ECLI:NL:OGEANA:2009:BH1997
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige uitlatingen over minister-president overschrijden vrijheid van meningsuiting
In deze zaak vordert minister-president Emily de Jongh-Elhage rectificatie van uitlatingen gedaan door eilandsraadlid Helmin Wiels tijdens een toespraak op 15 december 2008. Wiels had verklaard dat De Jongh-Elhage opdracht zou hebben gegeven om geweld te gebruiken tegen demonstranten, waaronder doden en schieten, zonder hiervoor bewijs te leveren. De Jongh-Elhage stelt dat deze uitlatingen onrechtmatig zijn en haar eer en integriteit schaden.
Het gerecht overweegt dat de vrijheid van meningsuiting een grondrecht is dat slechts beperkt mag worden indien dit wettelijk is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen feitelijke verklaringen, die een feitelijke grondslag behoeven, en waardeoordelen. De uitlatingen van Wiels betreffen feitelijke beweringen zonder betrouwbare bron, waardoor deze onrechtmatig zijn jegens De Jongh-Elhage.
Hoewel de rectificatie op radio en televisie wordt afgewezen vanwege de afhankelijkheid van derden en onduidelijkheid over kosten, wordt wel verklaard dat de uitlatingen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschrijden. Andere uitlatingen van Wiels, zoals dat De Jongh-Elhage niet voor het volk kan voelen vanwege haar afkomst en dat de duivel gebruik maakt van vrouwen, worden als waardeoordelen beoordeeld en niet onrechtmatig geacht.
Wiels wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis benadrukt het belang van een ruime vrijheid van meningsuiting in politieke discussies, maar stelt grenzen aan feitelijke beschuldigingen zonder bewijs.
Uitkomst: De uitlatingen van Wiels zijn onrechtmatig, maar de gevorderde rectificatie op radio en tv wordt afgewezen.