ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ6343
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Beperking uitingsvrijheid wegens onrechtmatige beschuldiging van corruptie minister
In deze Arubaanse zaak stond de vraag centraal of een krantenartikel waarin een minister werd beschuldigd van corruptie, onrechtmatig was en of rectificatie moest worden bevolen.
De appellanten, Diario N.V. en een tweede appellant, hadden in diverse publicaties ernstige beschuldigingen geuit over corruptie van de minister van Sociale Zaken, Infrastructuur en Onderwijs. Het Hof stelde vast dat deze beschuldigingen onvoldoende door feitenmateriaal werden ondersteund. De term 'corruptie' werd in de gewone betekenis van omkoping gehanteerd, wat een zware beschuldiging is met schadelijke gevolgen voor de minister.
Het Hof voerde een belangenafweging uit tussen het recht op vrijheid van meningsuiting van de appellanten en het recht op eer en goede naam van de minister. Gezien het ontbreken van voldoende feitelijke onderbouwing en de stellige formulering van de beschuldigingen, woog het recht op eer en goede naam zwaarder.
Het Hof bevestigde het vonnis van de eerste aanleg, met uitzondering van de proceskostenveroordeling jegens de tweede appellant, en veroordeelde Diario in de proceskosten van het hoger beroep. De rectificatie werd gehandhaafd, maar het Hof benadrukte dat de pers vrij blijft om feiten te publiceren over de kwesties.
Uitkomst: De rectificatie wegens onrechtmatige beschuldiging van corruptie wordt bevestigd, met aanpassing van de proceskostenveroordeling.