ECLI:NL:OGHACMB:2011:BT6498
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging vonnis in hoger beroep kort geding
In deze zaak vordert Curaçao Ports Authority N.V. (CPA) schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis gewezen door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao op 12 augustus 2011. CPA stelt dat het vonnis op een kennelijke juridische of feitelijke misslag berust, omdat het Gerecht ten onrechte een tegenvordering van CPA op de wederpartij als grondslag heeft genomen, terwijl er sprake zou zijn van een beslag gelegd door KTK Panama.
Het Hof overweegt dat bij de belangenafweging het belang van de schuldeiser die een voorschot op een beëindigingsvergoeding heeft verkregen, wordt vermoed zwaarder te wegen. Dit vermoeden wordt niet weerlegd door CPA’s stelling dat de wederpartij financieel niet in een precaire situatie verkeert.
Het Hof stelt dat een conservatoir derdenbeslag geen beletsel vormt voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad en dat de vraag of CPA het vonnis kan uitvoeren losstaat van de uitvoerbaarverklaring. De kans dat het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd wordt buiten beschouwing gelaten.
Daarom wijst het Hof de vordering van CPA af en veroordeelt haar in de kosten van het incident. Het vonnis is gewezen door de leden van het Hof en uitgesproken op 13 september 2011 in Curaçao.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen en CPA wordt veroordeeld in de kosten.