ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ6344
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep inzake gezag en omgang minderjarig kind
In deze zaak betreft het een geschil over het gezag en de omgangsregeling van een minderjarig kind. De vader, woonachtig in Curaçao, is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, waarin hij slechts een beperkt omgangsrecht werd toegekend. Het hoger beroep strekte tot toekenning van het gezag aan de vader of gezamenlijk gezag en een omgangsregeling ten gunste van de vader.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep stelde het Hof vast dat het kind sinds 1 april 2009 bij de moeder in Nederland woont en dat dit verblijf inmiddels als de gewone verblijfplaats van het kind moet worden beschouwd. De vader heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. Gezien deze feitelijke situatie past het Hof de bevoegdheidsregels van het Haags Kinderbeschermingsverdrag toe, die bepalen dat de rechter van de gewone verblijfplaats van het kind bevoegd is.
Daarom verklaart het Hof zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens beslist het Hof dat de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitgesproken op 26 april 2011 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Uitkomst: Het Hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens de gewone verblijfplaats van het kind in Nederland.