ECLI:NL:OGEANA:2009:BK1449
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Curator niet-ontvankelijk wegens gezag van gewijsde in geschil over verkoop huurrechten
De curator stelde namens de onder curatele gestelde weduwe een vordering in tot vernietiging van de verkoop van huurrechten en het onroerend goed aan [B.C.]. Deze vordering werd gebaseerd op het ontbreken van toestemming van de onder curatele gestelde weduwe bij de verkoop en het niet voldoen van de koopsom.
De gedaagde [B.C.] voerde verweer dat de curator niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat over dezelfde rechtsbetrekking reeds in een eerdere procedure was beslist, waarbij de vordering was afgewezen. Tevens stelde zij dat de woning niet de echtelijke woning was en dat de curator zijn taken niet had verzaakt.
Het Gerecht oordeelde dat de vordering van de curator betrekking had op dezelfde rechtsbetrekking als in de eerdere procedure, waarbij ook dezelfde partijen of hun rechtverkrijgenden betrokken waren. Hierdoor was sprake van gezag van gewijsde op het eerdere vonnis, waardoor de curator niet-ontvankelijk was in zijn vordering.
Het gelegde beslag door de curator werd opgeheven en de curator werd veroordeeld in de proceskosten. De vordering werd daarmee afgewezen op grond van niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Curator wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gezag van gewijsde en het beslag wordt opgeheven.