ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0607

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
25 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HLAR 034/10
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.Th. Drop
  • R.W.L. Loeb
  • P. van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 lid 5 Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningenArt. 1 Landsbesluit van 23 december 2005 nr. 2
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ongegrond verklaard inzake concessievergoeding per aansluitpunt

Antelecom stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zij geen aansluitpunten heeft en daarom geen concessievergoeding verschuldigd zou zijn. De minister van Verkeer en Vervoer had eerder een beschikking genomen waarbij een vergoeding van Naf. 20,- per aansluitpunt per jaar werd opgelegd.

Het Gerecht in eerste aanleg had het beroep van Antelecom gegrond verklaard en de beschikking vernietigd. Het Hof overwoog echter dat het eerdere oordeel van 29 november 2007 (zaak nr. 190 HLAR 18/07) geen onjuiste toepassing van het Landsbesluit en de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen inhoudt door ook aansluitpunten van derden, die door de concessiehouder worden gebruikt, mee te nemen in de berekening van de vergoeding.

Het Hof oordeelt dat dit oordeel ook in deze zaak van toepassing is en verklaart het hoger beroep van Antelecom ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep van Antelecom wordt ongegrond verklaard en de concessievergoeding blijft verschuldigd.

Uitspraak

HLAR 034/10
Datum uitspraak: 25 januari 2011
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
de naamloze vennootschap Antelecom N.V., gevestigd in Curaçao,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 24 juni 2010 in zaak nr. 2008/61 in het geding tussen:
appellante
en
de minister van Verkeer en Vervoer.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 11 juni 2008 heeft de minister van Verkeer en Vervoer (hierna: de minister) appellante (hierna: Antelecom) concessievergoeding in rekening gebracht.
Bij uitspraak van 24 juni 2010 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het door Antelecom daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en die beschikking vernietigd.
Tegen deze uitspraak heeft Antelecom bij brief, bij het Hof ingekomen op 5 augustus 2010, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2010, waar Antelecom, vertegenwoordigd door mrs. E.R. de Vries en M.C.B. Hubben, beiden advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mrs. A.C. Small en P. Dingemanse, beiden advocaat, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 7, vijfde lid, van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (hierna: de Ltv) is de houder van een concessie een bij landsbesluit te bepalen vergoeding verschuldigd voor de kosten, verbonden aan de verlening van de concessie, het toezicht op de naleving door de houder van de concessie van de bij of krachtens deze landsverordening gegeven regels, voorschriften en beperkingen, alsmede de uitoefening van bevoegdheden inzake de telecommunicatie door het Land.
Ingevolge artikel 1, eerste lid, van het Landsbesluit van 23 december 2005, nr. 2 (hierna: het Landsbesluit) bedraagt de vergoeding Naf. 20,- per aansluitpunt per jaar.
2.2. Antelecom betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat de beschikking van 11 juni 2008 in strijd is met die laatste bepaling, omdat haar telecommunicatie-infrastructuur geen aansluitpunten heeft.
2.3. Dat betoog faalt. Het Hof heeft eerder (uitspraak van 29 november 2007 in zaak nr. 190 HLAR 18/07, LJN <a href="http://zoeken.rechtspraak.ro.minjus/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BG3803" target="_blank">BG3803</a>) overwogen dat geen onjuiste toepassing aan artikel 1 van Pro het Landsbesluit, gelezen in verhouding met artikel 7, vijfde lid, van de Ltv, is gegeven door aan de vaststelling van de verschuldigde concessievergoeding, de tot de concessie van anderen behorende aansluitpunten ten grondslag te leggen, waarvan de concessiehouder zich bedient voor de uitvoering van de aan hem gegunde telecommunicatiediensten. Er is geen aanleiding om daarover in dit geval anders te oordelen.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Isenia
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,