ECLI:NL:OGHACMB:2011:BP6509
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J. de Boer
- E.M. van der Bunt
- H.J. van Kooten
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens ongeoorloofde afwezigheid na vakantie kennelijk onredelijk
De werkneemster werd ontslagen op staande voet omdat zij na haar vakantie langer ongeoorloofd afwezig was gebleven. Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (GEA) oordeelde dat er geen dringende reden was voor het ontslag en kende een schadevergoeding toe wegens kennelijk onredelijk ontslag.
ATC, de werkgever, ging in hoger beroep tegen deze beslissing en stelde dat het vakantiebeleid niet in strijd was met de wet en dat het ontslag terecht was. Het Hof bevestigde dat het vakantiebeleid van ATC niet onwettig was, maar oordeelde dat er geen dringende reden was voor het ontslag op staande voet, mede omdat ATC deze sanctie niet vooraf had aangekondigd.
Het Hof vond het ontslag kennelijk onredelijk vanwege de onevenredigheid tussen het belang van ATC en de nadelige gevolgen voor de werkneemster. Wel werd de schadevergoeding naar billijkheid vastgesteld op een lager bedrag dan door het GEA toegekend, namelijk Afl. 10.000 in plaats van Afl. 15.000. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt kennelijk onredelijk geoordeeld en de schadevergoeding wordt vastgesteld op Afl. 10.000.