ECLI:NL:OGEANA:2005:1

Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen

Datum uitspraak
24 januari 2005
Publicatiedatum
30 oktober 2023
Zaaknummer
A.R. 275 van 2004
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Zandbergen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 StatuutArt. 54 lid 3 WwbArt. 60 lid 3 WwbArt. 430 RvNLArt. 122 lid 1 Antilliaanse Staatsregeling
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitvoerbaarheid van herzieningsbesluit bijstand binnen Nederlandse Antillen

De gemeente Amsterdam vorderde een verklaring voor recht dat de grosse van haar herzieningsbesluit tot bijstand binnen de Nederlandse Antillen directe gelding heeft en executoriale maatregelen mogelijk zijn. Het geschil betreft de vraag of dit besluit als executoriale titel kan worden aangemerkt op grond van artikel 40 van Pro het Statuut en de Antilliaanse Staatsregeling.

De rechtbank stelt vast dat de grosse van het herzieningsbesluit geen rechterlijk vonnis, bevel of authentieke akte is zoals bedoeld in artikel 40 van Pro het Statuut. Hierdoor kan het besluit niet als executoriale titel binnen de Nederlandse Antillen worden ten uitvoer gelegd. Wel wordt erkend dat het besluit formele rechtskracht bezit, omdat het is genomen binnen een rechtsgang met voldoende waarborgen volgens Nederlands recht.

De primaire vordering van de gemeente Amsterdam wordt afgewezen, terwijl de subsidiaire vordering tot betaling van de bijstand en incassokosten wordt toegewezen. De reconventionele vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen. De rechtbank verklaart het gelegde beslag van waarde en veroordeelt de gedaagde tot betaling van de gevorderde bedragen en kosten.

Uitkomst: De primaire vordering tot executoriale titel wordt afgewezen, maar betaling van bijstand en incassokosten wordt toegewezen; beslag blijft van kracht.

Uitspraak

Burgerlijke zaken 2005 Vonnisnummer:
Uitspraak: 24 januari 2005
Registratienummer: A.R. 275 van 2004

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE

ANTILLEN
ZITTINGSPLAATS CURAÇAO
Vonnis
in de zaak van:
de openbare rechtspersoon naar Nederlands recht
DE GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelend in Nederland,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde mr. G.J. Scheper,
tegen

[GEDAAGDE],

wonende in Nederland,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde R.R. Gutierrez.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de conclusies van eis, antwoord in conventie/eis in reconventie, repliek (in conventie) en dupliek (in conventie).
De vaststaande feiten
1. Op 3 maart 2004 heeft de gemeente Amsterdam wegens schending van de wettelijke inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 54 lid 3 Wwb Pro besloten de toekenning van bijstand aan [gedaagde] over de periode 25 oktober 1999 tot en met 31 december 2003 te herzien. Op 10 maart 2004 is de grosse van dit besluit aan haar betekend, vergezeld van een betalingsbevel.
2. Op 3 maart 2004 is ook conservatoir beslag gelegd op het recht van erfpacht op een perceel grond, bekend als […] in het Stadsdistrict van Curaçao, kadastraal bekend als […].
De omvang van het geschil in conventie en in reconventie
3. De gemeente Amsterdam vordert in conventie met een beroep op het bepaalde in artikel 60 lid 3 Wwb Pro, artikel 430 RvNL Pro, artikel 40 Statuut Pro voor het Koninkrijk der Nederlanden en artikel 122 lid 1 van Pro de Antilliaanse Staatsregeling in hun onderlinge verband primair een verklaring voor recht dat de grosse van het herzieningsbesluit binnen de Nederlandse Antillen directe gelding heeft en dat daarmee dus executoriale maatregelen kunnen worden genomen en ten uitvoer gelegd. Subsidiair vordert zij betaling van de ten onrechte verleende bij stand (Euro 25.741,41), althans de tegenwaarde in Nederlands Antilliaanse courant, vermeerderd met kosten. Bovendien wordt gevraagd het gelegde beslag van waarde te verklaren. De vordering wordt betwist. Voor zover het verweer voor de te nemen beslissing van belang is, zal het hierna worden besproken.
4. In reconventie vordert [gedaagde] (op verbeurte van een dwangsom) opheffing van het gelegde beslag.
De beoordeling van het geschil in conventie
5. De gemeente Amsterdam miskent dat de grosse van de herzieningsbeschikking niet is een (grosse van) een rechterlijk vonnis of bevel dan wel van een authentieke akte als bedoeld in artikel 40 van Pro het Statuut. Die grosse kan hier te lande dan ook niet op grond van deze bepaling (of de gelijkluidende bepaling uit de Staatsregeling) ten uitvoer worden gelegd. Ook voor het overige vindt de primaire vordering geen steun in het recht.
6. Juist is echter wel, dat van de formele rechtskracht van de herzieningsbeslissing moet worden uitgegaan nu naar Nederlands recht een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang tegen de bewuste beslissing voorhanden is, hetgeen inhoudt dat deze zowel voor wat betreft de wijze van totstandkoming als wat betreft de inhoud voor rechtmatig moet worden gehouden. Gevolg daarvan is dat er geen plaats meer is voor een toetsing van die beslissing door de (Antilliaanse) burgerlijke rechter. Het verweer is gevoerd met miskenning van het voorgaande, en kan daarom onbesproken blijven. De subsidiaire vordering is dan ook toewijsbaar.
De beoordeling van het geschil in reconventie
7. In de toewijzing van de conventionele vordering ligt besloten dat de reconventionele vergeefs is ingesteld. Er bestaat dan ook geen processueel belang bij de gemeente Amsterdam nog in de gelegenheid te stellen op die vordering te antwoorden.
De beslissing
Het gerecht:
In conventie
Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan de gemeente Amsterdam van Euro 25.741,41 (vijfentwintigduizend zevenhonderdeenenveertig 41/100 Euro), althans de tegenwaarde daarvan in Nederlands Antilliaanse courant, vermeerderd met NAF. 8.594,67 aan incassokosten.
Verklaart deze uitspraak in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.
Verklaart de gelegde beslagen van waarde.
Verwijst [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de gemeente Amsterdam begroot op NAF. 2.118,78 en Euro 80,63 (althans de tegenwaarde daarvan in Nederlands Antilliaanse courant) aan verschotten (de beslagkosten inbegrepen) en NAF. 2.200,= aan salaris van de gemachtigde.
In reconventie
Wijst de vordering af.
Verwijst [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de gemeente Amsterdam begroot op nihil.
Aldus gewezen door mr. Zandbergen en ter openbare terechtzitting van het gerecht op Curacao op 24 januari 2005 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.