ECLI:NL:OGEANA:2010:BM8370
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Raadkamer
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Bevel tot voortzetting en afronding strafrechtelijk onderzoek binnen redelijke termijn
Verzoeker heeft op 22 april 2010 een verzoek ingediend op grond van artikel 56 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering om het strafrechtelijk onderzoek tegen hem binnen een redelijke termijn te laten voortzetten dan wel te beëindigen. Het onderzoek betreft complexe strafbare feiten waaronder witwassen, valsheid in geschrift, drugshandel, oplichting en ambtsmisdrijven.
De rechter-commissaris stelt vast dat de redelijke termijn aanvangt op 8 september 2009, de datum van de eerste huiszoekingen. Ondanks het complexe karakter van het onderzoek, is het onwenselijk dat verzoeker nog niet is gehoord en onvoldoende wordt geïnformeerd over de voortgang, waardoor zijn belangen onevenredig worden geschaad.
Het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende onderbouwd waarom het onderzoek langer moet duren, zeker nu er op 21 mei 2010 opnieuw huiszoekingen zijn verricht. Daarom beveelt de rechter-commissaris dat het onderzoek wordt voortgezet en uiterlijk 1 november 2010 wordt afgerond.
Het subsidiaire verzoek om een formeel verhoor en binnen 30 dagen duidelijkheid te verschaffen wordt afgewezen omdat dit geen steun vindt in het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zoverre het primaire verzoek niet wordt toegewezen.
De beschikking is gegeven door rechter-commissaris F.J.P. Veenhof te Bonaire op 8 juni 2010.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt bevolen het strafrechtelijk onderzoek voort te zetten en uiterlijk 1 november 2010 te beëindigen.