ECLI:NL:OGEANA:2008:BE8654
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag na voortzetting tijdelijk contract zonder opzegtermijn in strijd met ontslagrecht
Werknemer had twee tijdelijke arbeidsovereenkomsten van telkens één jaar bij de Nederlandse Antillen. Na het verstrijken van het tweede contract werd de arbeidsovereenkomst stilzwijgend voortgezet voor dezelfde duur en voorwaarden volgens artikel 7A:1615f BW. De werkgever zegde de overeenkomst op met onmiddellijke ingang, zonder opzegtermijn, wat volgens de wet en het contract niet is toegestaan zonder dringende reden.
De werknemer vorderde loonbetaling vanaf mei 2007 tot het einde van de verlengde periode, omdat hij ervan uitging dat de arbeidsovereenkomst was verlengd en voortgezet in het belang van de dienst. De werkgever betwistte dit en verwees naar het ontbreken van formele goedkeuring voor verlenging en het ontbreken van toepasselijkheid van titel 7A BW.
Het gerecht oordeelde dat partijen de arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht hadden aangegaan en dat titel 7A BW van toepassing is. De voortzetting zonder tegenspraak leidt tot een nieuwe overeenkomst van maximaal een jaar. De opzegging zonder opzegtermijn is in strijd met het ontslagrecht, waardoor de werknemer recht heeft op loon over de opzegtermijn. De vordering tot betaling van emolumenten werd afgewezen wegens gebrek aan specificatie.
Het beroep op een eerdere uitspraak waarbij een arbeidsovereenkomst van dag tot dag werd aanvaard, faalde omdat een dergelijk contract niet past binnen het gesloten systeem van ontslagrecht. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het Land is veroordeeld tot betaling van loon over de opzegtermijn van één maand na onrechtmatige opzegging.