.V. verklaard een bedrag van
USD 325.000,- te bieden.
2.6.
De rechter heeft in overleg met de aanwezigen en gelet op de belangen van de betrokken partijen bepaald dat de mondelinge behandeling met drie weken werd aangehouden.
De aanhouding gaf schuldenaar [schuldenaar] de gelegenheid om de mogelijkheden voor een oplossing nader te onderzoeken, namelijk door het zoeken van een koper zoals hij tijdens de zitting heeft toegelicht. Daarnaast zullen Kulukus LLC en Simpson Bay Estates N.V. zich kunnen beraden over eventuele verdere biedingen. Biedingen dienen te worden gedaan bij de notaris, die het proces zal coördineren.
2.7.
Voorafgaande aan de voortgezette behandeling op 24 juli 2026 heeft de notaris meegedeeld geen nadere biedingen te hebben ontvangen.
2.8. [
schuldenaar] heeft verzocht om de behandeling en beslissing verder aan te houden, omdat hij in vergevorderd stadium met de WIB-bank is voor een herfinanciering, waarbij alle schulden aan de bank ineens zouden kunnen worden afgelost. Ook heeft hij een op 17 juli 2026 aan hem verleende bouwvergunning in het geding gebracht. Deze vergunning heeft betrekking op de verbouwing van het registergoed in acht appartementen.
2.9.
De bank heeft ter zitting verklaard – zakelijk weergegeven – dat zij de recente stukken van [schuldenaar] heeft gezien, maar dat er nog een aantal voorwaarden moeten worden vervuld, voordat de WIB-lening definitief zal zijn. Gelet op de historie met de schuldenaar in de afgelopen maanden verklaarde de bank er geen vertrouwen in te hebben dat op korte termijn deze herfinanciering geregeld zou kunnen worden. Daarom heeft de bank verzocht te procedure tot onderhandse verkoop voort te zetten.
2.10.
De notaris verklaarde ter zitting dat zij alsnog van Kulukus LLC een verhoogd bod had ontvangen van USD 331.000,-.
2.11.
Mr. Berman verklaarde dat hij namens zijn client een bod van USD 335.000,- mocht uitbrengen, wat hij deed.
2.12.
De notaris verklaarde van Kulukus LLC geen nadere instructie te hebben gekregen over een hoger bod.
2.13.
Het bod van Simpson Bay Estate N.V. is naar het oordeel van het Gerecht redelijk, gezien de andere biedingen, het overgelegde taxatierapport en het feit dat op de eerdere veiling in het geheel geen bod is uitgebracht. Het verzoek is daarom toewijsbaar. Daarbij geldt de inhoud van het op 2 juli 2026 gedane “schriftelijk onvoorwaardelijk bod” van Simpson Bay Estate N.V. onverkort, zij het dat voor de koopprijs USD 335.000,- wordt gelezen en voor de waarborgsom USD 33.500,-.
2.14.
Het Gerecht zal echter de levertermijn bepalen op niet eerder dan over twee maanden. Dat geeft de bank en de schuldenaar de gelegenheid om in de tussenliggende periode toch nog een nadere overeenkomst met elkaar te sluiten, die mogelijk een aflossing van alle schulden inhoudt. Dat lijkt in het belang van beide partijen.
In zo een geval dient de schuldenaar ter vergoeding van gemaakte kosten aan Simpson Bay Estate N.V. een bedrag van USD 3.350,- te voldoen, zijnde 1% van de koopsom.
2.15.
Het Gerecht overweegt voorts nog het volgende.
Indien de waarborgsom door Simpson Bay Estate N.V. niet tijdig zal worden gestort, of de koop later op welke wijze dan ook niet zal kunnen worden vervolgd, dan zal alsnog het bod van Kulukus LLC als redelijk bod gelden en zal Kulukus LLC in de plaats treden van Simpson Bay Estate N.V. Het registergoed zal dan aan Kulukus LLC worden geleverd voor de koopprijs van USD 331.000,-.

3.De beslissing

3.1.
bepaalt dat de verkoop van het onder 2.1. vermelde registergoed onderhands zal geschieden aan Simpson Bay Estates N.V., voor de prijs van USD 335.000,-, zoals nader omschreven in haar schriftelijk onvoorwaardelijk bod van 2 juli 2026, met inachtneming van wat hiervoor onder 2.13 is overwogen;
3.2.
bepaalt dat de levering van het registergoed niet eerder zal plaatsvinden dan op 28 september 2026, onder verwijzing naar wat het Gerecht hiervoor onder 2.14 heeft overwogen;
3.3.
veroordeelt de schuldenaren en eenieder die zich in of op het registergoed bevindt om na betekening van deze beschikking het registergoed te ontruimen, uiterlijk op de derde dag nadat de leveringsakte is ingeschreven in de openbare registers;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 28 juli 2026 door mr. L.J. Saarloos, rechter in bijzijn van de griffier, mr. A.S. Veldhuizen.
The decision of the Judgment
This summary in English is intended only as a service from the Court to inform the parties and is not intended to replace the judgment. No rights can be derived from it. In case of differences between the judgment and this summary, the judgment in Dutch is always decisive. The Court shall not be liable for any damage arising from any use of this summary.

2.The procedure and the review of the request

(…)
2.13.
In the Court’s opinion, the bid submitted by Simpson Bay Estate N.V. is reasonable, given the other bids, the appraisal report submitted, and the fact that no bid was submitted at all at the previous auction. The request is therefore granted. In this regard, the terms of the “unconditional written offer” made by Simpson Bay Estate N.V. on July 2, 2026, apply in full, except that the purchase price shall be read as USD 335,000 and the security deposit as USD 33,500.
2.14.
However, the Court will set the delivery date for no earlier than two months from now. This gives the bank and the debtor the opportunity to still reach a further agreement with each other in the intervening period, which may involve the repayment of all debts. This appears to be in the interest of both parties.
In such a case, the debtor must pay Simpson Bay Estate N.V. the sum of USD 3,350 to compensate for costs incurred, representing 1% of the purchase price.
2.15.
The Court further considers the following.
If Simpson Bay Estate N.V. fails to pay the deposit on time, or if the sale cannot proceed for any reason whatsoever, the offer made by Kulukus LLC will still be deemed a reasonable offer, and Kulukus LLC will take the place of Simpson Bay Estate N.V. The registered property will then be transferred to Kulukus LLC for the purchase price of USD 331,000.

3.The Decision

3.1.
determines that the sale of the registered property referred to in 2.1. shall take place by private sale to Simpson Bay Estates N.V. for the price of USD 335,000, as further specified in its written unconditional offer dated July 2, 2026, subject to the considerations set forth in 2.13 above;
3.2.
orders that the transfer of the registered property shall not take place earlier than September 28, 2026, with reference to the Court’s reasoning in section 2.14 above;
3.3.
orders the debtors and any person present in or on the registered property to vacate the property upon service of this order, no later than the third day after the deed of transfer is recorded in the public registers;
3.4.
declares this order provisionally enforceable.