ECLI:NL:OGEAM:2026:97

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
SXM202201439
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:760 BWArt. 754 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor brand door laswerkzaamheden in magazijn Sint Maarten

Op 3 mei 2018 ontstond een brand in het magazijn van Nicherei in Point Blanche, Sint Maarten, na laswerkzaamheden uitgevoerd door Francis-Lau. Nagico, de verzekeraar van Nicherei, vergoedde de brandschade en stelde Francis-Lau aansprakelijk. Francis-Lau werd in 2021 bij verstek veroordeeld, maar kwam in verzet tegen dit vonnis.

Het Gerecht beoordeelde vier onderzoeksrapporten die unaniem stelden dat de brand werd veroorzaakt door hete spetters van de laswerkzaamheden. Alternatieve oorzaken zoals kortsluiting of brandstichting werden gemotiveerd verworpen. Francis-Lau voerde aan dat het ging om puntlassen zonder vonken, maar het Gerecht stelde dat ook bij puntlassen hete spetters kunnen vrijkomen die brand kunnen veroorzaken.

Francis-Lau had onvoldoende preventieve maatregelen genomen, zoals het gebruik van branddekens en het inschakelen van een fire-watch. Ook het argument dat Nicherei verantwoordelijk was voor het leegmaken van het magazijn werd verworpen, omdat Francis-Lau onder die omstandigheden het werk had kunnen weigeren.

De handgeschreven verklaringen van medewerkers van Francis-Lau over het gebruik van branddekens werden niet geloofd. Het Gerecht veroordeelde Francis-Lau tot betaling van de schadevergoeding aan Nagico en de proceskosten, vernietigde het verstekvonnis alleen voor de buitengerechtelijke kosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Francis-Lau wordt aansprakelijk gehouden voor de brand en veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en kosten aan Nagico.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202201439
Vonnisdatum: 26 mei 2026
in de verzetzaak van
de vennootschap naar het recht van Trinidad en Tobago
FRANCIS-LAU CONSTRUCTION CO. LTD,
gevestigd in Trinidad en Tobago,
eiseres in het verzet,
gedaagde in de verstekprocedure,
gemachtigde: mr. J.G. Bloem,
tegen
de naamloze vennootschap
NATIONAL GENERAL INSURANCE CO. (NAGICO) N.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde in het verzet,
oorspronkelijk eiseres,
gemachtigde: mr. R.F. Gibson jr.
Partijen zullen hierna Francis-Lau en Nagico worden genoemd.
De zaak in het kort
Er is brand ontstaan na laswerkzaamheden door Francis-Lau. Nagico heeft de brandschade vergoed en heeft Francis-Lau daarvoor aangesproken. Francis-Lau is in 2021 bij verstek veroordeeld en komt nu in verzet. Het Gerecht bevestigt het eerdere oordeel. Op grond van vier onderzoeksrapporten zijn de laswerkzaamheden van Francis-Lau als enig mogelijke oorzaak van de brand vastgesteld.
The case in brief
A fire broke out following welding work performed by Francis-Lau. Nagico compensated for the fire damage and sought reimbursement from Francis-Lau. Francis-Lau was convicted in absentia in 2021 and is now appealing. The Court upheld the earlier judgment. Based on four investigative reports, Francis-Lau’s welding work was determined to be the sole possible cause of the fire.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het inleidend verzetschrift, op 28 december 2022 ter griffie ingediend, tevens voorwaardelijke eis in reconventie en verzoek tot oproeping in vrijwaring;
  • de conclusie van antwoord van Nagico in het incident;
  • het vonnis van 16 mei 2023 in het incident, waarbij de vrijwaring van Nicherei Carib Corporation N.V. (Nicherei) is toegelaten;
  • de conclusie van antwoord van 6 juni 2023 in voorwaardelijke reconventie;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 22 juni 2023;
  • de conclusie van antwoord van 14 november 2023 in oppositie;
  • de conclusie van repliek van 19 maart 2024;
  • de conclusie van dupliek in oppositie van 23 juli 2024;
  • de akte uitlating producties van Francis-Lau van 15 oktober 2024, met verzoek tot het houden van pleidooi.
1.2.
De pleidooien hebben op 8 april 2026 plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen (Francis-Lau online) en hun gemachtigden. Bij gelegenheid van de pleidooien hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen. Tegelijk met de pleidooien in deze hoofdzaak hebben de pleidooien plaatsgevonden in de vrijwaringszaak.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag. Ook in de vrijwaringszaak is het vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten en het geschil

2.1.
Nicherei heeft onder haar handelsnaam ICC Cargo op 19 januari 2018 met Francis-Lau een overeenkomst van aanneming gesloten. Het ging om een aantal verbouwingswerkzaamheden aan het magazijn van Nicherei aan de Ground Dove Road in Point Blanche, Sint Maarten, die na de orkaan Irma fors was beschadigd. Naast de levering van diverse materialen bestonden de werkzaamheden onder meer uit laswerkzaamheden. De aanneemsom was USD 126.013,-.
2.2.
Op 3 mei 2018 woedde een brand in het magazijn van Nicherei in Point Blanche. Nagico is de verzekeraar van Nicherei. In dat kader heeft Nagico een bedrag als schade uitgekeerd aan Nicherei.
2.3.
Nagico heeft in de eerdere procedure tegen Francis-Lau vergoeding gevorderd van het bedrag dat zij heeft uitgekeerd aan Nicherei uit hoofde van een brandverzekeringspolis. Nagico stelt dat de brand is ontstaan door laswerkzaamheden die in het magazijn werden verricht door Francis Lau. Nagico houdt Francis-Lau als gesubrogeerde verzekeraar aansprakelijk op grond van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.
2.4.
Bij vonnis van 20 juli 2021 is Francis-Lau bij verstek veroordeeld tot betaling aan Nagico van USD 1.659.278,41 aan schadevergoeding en USD 30.933,- aan expertisekosten, beide bedragen met rente, en voorts tot betaling van NAf 13.500,- aan buitengerechtelijke incassokosten en NAf 21.264,- aan proceskosten.
2.5.
Tegen dit verstekvonnis richt zich het verzet van Francis-Lau. Zij verzoekt in deze verzetprocedure vernietiging van het verstekvonnis en alsnog afwijzing van de vordering van Nagico.
2.6.
Voor het geval dat Francis-Lau zal worden veroordeeld om enig bedrag aan Nagico te betalen, heeft Francis-Lau een vordering in reconventie ingesteld tot schadeloosstelling van ditzelfde bedrag aan Francis-Lau door Nagico.

3.De beoordeling in conventie

De brand
3.1.
Francis-Lau heeft op 3 mei 2018 werk verricht aan het dak van het magazijn. Die werkzaamheden begonnen om ongeveer 17.00 uur. De werklieden van Francis-Lau werkten op een steiger aan de constructie onder het dak van het magazijn. Zij verzochten aan medewerkers van Nicherei om de goederen te verplaatsen, die in de buurt van hun werkzaamheden stonden. De werkzaamheden duurden voort tot ongeveer 22.30 of 22.45 uur.
De “security guard” heeft verklaard dat hij na vertrek van de werklieden een brandlucht rook. Hij keek door een klein gat en zag rood licht op de plaats waar de werklieden bezig waren geweest. Daarna hoorde hij een explosie en heeft hij direct de brandweer gebeld. Het magazijn was gedeeltelijk open, dus het vuur kon zich snel ontwikkelen, omdat er veel toevoer van zuurstof was.
De oorzaak van de brand
3.2.
Het gaat in deze zaak met name om de vraag wat de oorzaak is geweest van de brand op 3 mei 2018. Nagico heeft vier rapporten in het geding gebracht, waarin de toedracht van de brand wordt onderzocht en beschreven.
Het rapport van Forensic Consultants Inc. van 20 december 2018 vermeldt het volgende:
“The welding that took place happened at a high location, and this meant that the
sparks generated from the arc welding could fall in any direction, almost 360
degrees, and the higher the sparks, the potential for a greater distance of travel or
greater radius of impact. The area that was cleared for the men to work was first two
shelves immediately closest to the alley where the H beam was. This would not
have been enough because the radius would have been much wider than the width
of the alley. Further to this, it was mentioned in one of the statements that some
measure clearing up of the immediate area where the workers were working, this
would not have mitigated the sparks that would have fallen in between the boxes
some distance away.The hot molten parts of steel and solder would have a high capacity and this heat
capacity, although there would be some loss of heat to the atmosphere as it falls,
would not be a very significant loss. This molten mass, once it falls on combustible
material, would start to warm the surface and then have it pyrolysed. The pyrolysed
product can auto-ignite once it gets to a certain temperature. For this process to
have happened, multiple droppings of the molten metal would have had to have
fallen in the area to create enough heat for the material to become pyrolysed. The
National Fire Protection Association (NFPA) 51B and also OSHA guidelines
indicates that fire could occur up to 30 minutes after any hot works project.
Depending on the type of combustible material the process could be quick or slow
with a smoldering before there is manifestation of a full fire.The time at which the fire was discovered was when the security guard smelled
something burning. At this stage in the development of the fire, it had passed the
ignition phase, which is being referenced in NFPA 51B and OHSA guidelines
1926.352. However, the fire had gone through this stage and started to grow and
the heat evolving from the fire was causing items around to heat up, expand and
even pyrolyse. The explosion that was heard by the security guard was the result of the aforementioned process.This means that the fire could have started minutes after the workers had left and grew enough that the security guard was able to smell the fire. So this period of time is actually going to be longer than 30 minutes and would encompass the time that it would have caused the fire to start and grow enough. Therefore, one can infer that the cause of this fire was the hot molten droppings from the arc welding process failing on to combustibles in the area, resulting in the fire.This fire grew and because of the different cargo, cardboard, wood, plastic and other semi-volatile liquids filled with solvents, they would have caused the fire to grow throughout the warehouse resulting in the warehouse being completely burnt and causing a large heat release which caused the steel to become malleable and collapse under the weight of the roof.
CONCLUSIONBased on the evidence presented to me at this time involving the fire that destroyed the Intermar Commercial Center on May 03, 2018 it is our opinion that:1. The fire originated in the warehouse in the centre alley, where the welding had been done, west of the centre of the building.2. The cause of this fire was as a result of hot molten sparks from the welding activities on the steel beams in the warehouse.”
Deze conclusie wordt gedeeld door onderzoekers in de andere drie rapporten.
Mogelijke alternatieve oorzaken
3.3.
In de uitgebrachte rapporten zijn ook mogelijke alternatieve oorzaken van de brand onderzocht:
- explosie van gevaarlijke stoffen tijdens transport
- explosie van een lekkende gascylinder
- zelfontbranding van aanwezige organische materialen
- kortsluiting in het elektrische circuit
- brandstichting
- een weggeworpen en smeulende sigaret.
Deze oorzaken zijn alle gemotiveerd verworpen.
Als meest waarschijnlijke oorzaak werd genoemd smeulende resten, ontstaan als gevolg van de eerder uitgevoerde hete werkzaamheden.
3.4.
Francis-Lau heeft weliswaar opmerkingen gemaakt over de diverse rapportages, maar er geen eigen contra-expertise tegenover gesteld. Ook heeft zij geen serieuze alternatieve verklaring voor de oorzaak van de brand aangevoerd.
Francis-Lau heeft uitvoerig betoogd dat er in de onderzoeken soms gesproken wordt over lassen (“welding”), terwijl de werkzaamheden aan de draagbalken op 3 mei 2018 bestonden uit puntlassen (“tacking”). Uit de overgelegde onderbouwing blijkt dat er bij puntlassen geen vonken rondvliegen, zoals bij gewoon lassen, omdat er meer gesoldeerd wordt. Uit de documentatie blijkt echter dat er ook bij puntlassen hete spetters vrijkomen en deze kunnen ook brand veroorzaken. Daarom kan deze wijze van lassen niet als oorzaak worden uitgesloten.
Onvoldoende preventieve maatregelen door Francis-Lau
3.5.
Francis-Lau stelt terecht dat een brandrisico bij laswerkzaamheden nooit helemaal kan worden uitgesloten. Wel moet zij ervoor zorgen maatregelen te nemen, die dat risico zoveel mogelijk wegnemen.
Eén daarvan is het gebruik van branddekens om over brandbare goederen te leggen. Vaststaat, dat Francis-Lau die niet heeft gebruikt. Na de brand zijn deze niet aangetroffen. Francis-Lau voert aan dat er bij het sluiten van de overeenkomst was afgesproken dat het magazijn tijdens de werkzaamheden geheel leeg zou zijn. Dat bleek niet het geval te zijn. Francis-Lau stelt verder dat Nicherei daarom voor branddekens zou zorgen om de wel aanwezige goederen af te dekken, maar dat dat niet gebeurd was. Francis-Lau is dus gaan lassen zonder branddekens.
3.6.
Het feit dat Nicherei zich niet aan haar gestelde verplichtingen uit de overeenkomst heeft gehouden door niet te zorgen voor een lege loods, doet niet af aan de aansprakelijkheid van Francis-Lau. Zij had de uitvoering van het werk onder die omstandigheden kunnen weigeren en Nicherei vervolgens kunnen aanspreken voor haar schade. Door dat niet te doen en toch aan het werk te gaan, heeft zij de verantwoordelijkheid en in dit geval aansprakelijkheid voor mogelijke risico’s op zich genomen.
3.7.
Een andere maatregel is het hebben van een “fire-watch”; een persoon die uitsluitend de taak heeft om gedurende de werkzaamheden en minimaal een half uur erna te controleren of er geen brand ontstaat. Francis-Lau heeft niet zo een persoon ingeschakeld. Zij wijst er weliswaar op dat er mensen van Nicherei na afloop van de werkzaamheden aanwezig bleven, maar die waren niet in haar dienst en bovendien niet aangesteld om deze functie uit te voeren.
Francis-Lau heeft dus onvoldoende voorzorgsmaatregelen genomen en daarmee onvoldoende zorgvuldig gewerkt.
3.8.
Francis-Lau heeft ter afwering van haar aansprakelijkheid nog gewezen op de bepaling van artikel 7:760, tweede lid BW:
“Is de ondeugdelijke uitvoering echter te wijten aan gebreken of ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever, daaronder begrepen de grond waarop hij een werk laat uitvoeren, dan komen de gevolgen voor zijn rekening, voor zover de aannemer niet zijn in artikel 754 bedoelde Pro waarschuwingsplicht heeft geschonden of anderszins met betrekking tot deze gebreken in deskundigheid of zorgvuldigheid tekort is geschoten.”Anders dan Francis-Lau ziet het Gerecht niet in dat uit deze bepaling volgt dat het op de weg van Nicherei lag om brandveiligheidsmaatregelen voor haar eigen goederen te nemen.
De verklaringen van medewerkers van Francis-Lau
3.9.
Francis-Lau heeft twee handgeschreven verklaringen in het geding gebracht van medewerkers die voor Francis-Lau werkten op 3 mei 2018.
Allereerst merkt het Gerecht op dat onduidelijk is wanneer deze verklaringen zijn opgesteld; ze zijn gedateerd 8 februari 2020. Francis-Lau heeft ze pas op 28 december 2022 bij het verzetschrift in het geding gebracht en ze niet eerder aan Nagico toegestuurd, ook niet bij de schriftelijke reactie van de toenmalige gemachtigde van Francis-Lau op 21 februari 2020.
Daarnaast stellen de verklaringen dat er door de werklieden van Francis-Lau branddekens waren gelegd over de goederen die in het magazijn waren opgeslagen. Uit de onderzoeken blijkt echter dat er geen branddekens waren gebruikt. Bovendien werd tijdens het pleidooi het standpunt ingenomen dat Nicherei voor branddekens zou zorgen en dat niet had gedaan.
Het Gerecht gaat dan ook verder aan de verklaringen voorbij.
Slotsom in conventie
3.10.
De slotsom is dat Francis-Lau volledig aansprakelijk is voor de door Nicherei geleden schade en de als gevolg daarvan gedane uitkering door Nagico.
De uitgekeerde schade
3.11.
De schade voor Nicherei was oorspronkelijk begroot op USD 2.896.740,-. Het uitgekeerde bedrag is aanzienlijk verminderd, omdat ook rekening werd gehouden met eerdere, nog niet herstelde schade als gevolg van orkaan Irma in september 2017. Nagico heeft aan Nicherei een bedrag van USD 1.659.278,41 aan brandschade uitgekeerd. Nagico is voor dat bedrag gesubrogeerd in de rechten van Nicherei. Het gevorderde bedrag zal worden toegewezen.
Overige onderdelen van de vordering
3.12.
De gevorderde expertisekosten zijn voldoende onderbouwd en toewijsbaar.
De door Nagico uitgevoerde berekening voor de in rekening te brengen buitengerechtelijke kosten berust op een misverstand. Het juiste tarief is daarvoor als grondslag gebruikt (tarief 11), maar het verkeerde bedrag is toegepast. Het moet zijn Cg 6.000,- x 1,5 = Cg 9.000,- (in plaats van Cg 9.000,- x 1,5).
Het verstekvonnis zal daarom op dit onderdeel moeten worden vernietigd.
Proceskosten
3.13.
Francis-Lau zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Nagico tot op heden begroot op Cg 12.000,- aan salaris gemachtigde (2,0 punten x Cg 6.000,-, de conclusie van dupliek in oppositie niet meegerekend, omdat die feitelijk in de procedure niet had mogen worden genomen).
De vordering in voorwaardelijke reconventie
3.14.
Deze vordering is door Francis-Lau ingesteld onder de voorwaarde dat zij in conventie zal worden veroordeeld. Dat is het geval, daarom zal ook over deze vordering worden beslist.
3.15.
Francis-Lau voert aan dat zij van augustus 2019 tot oktober 2022 werd bijgestaan door haar gemachtigde, advocaat mr. [gemachtigde]. [gemachtigde] is echter in deze periode op 19 maart 2021 toegetreden tot de Raad van Commissarissen van Nagico, de wederpartij. Drie weken na zijn aantreden heeft Nagico Francis-Lau in de onderhavige procedure betrokken. De mogelijkheid dat deze belangenverstrengeling door Nagico is gebruikt en zelfs uitgebuit, kan volgens Francis-Lau niet worden uitgesloten. Dat levert een onrechtmatige daad van Nagico jegens Francis-Lau op. Nagico is daarom aansprakelijk voor de schade van Francis-Lau. Die schade wordt begroot op hetzelfde bedrag als waartoe Francis-Lau in de hoofdzaak zal worden veroordeeld, aldus nog steeds Francis-Lau.
3.16.
Nagico heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering. Dat verweer slaagt. Francis-Lau heeft ook na het verweer van Nagico niet toegelicht wat het belangenconflict in dit geval precies inhoudt, hoe Nagico daarvan misbruik heeft gemaakt en hoe het gestelde belangenconflict tot schade van Francis-Lau heeft geleid. Nog daargelaten de in het geding gebrachte reactie van [gemachtigde] op zijn positie heeft Francis-Lau haar vordering onvoldoende onderbouwd. Deze zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
3.17.
Francis-Lau zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Nagico tot op heden begroot op Cg 1.250,- aan salaris gemachtigde (2,0 punten x 0,5 x Cg 1.250,-).
Vonnis uitvoerbaar bij voorraad
3.18.
Dit vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan het Hof vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4.De beslissing

Het Gerecht:
in conventie
4.1.
vernietigt het verstekvonnis van 20 juli 2021 (zaaknummer SXM202100445), maar
uitsluitendwat betreft de veroordeling in de buitengerechtelijke kosten;
4.2.
veroordeelt Francis-Lau tot betaling aan Nagico van de buitengerechtelijke kosten van Cg 9.000,-;
4.3.
bevestigt het verstekvonnis voor het overige;
4.4.
veroordeelt Francis-Lau in de proceskosten van deze verzetprocedure, aan de zijde van Nagico tot op heden begroot op Cg 12.000,-;
in reconventie
4.5.
veroordeelt Francis-Lau in de proceskosten, aan de zijde van Nagico tot op heden begroot op Cg 1.250,-;
in conventie en in reconventie
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door
mr. A.S. Veldhuizen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.