ECLI:NL:OGHACMB:2012:BW7349
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan belang bij kennelijk onredelijke beëindiging arbeidsovereenkomst
De werknemer vorderde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst door de werkgever. De arbeidsovereenkomst was beëindigd met toestemming van de directeur Arbeid en Onderzoek, zoals vereist volgens de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (Lba).
De werknemer berustte in de beëindiging en heeft daarmee zijn bevoegdheid om nietigheid van de beëindiging in te roepen prijsgegeven. Hij stelde dat vernietiging van de ontslagvergunning in een procedure tegen de minister zou betekenen dat de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk was beëindigd, maar het Hof oordeelde dat die vordering zelfstandig beoordeeld wordt en dat vernietiging van de vergunning hem geen gunstiger positie oplevert.
Het Hof verklaarde het beroep van de werknemer tegen de beschikking van de directeur niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Het Hof vernietigde de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba en bepaalde dat het beroep niet ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de werknemer wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.