ECLI:NL:OGHACMB:2012:BY7664
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek verblijfsvergunning op basis van Toelatingsbeleid 2007
Appellante verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf in Aruba, welke door de minister werd afgewezen. Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde dat het verzoek moest worden getoetst aan het Toelatingsbeleid van 2007, omdat dat beleid gold ten tijde van het indienen van het verzoek. Appellante betoogde dat het Toelatingsbeleid van 2009 en de Speciale Pardonregeling van toepassing zouden moeten zijn, maar dit werd door het Hof verworpen.
Verder stelde appellante dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het recht op respect voor familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) niet leidde tot een positieve verplichting tot toelating. Het Hof oordeelde dat appellante wist dat haar verblijf niet rechtmatig was en dat er geen objectieve belemmeringen waren voor het gezinsleven in haar land van herkomst. Het betoog faalde daarom.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een verblijfsvergunning bevestigd.