ECLI:NL:OGHACMB:2011:BV2044
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over uitleg Cessantia-landsverordening en cao-afwijking ten gunste van werknemer
Deze zaak betreft de uitleg van artikel 3 van Pro de Cessantia-landsverordening en de vraag of een cao-afwijking ten gunste van de werknemer rechtvaardigt dat een cessantia-uitkering wordt geweigerd. De werknemer ontving bij het einde van zijn dienstverband een eenmalige uitkering uit hoofde van een Kapitaal/Pensioen Verzekering, die volgens hem onvoldoende was om een levenslange uitkering gelijk aan het wettelijk ouderdomspensioen te verkrijgen. Hij vorderde daarom een aanvullende cessantia-uitkering.
De werkgever stelde dat de cao-afspraak, die een afwijking van artikel 3 lid 1 van Pro de Cessantia-landsverordening toestaat ten gunste van de werknemer, van toepassing was en dat de eenmalige uitkering daarmee in de plaats kwam van een cessantia-uitkering. Het Hof bevestigde dat deze cao-afwijking toegestaan is en dat het pensioenkarakter van de uitkering bepalend is voor de toepassing van de uitzonderingsregels in artikel 3 lid 4 en Pro 5. In dit geval was de uitkering een vrij besteedbare eenmalige som en geen pensioen in de zin van de wet.
Het Hof vernietigde de eerdere beschikking die de werkgever veroordeelde tot betaling van een cessantia-uitkering en wees de vorderingen van de werknemer af. Tevens werd de werknemer veroordeeld in de kosten van de procedure in beide instanties.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst de verzoeken van de werknemer af.