ECLI:NL:OGHACMB:2012:BX0418
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning op grond van verwijderingsbeschikking in BT-regeling
De zaak betreft de intrekking van een verblijfsvergunning die aan de vreemdeling was verleend op grond van de Brooks-Tower (BT) regeling. De minister van Justitie stelde dat de vreemdeling niet in aanmerking kwam voor deze vergunning omdat zijn verwijdering was gelast op 17 juni 2003, waardoor het verlenen van de vergunning in strijd zou zijn met de verwijderingsbeschikking en de rechtsorde zou schaden.
Het Gerecht in eerste aanleg had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de intrekkingsbeschikking vernietigd, omdat de minister onvoldoende had aangetoond dat de vreemdeling daadwerkelijk was verwijderd en omdat de BT-regeling betrekking heeft op ongedocumenteerde vreemdelingen die langdurig en onafgebroken in de Nederlandse Antillen verbleven.
Het Hof overwoog dat de BT-regeling slechts geldt voor ongedocumenteerde vreemdelingen die zonder toelating verbleven en dat de regeling niet bedoeld is voor vreemdelingen die onder een geldige verwijderingsbeschikking vallen. Het feit dat de vreemdeling niet feitelijk was uitgezet, maakt dit niet anders. Daarom slaagde het betoog van de minister dat de vreemdeling niet voor de BT-regeling in aanmerking komt.
Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van het Gerecht en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.