Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
Z.M.F. Bakhuis-Bendana v. [X].
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele procedure stond een vordering van geïntimeerde tegen Greko's N.V. centraal. Greko's, oorspronkelijk gedaagde en thans appellante, stelde tijdens de comparitie dat zij via haar rechtsvoorgangster een grotere tegenvordering had op geïntimeerde, waardoor zij geen belang meer had bij een betalingsregeling. Het Hof verwees naar eerdere tussenvonnissen en nam kennis van de stukken, waaronder een vonnis van het GEA uit 2009.
Het Hof oordeelde dat ondanks de gestelde tegenvordering, Greko's gehouden is tot betaling van NAF 1.190.522,24 aan geïntimeerde, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juni 1999, de datum van het inleidend verzoekschrift. Het bestreden vonnis werd integraal vernietigd en het Hof deed opnieuw recht door Greko's te veroordelen tot betaling.
Daarnaast werd Greko's veroordeeld tot betaling van de kosten van de procedure in beide instanties aan de zijde van geïntimeerde, inclusief verschotten en gemachtigdensalarissen. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en ter openbare terechtzitting in Curaçao uitgesproken.
Uitkomst: Greko's wordt veroordeeld tot betaling van NAF 1.190.522,24 met wettelijke rente en proceskosten aan geïntimeerde.