ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8944
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en afwijzing vordering opstalafbraak wegens onvoldoende spoedeisend belang
In deze zaak is appellante in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg (GEA) dat haar bevolen had een opstal te ontruimen, te verlaten en af te breken. Centracur, de eiseres, stelde dat zij als projectontwikkelaar spoedeisend belang had bij deze voorziening vanwege de laatste planningsfase van een project op de locatie.
Het Hof heeft het vonnis van het GEA vernietigd omdat Centracur haar spoedeisend belang onvoldoende had geconcretiseerd. Daarbij speelde mee dat er meerdere opstallen op het perceel aanwezig zijn die door veertien personen worden bewoond en dat Centracur nog in onderhandeling was met een aantal bewoners. Ook werd meegewogen dat de fundering van de opstal al sinds 2006 aanwezig was terwijl de procedure pas in 2010 was gestart.
Het Hof oordeelde dat het bevel tot onmiddellijke voorziening bij voorraad niet gerechtvaardigd was en dat appellante evident belang had bij weigering van de voorziening. De grieven van appellante behoefden daarom geen verdere bespreking. Centracur werd veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 10 mei 2011.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis van het GEA en wijst de vordering van Centracur af wegens onvoldoende spoedeisend belang.