ECLI:NL:OGHACMB:2011:BT6489
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.R. Sijmonsma
- E.M. van der Bunt
- J.P. de Haan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag op staande voet wegens vermeende dringende reden
De werknemer trad op 14 april 2009 in dienst bij ISG met een arbeidsovereenkomst voor zes maanden, gevolgd door een nieuwe overeenkomst voor één jaar vanaf 14 oktober 2009. Op 29 november 2009 werd de werknemer op staande voet ontslagen wegens vermeende ongeoorloofde afwezigheid en bedreiging van de directeur.
In eerste aanleg werd ISG veroordeeld tot betaling van een gematigde wettelijke schadeloosstelling en vakantiegeld aan de werknemer. ISG ging in hoger beroep met het verzoek de beschikking te vernietigen en de vorderingen van de werknemer af te wijzen. Het hof verklaarde het hoger beroep van ISG ontvankelijk, maar wees de vordering in reconventie af wegens niet-ontvankelijkheid.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de dringende reden voor ontslag aanwezig was. Het hof stelt dat de bewijslast hiervoor bij ISG ligt en staat het toe dat ISG haar stellingen bewijst op een nader te bepalen datum. Gezien de kosten, het tijdsverloop en het geringe belang van de zaak, raadt het hof partijen aan een minnelijke schikking te treffen. Indien geen regeling wordt bereikt, wordt een comparitie gelast.
De uitspraak werd gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op 20 mei 2011 te Sint Maarten.
Uitkomst: Hof gelast partijen te verschijnen voor comparitie en raadt minnelijke schikking aan; verdere beslissing aangehouden.