ECLI:NL:OGHACMB:2011:BV2091
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Partner van vreemdeling heeft geen rechtstreeks belang bij weigering verblijfvergunning
De zaak betreft een hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een beroep bij het Gerecht in eerste aanleg van Aruba inzake de weigering van een vergunning tot verblijf aan de partner van appellant.
Appellant betoogde dat hij als partner van de vreemdeling wel belanghebbende was bij de weigering, met het oog op het recht op gezinsleven. Het Gerecht had echter geoordeeld dat alleen de vreemdeling zelf rechtstreeks belanghebbende is bij de weigering van een verblijfvergunning.
Het Hof bevestigt dat bij de weigering van een vergunning tot verblijf slechts het belang van de vreemdeling zelf rechtstreeks betrokken is, waardoor appellant geen belanghebbende is in de zin van artikel 9 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (LAR). Wel oordeelt het Hof dat appellant bij het bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar wél belanghebbende was, maar dat het Gerecht ten onrechte dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van het Gerecht en verklaart het beroep ongegrond omdat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens gebrek aan belang. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling.
De beslissing bevat tevens een veroordeling tot terugbetaling van het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep ongegrond verklaard wegens gebrek aan belang.