ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ4471
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.R. Sijmonsma
- P.E. de Kort
- E.M. van der Bunt
- Rechtspraak.nl
Vordering tot DNA-onderzoek ter vaststelling vaderschap in familierechtelijke procedure
In deze zaak staat de vraag centraal of de man de biologische vader is van het kind geboren in 2000. De man erkent dat hij in de conceptieperiode gemeenschap heeft gehad met de moeder, maar betwist het vaderschap omdat het kind niet op zijn andere kinderen lijkt en de moeder volgens hem ook met andere mannen gemeenschap had.
Het Hof oordeelt dat uiterlijke kenmerken onvoldoende zekerheid bieden over het vaderschap en dat de erkenning van geslachtsgemeenschap in de conceptieperiode voldoende grond is om een deskundigenonderzoek te gelasten. De stelling van de man dat de moeder met meerdere mannen gemeenschap had, doet hieraan niet af.
Het Hof gelast een DNA-onderzoek door een benoemde deskundige en bepaalt dat de man de kosten van het onderzoek moet voorschieten. De zaak wordt aangehouden tot na het onderzoek, met een vervolgzitting gepland op 27 mei 2011.
De procedurele ontvankelijkheid van de man is vastgesteld omdat hij tijdig kennis heeft genomen van de beschikking. De moeder is in hoger beroep niet verschenen. Het Hof houdt verdere beoordeling aan tot na het deskundigenonderzoek.
Uitkomst: Het Hof gelast een deskundigenonderzoek naar het vaderschap en bepaalt dat de man de kosten vooraf dient te betalen.