ECLI:NL:OGEANA:2009:BK9336
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Kort geding
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens niet tijdige hoofdzaak en ondeugdelijke vordering
MEG legde op 17 november 2009 conservatoir beslag op verschillende appartementsrechten en onder de bankrekeningen van Moria Vastgoed. Het beslag was verleend onder de voorwaarde dat de hoofdzaak binnen veertien dagen zou worden ingesteld. MEG diende de eis op 19 november 2009 in, maar het griffierecht was nog niet voldaan, waardoor de zaak van de rol werd verwijderd.
Moria Vastgoed vorderde in kort geding opheffing van het beslag, stellende dat de eis niet tijdig was ingesteld en dat de vordering van MEG ondeugdelijk was. Het Gerecht oordeelde dat de eis formeel binnen de termijn was ingesteld, ondanks het niet voldoen van het griffierecht, en dat het beslag daarom niet vervallen was.
Echter, bij de beoordeling van de ondeugdelijkheid van de vordering stelde het Gerecht vast dat MEG niet summierlijk aannemelijk had gemaakt dat haar vordering deugdelijke gronden had, mede omdat MEG aanspraak maakte op schadevergoeding voordat de overeenkomst was ontbonden. Gezien de belangenafweging en het ontbreken van een deugdelijke vordering, werd het beslag opgeheven en MEG veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir beslag werd opgeheven omdat de vordering van MEG niet summierlijk deugdelijk was en de eis in de hoofdzaak niet tijdig was ingesteld.