ECLI:NL:OGHACMB:2011:BT2487
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor schade na aanvaring tussen schip en havenfaciliteiten
In deze zaak staat de aansprakelijkheid centraal voor de schade die is ontstaan na een aanvaring van het schip 'ZIM Houston III' in de haven van Oranjestad, Aruba. De navigatie tijdens de aanvaring werd uitgevoerd door de loods, die volgens het Hof niet aansprakelijk is omdat er geen sprake was van grove schuld of opzet. De kapitein wordt verweten onvoldoende te hebben ingegrepen.
Het Hof baseert zich op een deskundigenrapport dat diverse navigatiefouten van de loods aanwijst als oorzaak van de aanvaring, waaronder het niet vastmaken van een sleepboot, het voortzetten van een manoeuvre tot vaartvermindering, te hoge snelheid en het niet laten vallen van het anker. Deze fouten zijn echter niet gekwalificeerd als grove schuld of opzet.
De zaak is in meerdere instanties behandeld, waarbij het Hof de vorderingen van Austria grotendeels afwijst en de aansprakelijkheid voor de schade verdeelt tussen APA, als werkgever van de loods, en Austria, als eigenaar van het schip, in een verhouding van 90:10. Gelet op de ernst van de fouten van de loods en het verwijt aan de kapitein, vervalt de vergoedingsplicht van Austria geheel.
Daarnaast oordeelt het Hof dat APA niet onrechtmatig heeft gehandeld door het beslag op het schip en de eisen rond de bankgarantie, omdat er geen causaal verband is tussen het beslag en de gestelde schade. Het hoger beroep van Austria wordt in incidenteel appel verworpen.
Het vonnis bevestigt eerdere beslissingen met verbeterde gronden en veroordeelt partijen in de proceskosten.
Uitkomst: De loods is niet aansprakelijk voor de aanvaring, de schade wordt verdeeld 90:10 tussen APA en Austria, maar de vergoedingsplicht van Austria vervalt geheel.