ECLI:NL:OGHACMB:2012:BX0111
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek artikel 8 EVRM
In deze zaak staat de intrekking van een verblijfsvergunning centraal. De minister van Justitie had de vergunning tot tijdelijk verblijf van de vreemdeling ingetrokken op grond van de Richtlijnenbeschikking BT en de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu). De vreemdeling viel volgens de minister niet onder de categorieën van de BT-regeling vanwege eerdere verwijdering en het niet voldoen aan de vereisten.
Het Gerecht in eerste aanleg had de intrekking vernietigd omdat de minister niet had onderzocht of artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven beschermt, aan de intrekking in de weg stond. Het Hof bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de minister bij de belangenafweging bij intrekking had moeten nagaan of een positieve verplichting bestond om het verblijf van de vreemdeling te respecteren.
De minister voerde aan dat de BT-regeling geen toelating voor gezinsleven beoogde, maar dit verweer faalt omdat met het verlenen van de vergunning erkend is dat een beschermd gezinsleven kan bestaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.