ECLI:NL:OGEANA:2009:BK3983
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Raadkamer
- H.A.C. Smid
- Rechtspraak.nl
Toepassing vreemdelingengratieregeling op gedetineerde met tijdelijk verblijf in Nederlandse Antillen
Een gedetineerde, van Colombiaanse nationaliteit en met een tijdelijke verblijfsvergunning op Curaçao, werd veroordeeld tot 60 maanden gevangenisstraf. Haar verzoek om vreemdelingengratie werd aanvankelijk afgewezen door het Openbaar Ministerie omdat zij legaal verbleef ten tijde van het delict. De regeling voor vreemdelingengratie geldt volgens het OM alleen voor illegale vreemdelingen die een delict plegen.
De verzoekster wees op andere gevallen van vreemdelingen met tijdelijke verblijfsvergunningen die wel in aanmerking kwamen voor vreemdelingengratie. Het gerecht oordeelde dat het overheidsbeleid consistent moet zijn en gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden. Daarom moet de regeling ook op haar worden toegepast.
Het gerecht beveelt dat de vreemdelingengratie op verzoekster wordt toegepast en dat zij op 17 november 2009 in vrijheid wordt gesteld. Dit besluit is uitvoerbaar bij voorraad, ongeacht hoger beroep. De procedure vond plaats op basis van artikel 43 Wetboek Pro van Strafvordering, waarbij het gerecht de spoedeisendheid en ontvankelijkheid van het verzoek bevestigde.
De zaak belicht de interpretatie van de vreemdelingengratieregeling en het belang van consistentie in het overheidsbeleid ten aanzien van vreemdelingen die een gevangenisstraf uitzitten. Tevens is aandacht besteed aan het begrip ingezetene en de toepassing van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in relatie tot family life en uitzetting.
Uitkomst: Verzoekster wordt in vrijheid gesteld op grond van toepassing van de vreemdelingengratieregeling.