ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0628
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- P. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vergunning tijdelijk verblijf op Curaçao wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Appellante, een vreemdeling die op 21 september 2005 de Nederlandse Antillen binnenkwam met een visum, verbleef jarenlang op Curaçao zonder geldige verblijfstitel. De minister van Justitie wees haar verzoek om een vergunning tot tijdelijk verblijf af omdat zij de geldige verblijfstitel niet in het buitenland afwachtte, zoals vereist volgens het beleid en de instructies.
Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en het Hof bevestigde deze uitspraak. Het Hof overwoog dat de ministeriële beschikking van 15 maart 2001 niet toestaat dat buitenlandse echtgenoten van Antilliaanse Nederlanders hier te lande mogen verblijven in afwachting van een beslissing op hun verzoek. Het feit dat appellante gehuwd was met een Nederlander en een gezin had met Nederlandse nationaliteit, gaf haar geen recht op een verblijfstitel.
Het Hof stelde dat appellante bij het huwelijk wist dat het gezinsleven mogelijk niet in Curaçao kon plaatsvinden en dat er geen objectieve belemmeringen waren om het gezin in het land van herkomst te laten samenleven. Er was geen sprake van een positieve verplichting tot verlening van een verblijfstitel op grond van artikel 8 EVRM Pro. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een vergunning tot tijdelijk verblijf bevestigd.