ECLI:NL:OGEANA:2009:BK1514
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens vermeende seksuele handelingen met cliënt niet voorlopig gegrond verklaard
De werkneemster [C.] was sinds 1 oktober 2001 in dienst bij FKPD als begeleider van verstandelijk gehandicapten. Op 13 mei 2009 meldde een cliënt, [A.], dat hij seksuele handelingen met haar had gehad. FKPD schorste haar met behoud van salaris en startte een onderzoek.
Het onderzoek, uitgevoerd door Arbo Consult en een klinisch neuropsycholoog, concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat [A.] het verhaal verzon, gezien zijn intellectuele beperkingen en consistentie van zijn verklaring. [C.] ontkende de beschuldigingen echter hardnekkig.
In een kort geding vordert [C.] doorbetaling van loon en nakoming van de arbeidsovereenkomst vanaf 9 juli 2009. Het Gerecht stelt dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven en dat de verklaring van [A.] onvoldoende is om het ontslag voorlopig te rechtvaardigen. Het ontslag zal in de bodemprocedure waarschijnlijk geen stand houden.
Daarom wordt FKPD veroordeeld tot doorbetaling van loon en proceskosten, en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt voorlopig niet rechtsgeldig geacht en FKPD wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon en proceskosten.