ECLI:NL:OGHACMB:2011:BV2092
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan uitlandigheidsvereiste
Appellante, gehuwd met een Nederlandse werknemer, verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf op Curaçao. De minister van Justitie weigerde deze vergunning omdat zij de beschikking op het verzoek niet in het buitenland had afgewacht, wat volgens het geldende beleid een vereiste is.
Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het begunstigend beleid dat verblijf in afwachting van de beschikking toestond, ten onrechte niet werd toegepast en dat de minister onterecht het verzoek afwees zonder voldoende motivering.
Het Hof oordeelde dat het begunstigend beleid geen grondslag meer heeft sinds een eerdere uitspraak en dat de minister terecht het verzoek afwees op grond van artikel 9 van Pro de Landsverordening Toelating en Uitzetting. Het Hof verwierp ook de stellingen over schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en het ongerechtvaardigd onderscheid tussen echtgenoten van Antilliaanse en Europese Nederlanders.
Verder concludeerde het Hof dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro correct was toegepast, waarbij het algemeen belang zwaarder woog dan het individuele belang van appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een verblijfsvergunning bevestigd.